Vereniging van universiteiten Lange Houtstraat 2 | Postbus 13739 | 2501 ES DEN HAAG | T: 070-3021400
In ‘Krachtig Meesterschap', een kwaliteitsagenda voor de lerarenopleidingen (OCW oktober 2008) heeft staatssecretaris Van Bijsterveldt aangegeven veel belang te hechten aan het vergroten van het aantal academisch gevormde docenten in het voortgezet onderwijs. Een van de voorgestelde maatregelen om dat te bewerkstelligen is het aanbieden van educatieve minoren tijdens de bachelorfase van een groot aantal vakken. Studenten die deze minor met goed resultaat hebben gevolgd krijgen de bevoegdheid om les te geven in hun vak in de theoretische leerweg van het vmbo (mavo) en de eerste drie jaren van havo en vwo. Het betreft dus een beperkte bevoegdheid op het tweedegraads gebied.
Dit kader vormt een concrete uitwerking van die voorstellen en beschrijft de minimale eisen die gesteld worden aan omvang en inhoud van de bedoelde educatieve minor. Het kader is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de VSNU en tot stand gekomen in nauw overleg met de VO-raad en het ministerie van OCW.
Op 16 april heeft VSNU de kader voor de educatieve minor aan de Vaste Kamer Commissie voor OCW aangeboden.