Vereniging van universiteiten Lange Houtstraat 2 | Postbus 13739 | 2501 ES DEN HAAG | T: 070-3021400
Den Haag, 20 juli 2009 - Aan een van de Nederlandse universiteiten – laten we zeggen A – werkt een hoogleraar – we noemen hem B – met veel succes in vakgebied C. Wereldwijd wordt B gezien als een van de grootste deskundigen. Dat komt mooi uit want C is een wetenschappelijk en maatschappelijk gezien belangrijk vakgebied.
Hoewel het budget van universiteit A onvoldoende is om B een behoorlijke staf en labuitrusting te bezorgen (meer dan een man of 10 kan er niet af), beschikt hij desondanks over meer dan 100 medewerk(st)ers en een state-of-the-art laboratorium. Hun salaris wordt betaald uit de omzet die B heeft weten te genereren met inkomsten uit octrooien en uit contract en opdrachtonderzoek. Om een en ander mogelijk te maken heeft B samen met zijn universiteit een bedrijf opgericht waarvan zij de enige aandeelhouders zijn. Zo houden ze de controle over de activiteiten van dat bedrijf en kunnen ze de winsten ervan herinvesteren in het bedrijf.
Overigens is B niet alleen op vergroting van de omzet uit. Toen hij enkele jaren geleden een vinding deed met een wel heel bijzonder maatschappelijk belang heeft hij ervan afgezien die te patenteren. Daardoor liep hij een potentiele omzet van honderden miljoenen mis. Het directe belang van de samenleving was hem meer waard dan die miljoenen.
Ook voor de Nederlandse samenleving is vakgebied C van grote betekenis. En ook buiten de universiteit kent men het vakmanschap en de reputatie van B. Het is dus niet verwonderlijk dat ministers en adviesorganen graag gebruik maken van zijn kennis. Hij wordt veel geraadpleegd. Ook door de media.
Nu wil het geval dat een altijd waakzame courant onlangs besloot haar voorpagina te wijden aan B. Niet om de belastingbetalers ertoe op te roepen onderzoek als dat van B beter te financieren. Evenmin om hem lof toe te zwaaien voor zijn zakelijke inslag, al had dat gezien eerdere klaagzangen in dezelfde krant wel voor de hand gelegen. B logenstraft immers het beeld als zou de Nederlandse wetenschap te weinig octrooieren, te weinig bijdragen aan innovatie en te weinig van maatschappelijk nut zijn.
Nee, de wakkere krant luidt de alarmklok omdat B tegelijkertijd verstand van zaken heeft en van zijn vakgebied, en adviezen verstrekt aan de overheid en haar adviesorganen. Het zou immers wel eens zo kunnen zijn dat de overheid als gevolg van zijn adviezen beslissingen neemt waardoor een grotere vraag ontstaat naar de door hem gepatenteerde vindingen, met een grotere omzet van zijn researchbedrijf als gevolg.
Kennelijk kan de krant niet geloven dat de overheid zelfstandig beslist wat ze met B’s adviezen doet. Of meent de krant serieus dat Nederland de wetenschappelijke kennis van B, laat staan zijn vindingen, maar beter ongebruikt kan laten? Wordt de voorpagina soms ingezet om duidelijk te maken dat de overheid zich het best kan laten adviseren door adviseurs zonder bijzondere kennis en ervaring? Wie weet is het vooral een illustratie van het oud-vaderlandse spreekwoord: de beste stuurlui staan aan wal.
Sijbolt Noorda
Voorzitter van de Vereniging van Universiteiten
(VSNU)