Vereniging van universiteiten Lange Houtstraat 2 | Postbus 13739 | 2501 ES DEN HAAG | T: 070-3021400
Afhankelijk van de universiteit waar u in dienst bent heeft u een arbeidsovereenkomst (bij een bijzondere universiteit) of een aanstelling (bij een openbare universiteit). Dit kunt u zien in de brief die u bij indiensttreding heeft gekregen of navragen bij uw P&O afdeling.
Een aanstelling is een eenzijdig besluit van een overheidsorgaan (de universiteit) om iemand in dienst te nemen, en de ambtenarenwet is van toepassing. Een arbeidsovereenkomst is een contract tussen de werkgever en werknemer over de arbeidsverhouding, en hierop is het Burgerlijk Wetboek van toepassing. De CAO is zowel op de aanstelling als de arbeidsovereenkomst van toepassing, maar kent in sommige hoofdstukken specifieke bepalingen voor ofwel de openbare, ofwel de bijzondere universiteiten.
De flexibele werkduur houdt in dat u een afspraak maakt met uw leidinggevende over een andere verdeling van uw werktijd per week. Een voltijds werkweek bestaat uit 38 uren en kan naar boven of beneden worden gebracht is ruil voor extra of minder verlof. De werkgever heeft het recht een verzoek te weigeren wanneer het belang van de bedrijfsvoering zich hiertegen verzet. (zie art. 5.6 CAO). In Bijlage G van de CAO is een overzicht gegeven van een mogelijke uitwerking van de variaties en gevolgen voor het verlof.
Wanneer u zwanger bent, heeft u recht op ten minste 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. De feitelijke duur en het tijdstip van opname wordt in de Wet Arbeid en Zorg geregeld en is mede afhankelijk van de uitgerekende datum en de feitelijke datum van de bevalling (zie ook art. 4.11 en 4.12 CAO).
De Wet aanpassing arbeidsduur geeft in artikel 2 regels over veranderingen in de overeengekomen arbeidsduur. De werkgever heeft het recht een verzoek af te wijzen met een beroep op zwaarwegende bedrijfsbelangen.
Om een verzoek in te kunnen dienen moet u:
- Eerst overleggen met uw werkgever over de gewenste aanpassing, en:
- Minimaal één jaar voorafgaand aan het tijdstip van de aanpassing in dienst zijn, en:
- Het verzoek vier maanden voor het gewenste ingangstijdstip indienen, en;
- De werknemer kan maximaal één verzoek per twee jaar indienen.
In artikel 4.2 CAO is bepaald dat de werktijden van de werknemer zo worden vastgesteld dat de werknemer per week op niet meer dan 5 dagen werkt. Deze dagen dienen zoveel mogelijk aangeengesloten te zijn. De werkgever zal bij het vaststellen van de werktijden, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, zoveel mogelijk rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer buiten werktijd (art. 4:1A Arbeidstijdenwet).
Alleen wanneer u behoort tot het ondersteundend en beheerspersoneel voor wie een lagere salarisschaal geldt dan schaal 11, en u overwerkt in uitdrukkelijke opdracht van uw werkgever, heeft u recht op een vergoeding. Van overwerk is sprake als u werkt buiten de voor u geldende werktijden en uw werktijdfactor wordt overschreden (zie art. 3.28 CAO). Voor overwerk van minder dan een half uur aansluitend aan de vastgestelde dagelijkse werktijd, wordt geen vergoeding toegekend. De vergoeding voor overwerk bestaat uit verlof, gelijk aan de duur van het overwerk en extra verlof.
De werkgever kent extra verlof toe op basis van het volgende overzicht:
In plaats van verlof in tijd kan een bedrag in geld worden toegekend, wanneer het dienstbelang zich hier niet tegen verzet. Dit moet altijd in overleg gaan met de P&O-afdeling van uw universiteit.
Ja dat kan. Zolang u nog niet het maximum van uw salarisschaal heeft bereikt. Zie verder artikel 3.3 CAO. Indien uw werkgever van mening is u uw functie naar behoren vervult, kan het salaris jaarlijks worden verhoogd tot het daaropvolgende bedrag in de salarisschaal. Wanneer u uw functie niet naar behoren vervult, kan salarisverhoging achterwege blijven. Wanneer u uw functie zeer goed of uitstekend vervult, bestaat de mogelijkheid dat het salaris met een hoger bedrag wordt verhoogd. Verhoging is alleen mogelijk wanneer het maximumsalaris van de salarisschaal nog niet is bereikt.
Wat u in een bepaalde salarisschaal verdient kunt u hier vinden. Daarnaast ontvangt u 8% vakantiegeld over de bezoldiging en een eindejaarsuitkering van 8,3% van het in het kalenderjaar ontvangen salaris.
Let op: de vakantieuitkering en de eindejaarsuitkering vallen niet onder het salaris, maar moet u erbij optellen.
Ja, tijdens het ouderschapsverlof wordt, onder voorwaarden, 62,5% van uwbezoldiging doorbetaald (klik hier voor de CAO-regeling). Daarnaast kunt u een aanvullende bijdrage van de overheid krijgen, d.m.v. belastingkorting. Voor meer informatie hierover kunt u het beste contact opnemen met de P&O- afdeling van uw eigen universiteit.
De uitbreiding van het wettelijk recht op ouderschapsverlof van 13 naar 26 weken heeft geen rechtstreeks gevolg op de doorbetalingsregeling in de CAO van maximaal 13 weken. Er is dus geen recht op doorbetaling van het loon over het overig deel van de 26 weken. Voor dit deel wel het belastingvoordeel in de vorm van ouderschapskorting.
Ja, u kunt verder zoeken in de Ziekte- en Arbeidsongeschiktheidsregeling (ZANU). Hierin zijn onder meer de Wet verbetering Poortwachter en WIA verwerkt.
U kunt alleen een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering aanvragen als u ook een WW-uitkering aanvraagt. Voor de precieze eisen verwijzen wij u graag door naar uw universiteit. Zie ook de Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling (BWNU).
Om een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering aan te vragen, kunt u hier de formulieren vinden. De bovenwettelijke uitkering moet worden aangevraagd bij Raet. Voor het aanvragen van een bovenwettelijke uitkering gelden dezelfde regels en termijnen als voor een WW-uitkering. De aanvraag moet binnen 7 dagen nadat u werkloos bent geworden, worden ingediend.
Hoeveel premie er wordt afgedragen hangt af van de hoogte van uw inkomen. De premies voor sociale verzekeringen volgen uit de Tabel sociale premies 2009.
Als u werkloos bent na een dienstverband bij een universiteit heeft u, wanneer u aan alle voorwaarden voldoet, recht op een WW-uitkering. Daarnaast kan het zijn dat u aanspraak kunt maken op de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (BWNU). Hiervoor moet u wel aan een aantal eisen voldoen. Zo komt u alleen in aanmerking voor een bovenwettelijke uitkering als u ook recht heeft op een WW-uitkering. De bovenwettelijke uitkering kan een aanvulling op de WW-uitkering zijn of een aansluitende uitkering na afloop van de WW-uitkering.
De duur van de aanvullende uitkering is gelijk aan de de duur van de WW-uitkering. De WW-uitkering wordt gedurende de eerste 12 maanden eerst aangevuld tot 78% en vervolgens tot 70% van de ongemaximeerde berekeningsgrondslag.
Na afloop van de WW-periode kan er vanaf een bepaalde leeftijd ook recht zijn op een aansluitende werkloosheidsuitkering.
Of u voor een bovenwettelijke uitkering in aanmerking komt, kunt u navragen bij de P&O-afdeling van uw universiteit. De voorwaarden voor een WW-uitkering staan op www.uwv.nl.
De loondoorbetaling bij ziekte is tijdens de eerste 9 maanden 100% en daarna 15 maanden 76% als u op of na 1 januari 2008 ziek bent geworden.
Zie voor een overzicht van alle functieprofielen en functieniveau's en de samenhang met salarisschalen de functieniveau matrix
In principe kan tegen 2 aspecten van de functie-indeling bezwaar worden gemaakt. Het kan zijn dat een medewerker vindt dat zijn werkzaamheden in een heel ander functieprofiel thuishoren dan het profiel waarin hij is ingedeeld. Maar het kan ook dat zijn functie wel in het goede profiel is ingedeeld, maar dat hij vindt dat voor deze functie niet het juiste niveau is gekozen. Tegen beide zaken kan bezwaar worden gemaakt. Zie hier het bezwarenreglement UFO.
Aangezien het een nieuw instrument in de CAO betreft, is het goed mogelijk dat u in praktijk tegen problemen of andere zaken aanloopt. Dit past bij het karakter van een experiment. Het is erg belangrijk dat dergelijke signalen verzameld worden omdat dit alle partijen informatie levert om de juiste vorm van functiecontracten in de CAO te verankeren.
Zijn door onvoorziene omstandigheden enkele van uw jaarafspraken echter niet behaald, dan is dit geen reden tot paniek. Gezien de aard van uw werk kan dit zich natuurlijk altijd voordoen, daarom zit er ruimte in uw jaarafspraken om dit soort situaties te kunnen opvangen. Het jaargesprek is bedoeld om uw prestaties van het afgelopen jaar te bespreken aan de hand van uw afspraken. In dat gesprek bespreekt u met uw leidinggevende wat de oorzaak is voor het niet realiseren van de jaarafspraak en kan geconcludeerd worden dat onverwachtse activiteiten net zo belangrijk waren. Bovendien is in de CAO vastgelegd dat onvoorziene omstandigheden kunnen leiden tot het openbreken of opschorten van (afspraken in) een functiecontract.
Jaarafspraken zijn er om uw prestaties te kunnen bespreken en te evalueren. Samen met uw leidinggevende bespreekt u waarom u bepaalde afspraken niet heeft kunnen realiseren. Dit kan consequenties hebben voor de afspraken voor het volgende jaar of kunnen leiden tot afspraken over ontwikkeling. Het is mogelijk de resultaten in de toekomst te koppelen aan een algemene beoordeling. Het is dan ook mogelijk om afhankelijk van de beoordeling een hogere of lagere jaarlijkse salarisstijging te realiseren. Gezien het experimentele karakter wordt hier nu nog van afgezien.
Er is geen sprake meer van verlofrecht en verlof. U plant uw eigen verlofdagen in overleg met uw leidinggevende. Registeren is dus niet meer nodig.
Het CAO-artikel over doorbetaald ouderschapsverlof komt te vervallen. Indien er toch de wens is om een functiecontract af te sluiten dient u met uw leidinggevende af te spreken welke gevolgen uw ouderschapsverlof heeft voor uw jaarafspraken. Een andere mogelijkheid is om tijdens de periode van uw ouderschapsverlof geen functiecontract af te sluiten. Dit onderwerp is overigens een aandachtspunt in de landelijke evaluatie van het experiment.
Om deze vrijheid en manier van werken te realiseren, worden de tijdsbepalingen zoals de werkduur en arbeidstijden, vakantie, seniorenregeling en een deel van het keuzemodel voor u uitgeschakeld (zie voor een volledig overzicht CAO-artikel). In de overeengekomen periode, hoogstwaarschijnlijk is dit een kalenderjaar, plant u zelf uw verlof in en hoeft uw verlof en arbeidstijden niet meer te registreren. Aangezien er geen sprake is van verlof in een functiecontract, geldt de meerjarenspaarvariant niet voor u. U kunt dus geen verlof sparen voor een sabbatical. Daarom dienen er uitdrukkelijk individuele afspraken vastgelegd te worden over sabbatical leave.
De bepalingen met betrekking tot werkduur en verlof in de CAO zijn niet op u van toepassing. De bronnen uit het keuzemodel zoals salaris, vakantiegeld en eindejaarsuitkering kunt u inzetten voor bijvoorbeeld een fiets of een aanvullende vergoeding voor woon- werkverkeer. Het is echter niet mogelijk om verlofuren in te zetten als bron of doel in het keuzemodel arbeidsvoorwaarden.
U krijgt, in overleg met uw leidinggevende, de vrijheid krijgt om zelf te bepalen hoe u de resultaten denkt te bereiken en creëert daarmee uw eigen randvoorwaarden. U bepaalt voor een groot deel uw eigen werktijden en u bepaalt zelf wanneer u met verlof gaat. Dit alles uiteraard ook in overleg met uw leidinggevende waar u ook afspraken over aanwezigheid en bereikbaarheid maakt. Binnen uw eenheid zal het aanspreken op en bespreken van prestaties centraal komen te staan.
Veel bepalingen in de huidige CAO spreken niet elke wetenschapper evenveel aan. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op alle bepalingen rondom verlof, aanwezigheid en tijd (zoals overwerkvergoeding). Door functiecontracten op te nemen in de CAO schenken universiteiten specifiek aandacht aan de praktijk van de wetenschapper en zijn wetenschappelijke output.
U kunt vanaf de 59-jarige leeftijd gebruik maken van de seniorenregeling in de CAO. De afspraak is dat deze regeling per 1 maart 2010 eindigt. Daarnaast kunnen er nog per universiteit aanvullende regelingen gelden. Neem hiervoor contact op met de P&O afdeling van uw eigen universiteit. Zolang nog geen nieuwe CAO is afgesloten, blijft de oude regeling in de CAO van kracht.
De werkgever kan u verplichten tot het volgen van een studie of opleiding, indien dit noodzakelijk is voor een goede vervulling van uw huidige of toekomstige functie. De werkgever zal hiervoor de noodzakelijke faciliteiten moeten verlenen (zie art. 6.9 lid 2 CAO).
In art. 4.16b en 4.16c van de CAO zijn bepalingen opgenomen over de levensloopregeling. U kunt gebruik maken van de levensloopregeling via het keuzemodel. Voor meer informatie welke voorwaarden van toepassing zijn in individuele situaties, kunt u het beste contact op nemen met de P&O afdeling van uw eigen universiteit.
Het dienstverband eindigt met ingang van de dag waarop de werknemer de 65 jaar heeft bereikt (zie art. 8.4 CAO). Wanneer de werkgever daarmee instemt, kan een nieuw dienstverband worden gesloten.
De eerste twee ziektejaren kunt u in beginsel niet ontslagen worden (art 8.7 lid 1 sub a1). Onder een aantal omstandigheden kan toch ontslag verleend worden aan de werknemer die zonder goede grond weigert (zie art 8.8 CAO):
- gevolg te geven aan redelijke voorschriften en mee te werken aan getroffen maatregelen om passende arbeid te verrichten; of
- passende arbeid te verrichten; of
- zijn medewerking te verlenen aan het maken en volgen van een plan van aanpak.
Een dienstverband voor bepaalde tijd kan bij openbare universiteiten door werkgever en door de werknemer tussentijds gemotiveerd en indien sprake is van een redelijke grond worden opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van (zie art. 8.3 CAO):
- drie maanden, als u op het tijdstip van opzegging ten minste 12 maanden onafgebroken in dienst bent geweest;
- twee maanden bij een dienstverband tussen de 6 en 12 maanden;
- één maand bij een dienstverband korter dan 6 maanden.
Omdat voor de bijzondere universiteiten het BW en BBA gelden, zijn in de CAO bijzondere bepalingen omtrent opzegging en beëindiging opgenomen in art. 8.11 CAO. De arbeidsrechtelijke regels met betrekking tot opzegging, zoals een vereiste ontslagvergunning bij niet-onderwijzend personeel, zijn op de arbeidsverhouding bij bijzondere universiteiten van toepassing. Ook moet de mogelijkheid van tussentijdse beëindiging uitdrukkelijk in de arbeidsovereenkomst zijn opgenomen.
Indien u ziek of arbeidsongeschikt bent, bouwt u over maximaal 6 maanden vakantiedagen op. Ziekteperiodes waar minder dan een maand tussen zit, worden bij elkaar opgeteld (zie art. 4.7 lid 11 CAO). Als u voor de aanvang van de ziekte- of arbeidsongeschiktheidsperiode een afspraak had gemaakt met betrekking tot flexibele arbeidsduur, blijft deze gedurende de gehele ziekteperiode van kracht. De verrekening van eventueel met de afspraak gemoeide vakantie-uren met het vakantietegoed wordt begrensd tot en met zes maanden. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wordt pro rata gedeeltelijk vakantie opgebouwd.
Het is de bedoeling dat u de vakantie opneemt in het jaar waarin de aanspraak is ontstaan. Meenemen van vakantietegoeden naar het volgende jaar kan alleen als daar afspraken over gemaakt zijn met de werkgever. Als u op 1 juli nog geen afspraken heeft gemaakt over de vakantiedagen, kan uw werkgever een vakantie vaststellen van maximaal vier maal de arbeidsduur per week.
Het is mogelijk dat uw universiteit in het lokaal overleg bijzondere afspraken heeft gemaakt over het meenemen van vakantiedagen. Neem voor deze regelingen contact op met de afdeling P&O van uw universiteit.
Vakantiedagen kunnen worden opgenomen in overleg met de werkgever. De werkgever heeft het recht de gevraagde vakantie te weigeren wanneer de belangen van de instelling zich daartegen verzetten.
Als een werknemer vakantie wil opnemen voor een voor hem geldende religieuze feestdag, wordt dit verzoek ingewilligd tot maximaal vijf dagen per jaar, tenzij het dienstbelang zich hiertegen verzet (zie art. 4.7 CAO).
Als feestdagen gelden: Nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, Eerste en Tweede Paasdag, 5 mei, Hemelvaartsdag, Eerste en Tweede Pinksterdag, Tweede Pinksterdag, Eerste en Tweede Kerstdag en Koninginnedag (zie art. 4.9 CAO). Op deze feestdagen wordt in principe niet gewerkt, tenzij het belang van de instelling dit onvermijdelijk maakt.
Daarnaast is het mogelijk dat er naast deze dagen andere lokale dagen zijn die als feestdag gelden binnen de universiteit. Uw P&O afdeling kan hier meer over vertellen.
Bij een volledige arbeidsduur heeft u recht op 232 vakantieuren per jaar. Dit aantal kan ook hoger of lager zijn door toekenning van bijvoorbeeld z.g. leeftijdsuren of wanneer u voor 1950 geboren bent. In artikel 4.7 (en artikel 4.8 voor werknemers van bijzondere universiteiten) van de CAO vindt u deze aanvullende regels.
Daarnaast kunnen er nog per universiteit aanvullende regelingen bestaan. Neem hiervoor contact op met de P&O afdeling van uw eigen universiteit.
Wanneer u voor 1 januari 2011 WW-gerechtigd wordt en u aan de voorwaarden voldoet, bestaat de mogelijkheid dat uw recht heeft op een FVP-bijdrage. De FVP levert onder voorwaarden kosteloos een bijdrage aan de beperking van een pensioenbreuk bij werkloosheid. Deze regeling is alleen van toepassing wanneer u bij het intreden van de werkloosheid 40 jaar of ouder bent. Kijk op www.svb.nl voor meer informatie en voorwaarden.
Bij het ABP bouwt u tijdens een werkloosheidsperiode nog 37,5% pensioen op bij een volledig dienstverband. Bij een deeltijdbaan bouwt u naar rato op.
Tijdens de eerste twee ziektejaren gaat de pensioenopbouw ongewijzigd door. Indien u volledig werkte en volledig arbeidsongeschikt bent, bouwt u na ontslag premievrij nog 50% pensioen op. Wanneer u voor 1950 geboren bent, bouwt u premievrij 70 % pensioen op tot u 62 jaar bent. Als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent, is de premievrije opbouw ook gedeeltelijk. Wanneer u meer informatie wilt hebben over uw specifieke situatie, kunt u contact opnemen met het ABP.
De AOW is de basispensioenvoorziening voor iedereen die 65 jaar of ouder is. Werknemers van de Nederlandse Universiteiten vullen dit aan met een pensioen bij het ABP. Van het ABP-keuzepensioen, dat geldt voor werknemers die geboren zijn vanaf 1950, kan al op 60-jarige leeftijd gebruik gemaakt worden. Werknemers kunnen er ook voor kiezen daarnaast nog een particuliere lijfrente (pensioen)verzekering af te sluiten. Om de huidige stand van uw pensioen te bekijken, kunt u contact opnemen met het ABP of u kunt terecht op "Mijn ABP" via www.ABP.nl.
De meeste werknemers bij de Nederlandse universiteiten bouwen pensioen op bij het ABP (zie CAO art. 7.1.1.). Wilt u meer weten over uw pensioen, dan kunt u het beste contact opnemen met het ABP.