sluit X

Stuur door naar:

* Naam van de geadresseerde
*, (xx@domain.nl) E-mail adres van de geadresseerde.
Stuur eventueel een opmerking of toelichting mee.

Verslag Succesvolle Onderzoeksgroepen - 9 maart

Hoeders van talent

Hoe geef je succesvol leiding in een academische setting? Hoe trekken onderzoeksleiders talenten aan? Waarom is het zo belangrijk om je onderzoek in te bedden in nationale en internationale kennisnetwerken? Op maandag 9 maart verzamelde onderzoekend Nederland zich in het Congrescentrum van de Erasmus Universiteit voor de SoFoKleS-conferentie ‘Succesvolle Onderzoeksgroepen’ om zich te buigen over deze kwesties en er kennis over uit te wisselen. Volgens de deelnemers ging het om een waardevol, veelal onbesproken thema. Of, zoals een aanwezige het tijdens de conferentie aangaf: “Eigenlijk heb ik het hier nog nooit eerder met iemand over gehad.”

Uit de vele badges bij de entree viel op te maken hoe groot de animo vooraf al was vanuit alle wetenschappen om eens ervaringen uit te wisselen over academisch leiderschap. “Ik ben benieuwd”, zei een congresganger voorafgaand aan het programma, “want nog nooit ben ik op een bijeenkomst geweest waar het zo expliciet ging over het leiden van een onderzoeksgroep en wat daar allemaal bij komt kijken. Onderling hebben we het daar zelden over.”

  



Leiderschap, talent, teambuilding en internationalisering

Tijdens de conferentie stonden vier thema’s centraal: academisch leiderschap, talent aantrekken en vasthouden, teambuilding en motivatie, en internationalisering. Deze waren onderwerp van gesprek in de subsessie en de tafelgesprekken, maar de agenda daarbij werd gezet tijdens de plenaire verhandelingen. Paul van der Heijden, rector en collegevoorzitter van de Universiteit Leiden, en Sander Bais, hoogleraar Theoretische Natuurkunde aan de UvA, hielden de openingsredes. Beiden gaven de aanwezigen meteen allerlei praktische tips voor goed academisch leiderschap mee.

Zo stipte Van der Heijden het belang aan om gewoon ‘vaak er te zijn’, maar niet ‘te aanwezig’ op te treden. Een goede leider moet anderen kunnen laten schitteren en te allen tijde ruzie vermijden. Zaken op de spits drijven is vooral erg eenvoudig en niet erg productief, zo schetste hij. Van der Heijden: “Je moet niet altijd maar alles zeggen wat je denkt, hoewel ik dat hier in Rotterdam niet meer mag zeggen, geloof ik.”

Sander Bais beschreef haast poëtisch de excellente onderzoeksgroepen als de kraamkamers van de toekomst. Volgens hem doet een onderzoeksleider er het best aan om bovenal mensen aan te nemen die beter zijn dan hij- of zijzelf. Behoort dit niet tot de mogelijkheden, zoek dan naar iemand die in elk geval anders is dan jezelf. Wees daarnaast hoeders van talent, zo gaf hij de menigte mee, en geen opdrachtgever. En onthoud: beter een heldere mislukking dan een vaag verhaal.


Meer tips van collega’s

De vier centrale thema’s werden daarop ingeleid door een reeks gesprekken onder leiding van dagvoorzitter Sijbolt Noorda, VSNU-voorzitter, met de Nederlandse toponderzoekers Els Goulmy, hoogleraar transplantatiebiologie aan de Universiteit Leiden, Jan Luiten van Zanden, faculteitshoogleraar Economic History aan de Universiteit Utrecht en Leo Kouwenhoven, hoogleraar Quantum Transport aan de TU Delft.

 


 

Van Zanden is een geesteswetenschapper met een groot onderzoeksteam. Dat dit niet vaak voorkomt, beaamde hij ook zelf. Volgens Van Zanden moet de beste onderzoeker niet per se onderzoeksleider zijn en kan het ook prima werken het leiderschap te verdelen. “Ik geef al lange tijd samen met iemand leiding aan een onderzoeksgroep. Dat bevalt erg goed, want we vullen elkaar aan en zijn zo in staat een klankbord voor elkaar te zijn.”

Kouwenhoven drukte in het gesprek de aanwezige collega-onderzoeksleiders op het hart om in een grote onderzoeksgroep voldoende kritische massa te creëren. Dat geldt zeker voor groepen bestaande uit verschillende nationaliteiten. “Wij Nederlanders zijn over het algemeen nogal gesteld op ons privéleven. Na het werk naar huis en zo. Onderzoeksleiders moeten hierop letten, want zij hebben nou eenmaal ook de taak om ervoor te zorgen dat de leden van hun team ook in sociaal opzicht met elkaar leren optrekken. Heb je genoeg kritische massa, dan gaat dit haast vanzelf. Bij een groep bestaande uit 20 tot 30 personen zie je dat mensen niet zo snel buiten de boot vallen.”

Goulmy wees in haar dubbelrol als onderzoeksleider bij LUMC en voorzitter van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren op het belang om vrouwelijke talenten te herkennen en erkennen: vrouwen moeten hoger doorstromen in de academische wereld, anders gaat er veel te veel talent verloren. Tegelijk is de vraag naar het herkennen van talent, ook dat voor leiderschap in onderzoek, juist voor vrouwen zelf een extra punt van aandacht. Dit is meer dan een zaak van beleid, het vooral ook een zaak van de ‘cultuur’ en mentaliteit die in hoger onderwijs en onderzoek op dit vlak heerst. Die te helpen veranderen is de grote uitdaging.

“Erkenning geven is cruciaal”

De ochtendsessies leidden tot een hoop nagesprekken onder het genot van vingersandwiches en jus d’orange. Gevraagd naar kernwoorden voor goed academisch leiderschap, teambuilding en motivatie bleken onder de gesprekspartners ‘erkenning’, ‘contact’, en ‘communicatie’ het populairst. “Erkenning geven aan je medewerkers is zo cruciaal,” zei een bezoeker van de UU, “een goede onderzoeksleider geeft ze echt de waardering die ze toekomen.” Verschillende lunchende onderzoeksleiders beaamden het punt dat Van der Heijden eerder op de dag maakte over aanwezig zijn. “Je kunt een onderzoeksgroep niet succesvol vanuit huis leiden, je moet direct contact onderhouden.” De onderzoeksleiders hechtten tevens grote waarde aan communicatie. “Een groep moet goed op de hoogte zijn van haar taken, wat je zelf moet doen, maar ook wat iemand anders doet."

 

Feest van herkenning

De discussies en verhalen over eigen ervaringen werden voortgezet tijdens de twee rondes
tafelgesprekken geleid door twintig toponderzoekers. Wat opviel hierbij was de openhartigheid waarmee dit gepaard ging. De aanwezigen schroomden niet om verhalen over hun groepen en eigen leiderschap bloot te geven en stelden de veelvuldige feedback ten zeerste op prijs.

 

Vele knelpunten waar de onderzoeksleiders over vertelden, leidden tot een feest van herkenning bij andere wetenschappers. Het was duidelijk dat de aanwezigen het op prijs stelden om op dit niveau onder gelijken dit thema eens in alle openheid te kunnen doorpraten. Op mijn eigen universiteit is hier toch niet altijd de ruimte voor, zo klonk het regelmatig. “Eigenlijk heb ik het nog nooit hier met iemand over gehad,” beweerde een ander. Bij een aantal aanwezigen leek het gevoel te overheersen door de universiteit toch wel wat in het diepe te zijn gegooid als onderzoeksleider. Deze conferentie vind ik dan ook alleen al daarom erg waardevol, klonk het na afloop.

Een aanwezige geschiedkundige deed flink zijn voordeel met de aanwezigheid van de verschillende disciplines en vakgebieden. Hij kreeg onlangs voor het eerst in zijn academische loopbaan een team onder zich en liet zich graag informeren door succesvolle onderzoeksleiders uit de bèta hoek. “Eigenlijk wil ik wel een dagje met ze meelopen”, sprak hij in de theepauze na de tafelgesprekken.

 

 

Plasterk’s gossip test

Hierna werd de conferentie plenair afgesloten met het tonen van enkele cartoons, getekend naar aanleiding van gehoorde uitspraken gedurende de dag, en een redevoering van ex-wetenschapper, minister Plasterk.

De cartoon met daarop een contactadvertentie voor een ‘babysitter’ voor buitenlandse onderzoekers (met een knipoog naar Kouwenhovens’ eerdere uitspraak over de sociale verplichtingen van onderzoeksleiders ten opzichte van hun buitenlandse staf) leidde tot de meeste hilariteit. Sijbolt Noorda liet groot de cartoon met daarop de uitspraak van Paul van der Heijden ‘je moet niet altijd zeggen wat je denkt’ projecteren toen Plasterk het woord nam. Een pittig vraaggesprek volgde tussen beide heren, waarop Plasterk op een gegeven moment vroeg of hij nu wat voorbereide tips mocht geven aan zijn oud-collega’s. De aanwezigen luisterden geboeid en soms ook grijnzend van herkenning naar zijn pleidooi over inspirerend leidersschap en the gossip test. Plasterk raadde aan erachter te komen waar je medewerkers over roddelen bij het koffieapparaat. Hebben ze het over werk? Dan zit je gebeiteld!


Ter afsluiting

Op de afsluitende borrel zou er nog lang nagepraat worden over de onderwerpen die tijdens de conferentie aan bod waren gekomen. Ook de minister wilde helemaal nog niet weg toen hij met mensen uit zijn vroegere vakgebied nog eens kon doorpraten over hoe je een succes maakt van je opdracht in de wetenschap.

 


 

Aan één van de statafels werd het thema ‘promotierecht’ nader geanalyseerd, evenals het belang van goed HRM (de juiste mensen en de juiste hersenen bij elkaar!), het herkennen van talent, onderwijs (leidt het geven van onderwijs nou teveel af van de wetenschap of is het van toegevoegde waarde?), en sekseverschillen (weg met dat glazen plafond!).

 



Deelnemers waren tevreden met het thema, de verkregen tips en inspiratie. Eén onderzoeker merkte op: “Ik heb veel interessante zaken gehoord en ben nuttige, praktische tips rijker. Goed dat SoFoKleS zoiets doet.”

 

 

Meer informatie