Vereniging van universiteiten
Lange Houtstraat 2
Postbus 13739
2501 ES Den Haag
T: 070-3021400
E: post@vsnu.nl
Naam: Floor Basten (1970)
Studie: Franse Taal- en Letterkunde en Sociale Wetenschappen, Radboud Universiteit Nijmegen
Proefschrift: Metaforen en verhalen over organisatiewetenschap en onderwijsinnovatie. Een leergeschiedenis, Radboud Universiteit Nijmegen, 2000
Loopbaan: diverse functies aan de Radboud Universiteit Nijmegen, waaronder onderwijskundige bij Informatica.
Huidige functie: directeur narratief onderzoeksbureau OrléoN en initiatiefnemer [campus]OrléoN.
Waarom begint iemand aan een omvangrijke klus als een promotieonderzoek?
Er kwam een aantal dingen samen. Ik liep al veertien jaar aan de Radboud Universiteit rond. Er moest toch iets meer zijn in het leven, dacht ik regelmatig. In mijn baan als onderwijskundige had ik het niet meer naar mijn zin. Het lukte me niet om de veranderingen in gang te zetten waarvoor ik aangesteld was. Ik was benieuwd hoe ze dat bij bedrijfswetenschappen aanpakten, daar leek het wel te lukken.
En daar zat een dissertatie in?
Ja. Mijn onderzoek lag heel dicht aan tegen dingen waar ik in mijn baan als onderwijskundige tegenaan liep: dat er bij organisaties een kloof gaapt tussen doortimmerde beleidsstukken en wat er in werkelijkheid op de werkvloer gebeurt. Daar heerst vaak chaos en cynisme. In mijn promotieonderzoek legde ik de verschillen en overeenkomsten bloot tussen het advies dat bedrijfswetenschappers gaven in hun publicaties en de manier waarop zij zich over hun eigen onderwijsinstelling uitlieten. Het was handig dat ik gebruik kon maken van methodes die ik geleerd heb tijdens mijn studies: open interviews afnemen, leergeschiedenissen schrijven, deconstructie.
Is het een worsteling, zo’n promotieonderzoek?
Integendeel! Het heeft me enorm veel arbeidsvreugde opgeleverd. Ik vond het geweldig om met zo’n groot onderzoek aan de gang te gaan. Als het aan mij had gelegen had ik het nog veel breder opgezet. Ik had me al helemaal ingegraven in de geschiedenis van alle disciplines aan de universiteit. Gelukkig hebben mijn promotors ingegrepen, anders was ik nu nog bezig geweest. Pas na tweeënhalf jaar wist ik precies wat mijn onderwerp was.
Wat moet je in huis hebben voor een promotie?
Je moet complexiteit aankunnen. Het vraagt iets van je intellectuele vermogens om je onderzoeksobject niet te reduceren tot iets simplistisch, maar elementen zo te ordenen dat ze betekenisvol worden. Iedereen zal door impasses heen moeten, want onderzoek verloopt niet altijd zoals je zou willen. Maar als je een intrinsieke motivatie hebt, kom je daar wel doorheen. Je moet het simpelweg leuk vinden om je langdurig bezig te houden met een onderwerp waar je hart ligt. Creativiteit is ook een voorwaarde. Je moet in staat zijn je methodologie in de praktijk te ontwikkelen. En als je, net zoals ik was, buitenpromovendus bent, dan moet je ook werk en onderzoek slim kunnen combineren.
Doe je in je huidige baan nog iets met je onderzoek?
Elke dag. Natuurlijk vanuit mijn onderzoeksbureau, daar gebruik ik de narratieve methodiek die ik destijds ontwikkeld heb. Maar ik heb ook een campus opgezet, een netwerk van nu zo’n vijftig academici die net als ik onderzoek doen buiten de universiteit. De campus biedt deze onderzoekers een eigen infrastructuur doordat vraag en aanbod in ondersteuning bij onderzoek hier bij elkaar gebracht worden. Ik geef op de campus ook les in narratief onderzoek. En afgelopen jaar heb ik een onderzoek gedaan naar wat je als buitenpromovendus nodig hebt om je te kunnen promoveren.
Heb je de wetenschap afgezworen nu je een eigen bedrijf leidt?
Ik blijf deel van de academische wereld door over mijn onderzoeken te publiceren en ze op congressen te presenteren. Maar wetenschap is er alleen maar leuker op geworden nu het niet meer gekoppeld is aan een aanstelling bij een universiteit. Ik kan nu weer genieten van een studieboek alsof het een roman is.