sluit X

Stuur door naar:

* Naam van de geadresseerde
*, (xx@domain.nl) E-mail adres van de geadresseerde.
Stuur eventueel een opmerking of toelichting mee.

Een opbeurend woord

Den Haag, 2 september 2010 - Negen maanden geleden ving ik de eerste signalen op. Binnenkort is het zover, zeiden mijn zegslieden. Het kabinet is feitelijk uitgeregeerd. Het gaat er nu alleen nog om hoe het aan zijn einde komt.

Onverantwoordelijk handelen
Ik vond dat zorgwekkend nieuws. Stond de vaderlandse economie tot haar enkels in een crisis of niet soms? Was dit dan het moment om aan partijpolitiek de voorrang te geven boven eendrachtig regeren in het landsbelang? Kennelijk moest de nadrukkelijke crisistaal van de regering met de nodige korrels zout genomen worden.
Het vervolg bevestigde de indruk van onverantwoordelijk handelen. De minister van financiën, crisismanager van de staatshuishouding bij uitstek, trad terug om voor zijn eigen huishouding te gaan zorgen. De bezorgers van het pakket crisismaatregelen dat de commissies heroverweging produceerden, kwamen aan een dichte deur. Het demissionaire kabinet bereidde zich voor op verkiezingen. En in die verkiezingstijd bleek vooral electoraal opportunisme te gelden. Men beloofde wat het beoogde kiezerssegment wilde horen. De medicijnen ten behoeve van de gezondheid van het land op de lange termijn (zoals de voorstellen van de commissie Bakker met betrekking tot de woningmarkt) konden voorlopig in de verpakking blijven.

Drie maanden verder zonder succes
Inmiddels is men drie maanden bezig een nieuwe regering te vormen. Vooralsnog zonder succes. Opnieuw blijken niet overwegingen van landsbelang maar de verwachte reacties van het eigen kiezerssegment voor de politieke leiders het enige kompas. Paars plus komt de VVD niet goed uit en het CDA krijgt bij nader inzien spijt van zijn bereidheid met PVV en VVD in zee te gaan. En denk maar niet dat andere partijen in het vervolg van het proces anders reageren. Het landsbelang blijkt een rekbaar begrip. Evenals het belang van politieke meerderheden. De begroting 2011 wordt aan het parlement gepresenteerd door een kabinet van partijen die samen nauwelijks meer dan 15% van de zetels bezetten.

Zijn wij beter af zonder regering?
Negen maanden geleden was ik bezorgd, en niet alleen ik. Inmiddels zijn we aan de situatie gewend en groeit de overtuiging dat het maar beter is dat er voorlopig geen nieuwe regering komt met een nieuw regeerakkoord en een nieuwe visie op het landsbelang. Vandaag was ik in Brussel en hoorde daar een Vlaamse collega zijn Europese collega’s half schertsend uit de doeken doen dat België en Nederland Europese proefkonijnen zijn om te zien of landen niet beter af zijn zonder regering. Juist waar dringend landsbelang in het geding is, zou het wel eens veel verstandiger kunnen zijn het land zichzelf te laten besturen in plaats van het toe te vertrouwen aan de hand van politieke bestuurders met een beperkte, partijpolitieke blik.
Ziekenhuizen zijn gewoon in bedrijf. Scholen gaan met vakantie en beginnen weer. Politie werkt door. Bedrijfswinsten lopen op. Werkloosheid daalt. Belastinginkomsten stijgen. En wat veel belangrijker is: een herhaling van de jaren tachtig blijft uit. Geen onbezonnen bezuinigingsoperaties die tot stilstand leiden, maar een economie die gaandeweg weer op stoom komt zodat de staatsschuld kan worden afgelost uit de opbrengsten van haar succes.

Niets doen
Tien dagen geleden namen vrienden ons mee naar de oude keizerstad in Peking. In een van de vele imposante gebouwen die ze ons lieten zien, staat een van de vele keizerlijke tronen. Boven deze troon staat het motto van de keizer geschreven. Niets doen.

Sijbolt Noorda
Voorzitter van de Vereniging van Universiteiten
(VSNU)