sluit X

Stuur door naar:

* Naam van de geadresseerde
*, (xx@domain.nl) E-mail adres van de geadresseerde.
Stuur eventueel een opmerking of toelichting mee.

Verkiezingsplannen hoger onderwijs en onderzoek weinig doordacht

Analyse verkiezingsbeloften door tien wetenschappers

Dinsdag 1 juni 2010 - De plannen die de politieke partijen hebben voor het hoger onderwijs en onderzoek, zijn weinig doordacht, zo concluderen elf vooraanstaande wetenschappers op basis van de verkiezingsprogramma’s van de meeste politieke partijen. Zo zijn de gevolgen van een sociaal leenstelsel onduidelijk en zit er weinig visie achter de onderwijs- en onderzoeksplannen. De ideeën voor een geïntegreerd innovatiebeleid bieden wel perspectief.

Door Wim Groot, Henriëtte Maassen van den Brink,, Martin Paul, Marco Waas, Hugo Priemus, Esther-Mirjam Sent, Frank van der Duyn Schouten, Jan van Hest, Luc Soete en Rudy Rabbinge.


Vanuit onze wetenschappelijke achtergrond hebben wij – elf wetenschappers - ieder voor zich de verkiezingsprogramma’s van de diverse politieke partijen geanalyseerd. Onze vakgebieden variëren van economie, onderwijskunde, infrastructuur, volkshuisvesting, life science, duurzame ontwikkeling, chemie en econometrie. Wij hebben ons vooral gericht op wat we met zijn allen gemeen hebben en ons nauw aan het hart gaat: de paragrafen in de verkiezingsprogramma’s over onderzoek, hoger onderwijs en innovatie. Vanuit verschillende invalshoeken komen we tot conclusies die elkaar vaak aanvullen en verrassend vaak met elkaar in lijn zijn. Dit artikel omvat de grote lijn van de conclusies uit de afzonderlijke analyses.

 

Investeringen en besparingen

Voorzichtig positief is de conclusie dat het hoger onderwijs en onderzoek lijkt te worden gespaard van grote bezuinigingen. Het besef dat kennisontwikkeling cruciaal is voor onze welvaart, is overal in de politiek doorgedrongen. En hoewel het in deze crisistijd niet bon ton is om te zeggen, moet het toch van het hart: niet bezuinigen volstaat helaas niet. De doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s door het CPB laten dat ook zien. De investeringen die de partijen in het onderwijs willen doen, slaan vooral neer in andere sectoren dan het hoger onderwijs. Terwijl vooral daar de komende tien jaar forse investeringen nodig zijn om de grote groei van aantal studenten en meer maatwerk mogelijk te maken. De meeste partijen veranderen niet veel aan de budgetten voor wetenschappelijk onderzoek, terwijl bekend is dat als Nederland inderdaad bij de top 5 van de wereld wil behoren, er miljardeninvesteringen nodig zijn. Want de top 5 kandidaten besteden verhoudingsgewijs 5 tot 6 miljard euro méér aan onderwijs en onderzoek dan Nederland. We bouwen nu dus een achterstand op.
De partijen die willen investeren in onderwijs (alleen de VVD spreekt expliciet over het hoger onderwijs), halen dit geld vooral uit de besparingen die voortvloeien uit de invoering van een sociaal leenstelsel in plaats van de basisbeurs. Er zitten duidelijk voordelen aan deze ingreep. Met een sociaal leenstelsel wordt de toegang tot het hoger onderwijs tegen lagere publieke kosten gerealiseerd. De privé investeringen gaan weliswaar omhoog, maar onderzoek laat zien dat dit geld later ruim wordt terugverdiend in meer loon. Daarbij ontstaat er ruimte voor broodnodige investeringen in het hoger onderwijs, en dat is toe te juichen. Een gevolg is voorts dat ouders meer betrokken zijn bij de studievorderingen, omdat zij – al dan niet verplicht - zelf meer zullen gaan investeren in de studie van hun kinderen.
Echter, zo komt uit verschillende analyses naar voren, de gevolgen van een dergelijke verandering zijn nog te weinig doordacht. Het is niet onderzocht wat het sociaal leenstelsel betekent voor de instroom van studenten en voor het studierendement. Zal het de ambitie om de helft van de jongeren hoger onderwijs te laten volgen in de weg staan? Worden jongeren van allochtone afkomst en met ouders met een laag opleidingsniveau niet afgeschrikt om te gaan studeren als ze weten dat ze zich hiervoor flink in de schulden moeten steken? Wat zal het doen met de tijd en aandacht die studenten aan de studie besteden? Zal het er niet toe leiden dat studenten nog meer bijbaantjes nemen? De meningen hierover mogen verschillen, maar kernpunt is dat het niet is onderzocht. We weten het dus niet. Ook in het buitenland is weinig ervaring met een dergelijk systeem.

Terug naar boven

Studierendement

Over het algemeen is er weinig sprake van echte visie op het onderwijs- en onderzoeksbeleid, moeten wij helaas constateren. Een uitzondering vormt wellicht de roep om meer differentiatie in het hoger onderwijs. Hiervoor is gelukkig redelijk veel erkenning in de politiek. Veel partijen pleiten voor excellente trajecten, en dat is een goede zaak. Daarnaast is er is een algemeen gevoel dat selectie leidt tot betere studenten. De vraag is of dat zo is. Wel is een combinatie van goede voorlichting en selectie van belang voor een goede match tussen student en opleiding, met name voor die studies waar veel uitval is. Selectie aan de poort kan in sommige gevallen goed werken om studiesucces te vergroten. Geef de universiteiten daarnaast zelf de mogelijkheid om een numerus-fixus op te heffen of in te stellen. Een algemene opheffing van de numerus fixus (zoals bepleit door D66 en het CDA) zal leiden tot teveel kwaliteitsverlies.
Veel studenten doen langer over hun studie dan noodzakelijk, of haken voortijdig af. Dit blijft een probleem dat om aandacht vraagt, en terecht. Het verdient aanbeveling om in financiële systemen prikkels voor rendement en studiesucces in te bouwen. Alleen D66 wil universiteiten prikkelen de uitval te beperken door de bekostiging daarvan afhankelijk te maken. Het CDA wil juist de studenten een hoger collegegeld laten betalen wanneer ze te lang studeren. De meeste politieke partijen besteden echter geen enkele aandacht aan het vergroten van de effectiviteit van de besteding van publiek geld door studenten sneller te laten studeren. Los van financiële prikkels is het belangrijk dat universiteiten de ruimte en het budget krijgen om zelf effectief beleid te voeren dat leidt tot een beter studiesucces.

Terug naar boven

Huisvesting

Problemen rond de studentenhuisvesting en de universiteitsgebouwen lijken in de politiek niet te bestaan. Toch is er dringend aandacht voor nodig. Het aantal studerende jongeren in Nederland blijft de komende jaren groeien. Hierdoor is er meer studentenhuisvesting nodig. Het tekort aan studenteneenheden tot en met 2015 is becijferd op bijna 60.000 eenheden. Investeren in studentenhuisvesting is echter zeer onrendabel, omdat de doelgroep weinig koopkrachtig is. In de verkiezingsprogramma’s wordt hierover geen woord gerept, terwijl de oplossing toch van de politiek moet komen.
Evenmin is er aandacht voor het onderhoud en de ontwikkeling van het universitaire vastgoed. Door krimpende budgetten staat deze steeds meer onder druk, terwijl vastgoed van groot belang is voor de aantrekkingskracht van de universiteit als werkgever.

Terug naar boven

Innovatie

Onderzoek en innovatie worden door veel partijen aan elkaar gekoppeld. In Nederland wordt onderzoek primair gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en het ministerie van Economische zaken. Daarnaast hebben andere ministeries, zoals van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, ook een substantieel budget beschikbaar voor onderzoek. Vaak is er weinig regie inzake de vraag hoe dit geld verdeeld wordt onder de wetenschappers. Vanuit verschillende partijen (D66, VVD, ChristenUnie) wordt ingezet op het instellen van één loket voor wetenschapsfinanciering, De VVD bepleit zelfs het oprichten van een nieuw ministerie van onderzoek en innovatie. Hoe dan ook, betere afstemming van subsidies is zeker gewenst. Als dit een efficiëntere en minder bureaucratische financiering met zich meebrengt, is dat prima.
Deze regiefunctie mag echter niet ten koste gaan van investeringen in fundamenteel onderzoek, en niet leiden tot een focus op onderzoek dat een te korte termijn behelst, of dat alleen maar gericht is op economisch interessante disciplines. De primaire functie van een universiteit is om mensen op te leiden, die met state of the art kennis aan de slag kunnen gaan in de maatschappij.

Terug naar boven

Tien wetenschappers

  • Wim Groot is hoogleraar gezondheidseconomie en hoogleraar evidence based education aan de Universiteit Maastricht
  • Henriëtte Maassen van den Brink is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar evidence based education aan de Universiteit Maastricht
  • Martin Paul is hoogleraar en decaan aan de Faculty of Health, Medicine and Life Sciences (FHML) van de Universiteit Maastricht
  • Marco Waas is hoogleraar Werktuigbouwkunde aan de Technische Universiteit Delft
  • Hugo Priemus is hoogleraar Besluitvorming Grote Infrastructuurprojecten aan de Technische Universiteit Delft
  • Esther-Mirjam Sent is hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen
  • Frank van der Duyn Schouten is hoogleraar Mathematische Besliskunde aan de Universiteit van Tilburg
  • Jan van Hest is hoogleraar Organische Chemie aan de Radboud Universiteit Nijmegen
  • Luc Soete is hoogleraar Internationale Economische Betrekkingen aan de Universiteit Maastricht
  • Rudy Rabbinge is hoogleraar duurzame ontwikkeling aan de Universiteit Wageningen

De afzonderlijke analyses van de verkiezingsprogramma’s zijn te lezen op www.vsnu.nl/verkiezingen