Vereniging van universiteiten Lange Houtstraat 2 | Postbus 13739 | 2501 ES DEN HAAG | T: 070-3021400
Het onderwijs aan researchuniversiteiten heeft een eigen karakter, dat het onderscheidt van het hbo. In het onderwijs aan een researchuniversiteit staat academische vorming centraal en is de verbinding met onderzoek essentieel. De researchuniversiteiten waarborgen de kwaliteit van het onderwijsproces, het niveau van diploma’s, de integriteit van het onderwijs en de relevantie van het onderwijs voor de arbeidsmarkt.
Onderwerpen die op de werkagenda onderwijs van de VSNU staan, zijn onder andere:
- Bevorderen van studiesucces van studenten
- Bevorderen van academische vorming (zoals de Student Research Conference)
- Excellentie in het onderwijs
- Kwaliteit van het onderwijsproces (de in- en externe kwaliteitszorg)
- Studiekeuzegesprekken en selectie
- Capaciteitsregulering (numerus fixus)
- Docentkwaliteit
- Eigen karakter van graduate en undergraduate onderwijs
Het wetenschappelijk onderwijs is aan grote veranderingen onderhevig. Belangrijke oorzaak is groei van het aantal wo-studenten. De verwachting is dat het totale aantal ingeschrevenen aan universiteiten in 2020 ten opzichte van 2009 zal zijn gestegen met 35 procent . Dat is een kans voor de economie, maar het noodzaakt ook tot stevige inspanningen gericht op het succes van de studenten. Tegelijkertijd worden er op een aantal terreinen: zorg, onderwijs en Bèta en Techniek, tekorten verwacht. Juist op deze terreinen is er een grote maatschappelijke behoefte aan academici.
Met de groei is ook de diversiteit in de studentenpopulatie toegenomen: naar talent, naar voortraject, maar ook naar sociale, culturele en internationale achtergrond. Deze diversiteit vraagt – adviseert ook de commissie Veerman - om een gedifferentieerdere benadering van studenten, naar hun niveau, interesses en de werkervaring die ze misschien meebrengen. Het stelt eisen aan een passende structurering van het onderwijs, intensiteit van het onderwijs en begeleiding, en vraagt zeker ook het snel opsporen en wegwerken van deficiënties (met name op het vlak van reken- en taalvaardigheid).
Ook de overheid stelt steeds hogere eisen aan het wetenschappelijk onderwijs. Studie-uitval moet afnemen, studierendement moet beter en de onderwijsintensiteit moet toenemen. Doelstellingen waarover de overheid medio 2012 per universiteit afspraken wenst te maken. Er komt meer (wettelijke) ruimte voor selectie en collegegelddifferentiatie. Tegelijkertijd laat een studie van het CBS zien dat de groei van het macrobudget tussen 1997 en 2007 is achtergebleven bij de groei van het aantal studenten in die periode. De stijging van de studentenaantallen is voor een groot deel opgevangen door een gedaalde docent-studentratio.
Tegen deze achtergrond werken alle universiteiten hard om het studiesucces van studenten te verbeteren. Daarbij heeft elke universiteit een aanpak gekozen die het best aansluit bij de eigen organisatie, de eigen studieprogramma’s en het eigen onderwijsconcept. Universiteiten bieden, binnen de huidige financiële kaders, steeds meer maatwerk aan waarbij vrijblijvend studeergedrag wordt teruggedrongen. Die inspanningen hebben tot een kentering geleid, maar verdergaande inzet is nodig.
Christiaan van den Berg, domeinleider Onderwijs