Vereniging van universiteiten
Lange Houtstraat 2
Postbus 13739
2501 ES Den Haag
T: 070-3021400
E: post@vsnu.nl
Naast succesvolle studenten, staan de universiteiten ook voor succesvolle onderzoekers. De Nederlandse universiteiten zetten zich in om de goede positie van het Nederlandse onderzoek verder te verstevigen. Dit gebeurt door programma’s voor jong talent uit te bouwen, op zoek te gaan naar (nieuw) geld voor excellent onderzoek, samenwerkingsverbanden op te richten, en te laten zien hoe inspirerend het Nederlandse onderzoek is.
Veel Nederlandse universiteiten hebben – in een verschillend tempo – in de afgelopen jaren veel inspanning verricht om te komen tot een heldere profilering en positionering van hun wetenschappelijk onderzoek. Kernnoties hierbij zijn: het bevorderen van inhoudelijke samenhang en samenhang binnen het wetenschappelijk onderzoek (‘focus’) en het bundelen van onderzoeksmiddelen (‘massa’). Het bevorderen van focus en massa (‘zwaartepuntvorming’) is belangrijk om de huidige internationale vooraanstaande positie van het onderzoek dat aan Nederlandse universiteiten wordt verricht ook in de toekomst te verzekeren en ook om bij te dragen aan de Nederlandse kenniseconomie. Dit perspectief heeft in de afgelopen jaren bij veel Nederlandse universiteiten tot veel dynamiek en resultaten geleid.
Dit najaar sluiten Staatssecretaris Zijlstra en de VSNU een hoofdlijnenakkoord dat de basis vormt voor individuele prestatieafspraken tussen OCW en de instellingen. In deze prestatieafspraken zullen ook afspraken staan over zwaartepuntvorming in het onderzoek, gericht op het waarborgen van de internationale toppositie van het Nederlandse wetenschappelijke onderzoek, een doelmatige inrichting van het onderzoekslandschap en het optimaliseren van de bijdrage van het onderzoek aan innovatie, economische ontwikkeling en de aanpak van maatschappelijke opgaven.
Universiteiten en bedrijven werken in toenemende mate samen in onderzoek. Onlangs presenteerde het kabinet haar nieuwe bedrijfslevenbeleid "Naar de Top." Hiermee wil het kabinet deze publiek-private samenwerking versterken om gezamenlijk de economische en maatschappelijke uitdagingen in aan te gaan. De universiteiten steunen deze agenda. De bottum-up samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen in de topteams heeft veel energie losgemaakt en leidt tot goed gemotiveerde onderzoeksagenda’s voor de komende jaren. Er bestaat wel zorg over de mate waarin deze agenda’s kunnen worden uitgevoerd. Zowel de overheid als het bedrijfsleven ziet zich genoopt te bezuinigen. De publieke investeringen in onderzoek zijn flink teruggelopen, zeker met de afbouw van FES gelden. Het is maar zeer de vraag of de fiscale maatregelen de stimulerende werking hebben op de private investeringen in R&D die het kabinet beoogt. Tenslotte zijn er zorgen over de gevolgen van de verschuiving van 350 miljoen in het budget van KNAW en NWO naar het topsectorenbeleid. Voor excellent onderzoek in de alfa, gamma, maar ook de bètasector buiten de topsectoren, zal NWO weinig tot geen geld meer beschikbaar hebben.
Een groeiende uitdaging voor de universiteiten vormt de internationale concurrentie. De arbeidsmarkt voor research & development is internationaal, waardoor onderzoekers gemakkelijk naar elders vertrekken. De universiteiten zien de concurrentie als een stimulans meer te doen aan samenwerking, en samen te werken aan de internationale positionering. De Nederlandse universiteiten zijn succesvolle deelnemers aan de Europese onderzoeksprogramma’s.
Daarnaast is het van groot belang om voldoende talent in huis halen en houden, én excellent onderzoek te stimuleren. Dit heeft voor de universiteiten topprioriteit. De universiteiten willen dit onder meer bereiken door te streven naar meer concentratie (focus en massa) in het onderzoek, en door het aantrekkelijker maken van een wetenschappelijke carrière. Het laatste vanwege het idee dat de promovendi die zij zo graag willen binnenhalen, niet komen als ze geen perspectief op een baan hebben. Tenure tracks, aanstellingen die leiden tot een vaste baan aan de universiteit, duale promotietrajecten, loopbaanbegeleiding van postdocs, en een cao met een financieel rugzakje voor postdocs om te werken aan employabality, helpen hieraan mee.