Vereniging van universiteiten Lange Houtstraat 2 | Postbus 13739 | 2501 ES DEN HAAG | T: 070-3021400
Den Haag, 8 juni 2007 - De Vereniging van Universiteiten kan zich goed vinden in de conclusies van het OECD rapport over het Hoger Onderwijs. De universiteiten onderschrijven de opvatting dat het hoger onderwijsbestel in de kern gezond is en dat er op onderdelen soms stevige veranderingen nodig zijn. De OECD-aanbevelingen zijn een steun in de rug voor de strategie die de universiteiten onlangs samen hebben uitgestippeld.
De OECD adviseert de diversiteit van opleidingen in het HO te laten toenemen om zo de toegankelijkheid van het hoger onderwijs te bevorderen en de aansluiting op de arbeidsmarkt te verbeteren. De VSNU onderschrijft deze aanbeveling van harte. De universiteiten hebben onlangs afgesproken gezamenlijk te werken aan intensiever en diverser onderwijs in de bachelorfase. Het doel hiervan is dat meer studenten hun studie voltooien en meer studenten meer dan het basisprogramma studeren. In dit kader vraagt de VSNU om aandacht voor de student-staf ratio en ruimte voor experimenten.
Een andere aanbeveling van de OECD betreft jong onderzoekstalent. De OECD noemt het van vitaal belang dat Nederland getalenteerde studenten aantrekt voor de wetenschap. Dit is niet alleen nodig om in de toekomst genoeg onderzoekers te hebben, maar ook belangrijk voor de ontwikkeling van innovatie en excellentie. De VSNU onderschrijft dat jong onderzoekstalent cruciaal is voor veel kennisintensieve functies in maatschappij en wetenschap. Op dit moment zijn de carrièreperspectieven voor en de waardering van jonge onderzoekers onder de maat. De VSNU wil zoeken naar wegen om hierin verbetering te brengen, bijvoorbeeld door het promotiestelsel te vernieuwen.
Veel OECD-aanbevelingen zijn gericht op de bevordering van top-onderzoek. Zo adviseert de OECD om het toponderzoek van universiteiten selectief te versterken via de tweede geldstroom (extra geld, zonder matchingsverplichtingen). Daarnaast zou het innovatiebeleid gestroomlijnd en versimpeld moeten worden. Beide aanbevelingen zijn de VSNU uit het hart gegegrepen. Veel van het onderzoek dat de Nederlandse universiteiten verrichten, is al van hoge kwaliteit. Om de internationale concurrentiekracht van het Nederlandse onderzoek verder te vergroten, wil de VSNU samen met KNAW en NWO circa dertig excellente onderzoekseenheden identificeren. Samen moeten deze eenheden het profiel van het Nederlandse onderzoek in het buitenland verder versterken. Dit vraagt om extra investeringen van de overheid en om heldere keuzes voor innovatiegebieden.
Ten slotte is de VSNU verheugd over de nadruk die de OECD legt op internationalisering. Ook de VSNU ziet de noodzaak om de internationale zichtbaarheid en aantrekkelijkheid van het Nederlandse hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek te vergroten. Dit vergt onder meer een scherpere profilering en betere positionering van de Nederlandse universiteiten. De Nederlandse universiteiten willen dat onder meer bereiken door in het buitenland gezamenlijk als research universities naar buiten te treden.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Aly Oldersma, hoofd Communicatie VSNU: 070-302 14 16 / 06-14 72 47 03.