sluit X

Stuur door naar:

* Naam van de geadresseerde
*, (xx@domain.nl) E-mail adres van de geadresseerde.
Stuur eventueel een opmerking of toelichting mee.

Speerpunten universiteiten

Nederland is een kenniseconomie met een internationale oriëntatie. Een hoogopgeleide beroepsbevolking en uitstekende prestaties in wetenschap en innovatie zijn daarom onmisbare randvoorwaarden voor een sterke concurrentiepositie. En een goed perspectief op een welvarende samenleving. Universiteiten spelen hierbij een cruciale rol. Hier ontwikkelen zich nieuwe generaties ingenieurs, artsen, ondernemers, juristen, docenten en onderzoekers. Hier wordt de basis gelegd voor ons collectieve vermogen om ook in de toekomst maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. Om technologische innovaties te ontwikkelen. Om onze welvaart te handhaven. Kortom een duurzame samenleving te zijn.

Op de korte termijn is een voortvarende aanpak van de staatsschuld van groot belang. Maar voor het gewenste toekomstperspectief is meer nodig. Daar komen wetenschappelijk onderwijs en onderzoek in het spel. De opbrengsten ervan voor de samenleving zijn even cruciaal als duurzaam. Ze bieden een positief lange termijn perspectief en ze vragen een gezamenlijke aanpak gericht op stabiliteit en continuïteit. Deze aanpak is voor het onderwijs te vinden in de adviezen van commissie-Veerman en de universitaire prestatieagenda’s. Daarnaast committeren universiteiten zich aan een voortgezet topsectorenbeleid. Dat is een onderdeel van een evenwichtige wetenschappelijke onderzoekstrategie. Horizon 2020 van de Europese Commissie is een ander cruciaal element.

Universiteiten zijn gebaat bij stabiele condities en volgehouden perspectieven. Veranderingen renderen niet binnen een kabinetsperiode. Alleen breed gedragen lange termijnstrategieën zullen de gewenste resultaten voor de samenleving metterdaad opleveren. De universiteiten geven hun inzet aan en onder welke condities hun bijdragen maximaal effectief kunnen zijn voor de samenleving van de toekomst.


Succesvolle academici opleiden voor de arbeidsmarkt

Universiteiten kunnen en zullen voorzien in voldoende, goed opgeleide academici met succes op de arbeidsmarkt, bij eerste intrede en gedurende decennia daarna. Dat is de eerste bijdrage van de universiteiten. Daarop zetten de prestatieagenda’s in. Het gaat om studiesucces, om hoge prestaties van studenten én docenten, om verschillende kwalificatieniveaus (masters, research masters, PhD’s). De universiteiten streven ernaar dat afgestudeerden in alle gevallen, naast de eisen van academische vakkennis en ontplooiing, aan de internationale vereisten van de arbeidsmarkt (zie de Bologna agenda van skills en employability) voldoen.

Afgelopen najaar is deze inzet verankerd in een hoofdlijnenakkoord, waarin de nodige condities van wetgeving en financiële bijdragen zijn opgenomen. Voor een maximaal effect van de prestatieagenda’s is het noodzakelijk dat tenminste de voorziene financierings- en wetgevingskaders van het hoofdlijnenakkoord worden doorgezet.
In de periode tot 2020 is de complete uitvoering van de adviezen van de commissie-Veerman (waaronder een sterke differentiatie van het opleidingsaanbod en een stabiele capaciteitsbekostiging) nodig om het succes verder te vergroten door de brede en zeer geschakeerde studentenstromen passende en stimulerende studietrajecten te bieden.
Het succes van studenten is in hoge mate afhankelijk van een inspirerend werkklimaat in de universiteiten. Daarop zetten de universiteiten dan ook in. Maar het is ook sterk afhankelijk van goede, stabiele en stimulerende condities voor de studenten. Twee jaar geleden hebben de universiteiten gepleit voor ombouw van het stelsel van studiefinanciering (onder het motto studeer nu, betaal later). Op termijn zou daarmee de private bijdrage aan het hoger onderwijs toenemen. De daarmee vrijvallende publieke middelen kunnen tijdelijk worden benut om de overheids-financiën in evenwicht te brengen en er vervolgens de hoognodige intensivering van het onderwijs mee te betalen. De universiteiten werken graag mee aan een dergelijke aanpak, onder andere ter vervanging van de langstudeerdersmaatregel, die meer nadelen dan voordelen heeft.

Terug naar boven

Versterking van de internationale positie

De tweede bijdrage die de universiteiten leveren, bestaat uit onderzoeksprestaties op internationaal niveau, passend in het Nederlandse topsectorenbeleid, aansluitend bij de Europese grand challenges, werkend in de voorhoede van de fundamentele wetenschapsbeoefening op alle wetenschapsgebieden. De universiteiten richten hun onderzoeksprofielen naar deze vier kenmerken en versterken de samenwerking onderling en met andere partijen in binnen en buitenland. Tot nu toe is de Nederlandse wetenschap in staat geweest op hoog internationaal niveau te presteren. Valorisatie is daarbij een vast bestanddeel, gericht op maatschappelijke waardecreatie op een breed front.

Ook deze bijdrage vergt stabiele condities: niet met elke kabinetsperiode wisselende kaders, maar een evenwichtig onderzoeksbeleid gericht op de lange termijn. De universiteiten roepen de politieke partijen op ook in dit opzicht samenhang en continuïteit te bevorderen.

In de afgelopen anderhalf jaar is de samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven verder geïntensiveerd. Het gaat er nu om een en ander in de praktijk te brengen. Van groot belang is een snelle, positieve besluitvorming over de Europese innovatieagenda (Horizon 2020, cohesiefondsen). Met daarbij de garantie dat de Nederlandse wetenschap volop kan profiteren van de Europese gelden door een goed matchingsregiem.

Tenslotte is van groot belang dat niet alleen private partijen, maar ook de overheid, zodra de financiële situatie dat toelaat, de investeringen in onderzoek en innovatie op het niveau van concurrerende landen als Duitsland, Zwitserland en de Scandinavische landen brengt. Voor de internationale positie van Nederland en zijn toekomstig concurrentievermogen is dat cruciaal.

Terug naar boven

Verhoogde efficiency en transparante verantwoording

In tijden van financiële krapte is het extra belangrijk dat universiteiten hun maatschappelijke relevantie aantonen en efficiënt omgaan met publieke middelen. Universiteiten zetten in op verhoogde efficiëntie, grotere transparantie en effectieve interne kwaliteitsbewaking. Daarmee wordt vertrouwen vergroot en wordt het geld goed besteed. Aan de kant van de overheid kan meer efficiency worden bereikt door de inspectie van het hoger onderwijs sterk te beperken (de NVAO is ruim voldoende als kwaliteitsgarant), het wet- en regelstelsel zo eenvoudig mogelijk te houden en bij de governance in het wetenschapsdomein gebruik te maken van bestaande organisaties en programma’s (in plaats van er nieuwe aan toe te voegen).

Meer efficiency en effectiviteit kan ook bereikt worden in het deeltijdonderwijs en op het bredere domein van life long learning. Het aanbod aan post-initiële universitaire opleidingen op marktconforme voorwaarden moet worden uitgebreid, om wetenschappelijke kennis beter te benutten en professionals tijdig bij en om te scholen. Bij het universitaire deeltijdonderwijs kan de Open Universiteit een hoofdrol spelen. Zij is bij uitstek geschikt om flexibele parttime opleidingen te ontwikkelen en aan te bieden, in samenwerking met docenten van de andere universiteiten. Zodoende wordt de beschikbare ervaring en vakkennis gebundeld en beter gebruikt.

Terug naar boven