Print
 

 

 

 

 


 

UNIVERSITEITEN KRIJGEN € 1 MILJARD?
NEE HOOR!


“Een bedrag oplopend tot een €  1 miljard. Dat is niet niks. Het hoger onderwijs krijgt nu €  4 miljard voor onderwijs, daar komt de komende tijd ongeveer 20 procent bij”, aldus minister Bussemaker van Onderwijs in de Volkskrant van zaterdag 6 juni. In deze factsheet worden de “€  1 miljard”, de “komende tijd” en de “20%” onder de loep genomen.

Stelling 1: €  1 miljard is € 620 miljoen, waarvan € 236 miljoen voor universiteiten
De geraamde opbrengsten uit het studievoorschot komen neer op structureel € 920 miljoen. Een deel hiervan heeft de minister al bestemd voor o.a. de ophoging van de aanvullende beurs en vouchers voor afgestudeerden. Na aftrek van deze posten blijft er op lange termijn jaarlijks € 620 miljoen over voor de kwaliteit van het onderwijs.
Van dit bedrag gaat € 236 miljoen naar universiteiten. De minister heeft al ideeën waar dit geld naartoe moet: excellentie (vanwege de weggevallen Sirius-middelen á € 50 miljoen), het profileringsfonds, moderne studiefaciliteiten en kleinschalig onderwijs. Dit moet gerealiseerd worden voor een gemiddeld bedrag van € 17 miljoen per universiteit. Universiteiten willen daarnaast in samenspraak met de medezeggenschap eigen keuzes maken. Zij moeten echter ook een bezuiniging uit het regeerakkoord verwerken. Na verrekening van deze korting, krijgen universiteiten pas vanaf 2023 extra middelen om te investeren in kwaliteit.  

Stelling 2: Komende tijd is pas over 10 jaar
Het hoger onderwijs gaat pas wat merken van de middelen vanaf 2018, dan wordt er € 200 miljoen overgemaakt. De impuls loopt daarna geleidelijk op. Pas over 10 jaar is het structurele niveau van € 620 miljoen bereikt. Om de student al eerder te laten profiteren van kwaliteitsverbeteringen, investeren universiteiten in de jaren 2015-2017 samen met de hogescholen jaarlijks € 200 miljoen vanuit eigen middelen.

Stelling 3: 20% extra investeringen wordt niet gehaald
De minister stelt dat het hoger onderwijs 20% extra middelen krijgt. Het hoger onderwijs ontvangt nu iets meer dan € 4,5 miljard voor onderwijs, dit is inclusief prestatieafspraken en het groene hoger onderwijs. Als de minister deze 20% waar zou maken, dan moet zij op de lange termijn jaarlijks € 290 miljoen extra investeren, en in de eerst komende jaren nog veel meer.


Onderstaande tabel laat de opbrengsten uit het studievoorschot en de totale aftrek zien.

1) Aftrek ophoging aanvullende beurs; ophoging drempel draagkracht terugbetalen; functiebeperking, vereenvoudiging, etc.; Nationaal Onderwijsakkoord en inzet; vouchers; kasschuif
2) Dit bedrag is nog exclusief de bezuinigingen uit het regeerakkoord van Rutte II

 

De opbrengsten zijn exclusief de middelen uit bezuinigingen op de OV-studentenkaart, door studenten buiten de spits te laten reizen (oplopend tot € 200 miljoen in 2025). Universiteiten zijn hier niet op tegen – mits het niet ten koste gaat van de onderwijskwaliteit – maar hebben grote twijfels bij de haalbaarheid van deze geraamde opbrengsten.
 

Onderstaande figuur laat zien dat 20% extra middelen voor het hoger onderwijs niet gehaald wordt. Zelfs als de volledige opbrengst van € 200 miljoen uit de OV-studentenkaart gehaald wordt, dan komt er de eerste 15 jaar geen 20% aan extra middelen bij in het hoger onderwijs.


Bron: Wet studievoorschot hoger onderwijs, 2015
 

Klik hier  voor de factsheet

 

 

Eerder verschenen getallen

 

220

253.482

100

50

95

3,4

8

65.899

0,74

248.247

28.196

8  10  4

135

16