sluit X

Stuur door naar:

* Naam van de geadresseerde
*, (xx@domain.nl) E-mail adres van de geadresseerde.
Stuur eventueel een opmerking of toelichting mee.

Goedkoop duurkoop

Den Haag, 17 februari 2010 - ‘Jongen, let op,’ zegt de paardenhandelaar tegen zijn zoon. ‘Wat schaars is, is duur. Een prima paard is schaars. Daarom is het veel waard.’ De jongen denkt even na. ‘Maar vader,’ zegt hij. ‘Hoe kan dat? Is een prima goedkoop paard, niet nog schaarser?’ Klassiek voorbeeld uit de economieles.

Onderwijs is duur. Ook wetenschappelijk onderwijs. Wie onderwijs koopt of betaalt, denkt al gauw: dat is me te duur, kan dat niet goedkoper? Geen wonder dat de Nederlandse overheid, althans het ministerie van Financiën, al bijna dertig jaar bij elke bezuinigingsronde denkt: dat moet goedkoper kunnen. Een prima paard, maar dan goedkoop. Ook deze maanden kom ik deze gedachte weer tegen, in vragen van heroverwegingscommissies, bij Haagse experts in financiën en planning, op straat buiten het ministerie van Onderwijs. ‘Dat moet goedkoper kunnen.’ Op zulke grote bedragen moet er toch wat af kunnen. Al die overhead is vast niet nodig. Waarom eigenlijk zoveel dezelfde vakken op vijf, zes, soms acht verschillende universiteiten?

Begrijpelijke en bekende vragen. Het vervelende is dat ook de antwoorden bekende antwoorden zijn. Grote budgetten, inderdaad. Maar kijk eens naar de steile groei van het aantal studenten. En die gaat maar door, tenminste tot 2025. Steiler dan de groei van de budgetten, overigens. Ook de vraag naar overhead is eerder gesteld. En in een landelijk onderzoek door Berenschot volgens het Berenschot-model beantwoord (2007).’Het spijt ons, dames en heren, we vinden niets opmerkelijks. Heel gewone kosten van organisatie en ondersteuning.’ En al die vakken dan? Verreweg de meeste studenten kiezen studies waarvoor grote tot zeer grote belangstelling bestaat; een kleine minderheid (< 10%) volgt studies met minder dan 50 jaargenoten. Wanneer we studies met veel studenten zouden combineren, creëren we onwelkome massaliteit met de bekende klachten van anonimiteit en grootschaligheid. Maar wel de kleine vakken met relatief weinig studenten en weinig staf combineren? Inderdaad, samendoen waar je maar kunt: een gezamenlijke master wiskunde voor het hele land, graduate schools vormen in alle universiteiten. Dat gebeurt al. Zou ook het onderwijsaanbod niet kieskeuriger kunnen? Inderdaad. Er is dan ook sinds de jaren ’80 nogal het een en ander verdwenen en/of gecombineerd. Maar er is een grens. Wie Duits maar op één plaats aanbiedt, moet er mee rekenen dat de toch al geringe belangstelling nog verder terugloopt. Willen we dat? En bovendien, rekenmeesters, zulke kleine vakken met kleine bezettingen schrappen levert kleine besparingen op, die bovendien weer zullen moeten worden uitgegeven aan de groei van andere vakgebieden waarnaar deze studenten dan uitwijken. Bekende vragen, bekende antwoorden. Steeds weer herhaald. Dat schiet niet op.

Wat te doen? Gelukkig zijn er de afgelopen maanden nieuwe elementen in het spel gekomen: ambitie, prestatie, succes. Nederland bij de beste vijf kenniseconomieën! Drastisch minder uitvallers! Onderwijs is duur, goed onderwijs nog duurder. Maar dan heb je ook wat. Goed onderwijs is maatwerk, geen massaproduct in standaard uitvoering. Onderwijs is individuele kennisverwerving en ontwikkeling, op het lijf gesneden. Onderwijs moet passen, eerder als een jas dan een rugzak. Goed onderwijs is duur. Maar alleen op korte termijn; het is geen weggegooid geld. Een land dat ambities heeft, prestaties vraagt en succes wil, zal in goed onderwijs investeren. En krijgt als beloning minder uitvallers en minder sociale kosten, meer gekwalificeerde deelnemers aan de economie en meer actieve burgers aan de samenleving. Investeren in goed onderwijs is vooruitzien. Net als regeren. En een prima paard kopen, dat mag wat kosten.

Sijbolt Noorda
Voorzitter van de Vereniging van Universiteiten
(VSNU)