Vereniging van universiteiten Lange Houtstraat 2 | Postbus 13739 | 2501 ES DEN HAAG | T: 070-3021400
Den Haag, 1 december 2009 - "La France décroche un poste clé. Michel Barnier obtient le fauteuil très convoité de commissaire au Marché intérieur et Services financiers." Zo opende Le Figaro zondagochtend. Frankrijk heeft gekregen wat het wilde, Frankrijk wint.
Nederlandse kranten analyseerden dit weekend hoe Nederland het Europese spel heeft gespeeld. Hebben we het goed gedaan, hadden we meer kunnen scoren? Wekenlang ging het erover. Gaat de minister-president naar Brussel of gaat ie niet? Blijft mevrouw Kroes of wordt het iemand anders? Het Europees bestuur is een Europees kampioenschap: winnen wij of winnen wij niet? Over anderen wordt slechts gesproken en geschreven als ze mededingers zijn.
Dat is elders niet anders. Zo ging het in Ierland afgelopen week over de vraag welke portefeuille Máire Geoghegan-Quinn zou krijgen. De Ieren zagen haar als een goede kandidaat, al twintig jaar actief in de Ierse politiek en sinds een jaar of tien lid van de Europese rekenkamer. Maar wat zou het worden?
Inmiddels zijn de Ieren tevreden, als ik de Irish Times mag geloven. Máire Geoghegan-Quinn wordt de nieuwe commissaris voor wetenschappelijk onderzoek. Naar het oordeel van de Ieren – en commissievoorzitter Barroso heeft het zelf bevestigd – is dit een portefeuille van groot belang voor de toekomst van Europa. Bovendien heeft ie een nieuwe naam gekregen: het was science and research, het is voortaan innovation, science and research. Alles draait om economie, dus is het slim met economische ontwikkeling verbonden te zijn.
Máire Geoghegan-Quinn - went u al aan de naam? – is dus de opvolgster van Janez Potočnik, de in kringen van onderzoek en wetenschap zeer gewaardeerde eurocommissaris. Hij had goede ideeën en kon die ook realiseren. Denk maar ERC en EIT. Bovendien wist hij waarover hij het had, was hij zelf wetenschappelijk onderzoeker en had een instuut voor macroeconomische analyse geleid voordat hij politicus werd. Kortom, de afgelopen jaren had de wetenschap een sterke en kundige bondgenoot in Brussel.
Wat kunnen we van Máire Geoghegan-Quinn verwachten? Ze is van alle markten thuis, maar wetenschap hoort daar niet bij. Ze werd aan Our Lady of Mercy College opgeleid als lerares, maar ging vrijwel onmiddellijk daarna de politiek in. Als vijfentwintigjarige werd ze gekozen als parlementslid in de vacature die ontstond na de dood van haar vader. In 1977 werd ze de eerste vrouwelijke minister in het Ierse kabinet (op het mini-departement voor de Ierse taal). Tussen 1982 en 1995 was ze achtereenvolgens staatssecretaris van Onderwijs, staatssecretaris van Europese zaken, minister van toerisme, transport en communicatie, en later van justitie waar ze naam maakte met een wetsvoorstel dat homosexualiteit uit decriminele sfeer haalde. In 1996 was ze kandidaat-premier, maar trok zich op het laatste moment terug en verliet de politiek. Ze werd commissaris bij bedrijven en ging schrijven – columns en een roman. Maar dat duurde niet lang: in 1999 verhuisde Máire Geoghegan-Quinn naar Luxemburg, als lid van de Europese Rekenkamer, een functie die ze totnutoe vervult.
Van haar zal de Europese wetenschap het de komende jaren moeten hebben, zij zal de ambities van de ERC moeten beschermen en uitbouwen, ten gunste van een sterke, onafhankelijke Europese wetenschapsbeoefening. Zal zij evenals haar voorganger via EIT en kaderprogramma’s de Europese onderzoeksamenwerking stimuleren? Of betekent de nieuwe naam van haar departement dat we een periode ingaan waarin wetenschap bij voorkeur aan bedrijfsbelangen wordt gekoppeld? Het is niet te voorspellen. De Ieren zijn tevreden, de Europese universiteiten wachten af. De belangen van de Europese wetenschap zijn toevertrouwd aan een onbekende.
Sijbolt Noorda
Voorzitter van de Vereniging van Universiteiten
(VSNU)