sluit X

Stuur door naar:

* Naam van de geadresseerde
*, (xx@domain.nl) E-mail adres van de geadresseerde.
Stuur eventueel een opmerking of toelichting mee.

Advies Veerman: nodig, niet makkelijk

Vragen over Veerman

Den Haag, 27 april 2010 - Op 13 april werd het advies van de commissie-Veerman gepresenteerd. En werd duidelijk dat het de bedoeling is de massale toestroom naar het hoger onderwijs niet te beperken, maar wel te sorteren. Om zo de prestaties te verbeteren. Meer maatwerk is goed voor studenten en docenten. Om dat te bereiken bepleit de commissie het profileren van de universiteiten als wetenschappelijke instelling en het verder ontwikkelen van het overig hoger onderwijs tot een succesvol en aantrekkelijk alternatief. Hoger onderwijs moet meer variatie bieden dan nu het geval is.
De commissie benadrukt dat dit niet alleen een kwestie van gedifferentieerde onderwijsprogramma’s is. De overheid moet ophouden het hoger onderwijs te bekostigen alsof het om massaproductie gaat: hoe meer des te voordeliger. In plaats daarvan moeten de universiteiten met de overheid periodiek de capaciteit van studies bepalen, kwalitatieve doelstellingen overeenkomen, met de daarbijbehorende budgetten.

Ik heb dit advies toegejuicht. Omdat het hoognodig is, niet omdat het makkelijk is. Het is een breuk met het hoger onderwijsbeleid van tientallen jaren en dat vergt een niet te onderschatten omslag in denken en doen.
Mijn enthousiasme leidde steeds tot dezelfde twee reacties. kwam me op twee soorten vragen te staan.

‘Waarom ben je als universiteitsbestuurder zo’n voorstander van een ambitieuze ontwikkeling (lees: investering in) van het hoger beroepsonderwijs?’ Dat gaat toch ten koste van de universiteiten, bedoelt deze vraagsteller. Integendeel, zeg ik daarop. Wie wil dat universiteiten zich als wetenschappelijke instelling profileren, ziet de massale toestroom naar de universiteit als een bedreiging. De massale belangstelling voor hoger onderwijs moet gespreid worden over een breder spectrum aan studies. En die alternatieven moeten allemáál geschikt en aantrekkelijk zijn voor studenten. Vandaar mijn volle steun voor de doorontwikkeling van lang en kort hoger beroepsonderwijs.

Het tweede type vraagsteller begrijpt niet waarom ik een advies toejuich dat zulke harde noten kraakt over het hoger onderwijs. Met als ondertoon: je kunt toch niet met goed fatsoen jaren lang vrolijk en wel in een ondeugdelijk stelsel werken en nu onderschrijven dat het heel anders moet. Dat is een wel heel cynische gedachte. Hogescholen en universiteiten maakten er al die jaren lang met goede moed en veel inzet, onder lastige omstandigheden het beste van. Mogen wij nu dan alsjeblieft enthousiast worden van een toekomst perspectief dat een einde maakt aan de jaren van meer doen met minder? Van een hoger onderwijs stelsel dat kwaliteit beidt, aan alle soorten en maten studenten? Want mij drijft maar één ding: de kans op een succesvolle studie voor zo veel mogelijk studenten zo groot mogelijk maken. En ik ben ervan overtuigd dat het hoger onderwijs dat de commissie-Veerman schetst, die kans flink vergroot.

Sijbolt Noorda
Voorzitter van de Vereniging van Universiteiten
(VSNU)