sluit X

Stuur door naar:

* Naam van de geadresseerde
*, (xx@domain.nl) E-mail adres van de geadresseerde.
Stuur eventueel een opmerking of toelichting mee.

Internationale studentenmobiliteit hoog in het vaandel Nederlandse universiteiten

Den Haag, 29 juni 2009 - In de media is genoemd dat slechts 2,4 procent van de Nederlandse studenten in het Nederlands Hoger Onderwijs voor (een deel van) hun studie naar het buitenland gaat. Veel te laag volgens de Volkskrant. Onderdeel van het probleem zou zijn dat universiteiten studenten liever in Nederland hielden. Het tegendeel is echter het geval. Er gaan inderdaad nog te weinig studenten (tijdelijk) voor hun studie naar het buitenland, maar universiteiten doen er alles aan om dat te veranderen.

Zo pleiten de universiteiten al jaren voor het wettelijk mogelijk maken van een joint degree, een graad die samen met een buitenlandse universiteit kan worden afgegeven. Gelukkig gaat de Kamer eind van deze maand hoogstwaarschijnlijk akkoord met een wetsvoorstel dat dit mogelijk maakt. Eindelijk kunnen universiteiten dan gezamenlijke diploma’s aanbieden met universiteiten in het buitenland. Hierdoor komt buitenlandse ervaring voor veel meer studenten binnen bereik. Studenten hoeven hun buitenlandervaring dan niet meer zelf te organiseren, wat de drempel enorm zal verlagen. De verwachting is dat zodra de wet in het staatsblad heeft gestaan, er al gauw een palet aan joint degrees zal ontstaan. De universiteiten staan al in de startblokken.

Het in het artikel genoemde percentage van 2,4 procent geeft bovendien een sterk vertekend beeld. Dit percentage staat voor alle studenten in het hoger onderwijs, dus van universiteiten én van hogescholen. Daarbij gaat het cijfer alleen om volgen van een volledige Bachelor of Masteropleiding in het buitenland, de zogenaamde diplomamobiliteit. Verreweg de meeste studenten doen echter internationale ervaring op door een aantal vakken binnen de Bachelor of Master in het buitenland te doen, of door een (onderzoeks)stage in het buitenland. Deze mobiliteit meegerekend laat veel positievere cijfers zien: maar liefst 31 procent van de WO studenten heeft een deel van de studie in het buitenland gevolgd. Universiteiten als Wageningen en Maastricht scoren zelfs boven de vijftig procent. De drie technische universiteiten rond de veertig procent. Dat geeft een heel ander beeld. En hier is nog niet in meegerekend dat studenten sinds 2007 hun studiefinanciering meenemen naar het buitenland, want de cijfers verwijzen naar 2004.

En als Mozes niet naar de berg komt, dan halen we de berg wel naar Mozes. Universiteiten willen daarom ‘truly international education’ bieden, want internationale studie-ervaring voor iedere student van belang. Nederland biedt het meest Engelstalige onderwijs aan van continentaal Europa. Nationale en internationale studenten krijgen gezamenlijk les, het curriculum is aangepast aan mondiale vraagstukken en er worden joint curricula aangeboden. Vrijwel alle universiteiten participeren in netwerken met buitenlandse partners waarbinnen afspraken worden gemaakt over mobiliteit en gezamenlijk curricula worden ontwikkeld.

Voor universiteiten blijft verdere internationalisering van het onderwijs hoog op de agenda staan. Om echte mobiliteitsstromen te bevorderen ligt er echter ook een grote taak bij overheid en de studenten zelf. De overheid kan mobiliteit faciliteren via beurzenprogramma’s. Een Europese studie uit maart 2009 toont aan dat 64 procent van de Nederlandse studenten in het hoger onderwijs ooit plannen heeft gehad om tijdens de studie naar het buitenland te gaan. Voor 42 procent van de studenten is gebrek aan geld reden de plannen niet door te zetten. Terecht stelt Hidde Terpoorten van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) dat de studenten ook moeilijk zijn los te weken van hun gezellige studentenbestaan. De studenten die vervolgens wel naar het buitenland gaan, blijven dichtbij huis. Van de studenten die naar het buitenland gaan, kiezen de meesten nog altijd voor België en het Verenigd Koninkrijk.


Sijbolt Noorda
Voorzitter van de Vereniging van Universiteiten
(VSNU)