Vereniging van universiteiten Lange Houtstraat 2 | Postbus 13739 | 2501 ES DEN HAAG | T: 070-3021400
De Nederlandse universiteiten hebben een lange traditie als het gaat om kwaliteitszorg. Sinds 1987 worden iedere zes jaar alle opleidingen gevisiteerd door commissies van onafhankelijke externe (ook buitenlandse) deskundigen. Met ingang van 1 januari 2011 is het bestaande accreditatiesstelsel ingrijpend veranderd. Uitgangspunten voor dat nieuwe stelsel waren:
- Vermindering van de administratieve lasten
- Betere balans tussen verantwoording en verbeteringen
- Meer aandacht voor de inhoud van het onderwijs in plaats van processen en randvoorwaarden
- Meer aandacht voor verschillen in kwaliteit (boven het basisniveau uitstijgend)
- Kwaliteitzorgd dient “maatwerk” te zjin: licht waar dat kan, zwaar waar dat moet.
Het nieuwe stelsel combineert een instellingstoets kwaliteitszorg op instellingsniveau met de accreditatie van opleidingen. De instellingstoets wordt uitgevoerd door de NVAO. Blijkt daaruit dat dat een universiteit beschikt over een uitstekend interne kwaliteitszorgsysteem, dan komt de universiteit in het regime ‘verdiend vertrouwen’. Alle accreditaties verlopen vanaf dan volgens een lichtere procedure met een beperkt kader. Voor instellingen die nog geen instellingstoets doorlopen hebben of met een negatief resultaat blijft een zwaarder accreditatiekader voor opleidingen van kracht.
Standpunt VSNU
De VSNU erkent de noodzaak van een streng maar hanteerbaar kwaliteitszorgsysteem. Het nieuwe systeem beschouwt de VSNU beslist als stap in de goede richting. Of de lastenverlichting van 25% zoals die door NVAO en OCW zijn toegezegd daadwerkelijk worden gerealiseerd moet worden afgewacht. Tegelijk gaan de Nederlandse universiteiten ervan uit dat het nieuwe systeem de weg zag effenen voor echte instellingsaccreditatie zoals men dat in het Verenigd Koninkrijk en de VS kent.