Print
 
 

Dierproeven


Het gebruik van proefdieren is voor veel wetenschapsgebieden noodzakelijk om wetenschappelijke en medische doorbraken te realiseren ten behoeve van mens én dier. De Nederlandse universiteiten snappen de zorgen in politiek en maatschappij ten aanzien van het gebruik van proefdieren in wetenschappelijk onderzoek; daarom werken zij aan vermindering, verfijning en vervanging van dierproeven.

Binnen Nederland wordt al het onderzoek en onderwijs met proefdieren vooraf getoetst door een erkende Dierexperimenten Commissie (DEC). Deze adviseren de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) bij het verlenen van projectvergunningen. Bij de afweging of toestemming voor de proeven wordt verleend wordt uitgegaan van o.a. het 3V-beleid. In dit beleid wordt vermindering van het gebruik van proefdieren nagestreefd door 1) Vervanging door waar mogelijk alternatieven voor proefdieronderzoek te gebruiken of te werken met “lagere dieren”, 2) Vermindering van het aantal proefdieren, en 3) Verfijning, waarbij het onderzoek zodanig wordt opgezet dat het leed of ongemak waaraan het proefdier wordt blootgesteld sterk verminderd wordt. Deze 3V’s worden impliciet ook door de wetgever geëist in het Dierproevenbesluit.


De Nederlandse universiteiten vinden het belangrijk om de maatschappij op een zo transparant mogelijke manier in te lichten over het gebruik van proefdieren in hun onderzoek. Alle universiteiten en UMC’s hebben de gedragscode ‘Openheid dierproeven’ ondertekend waarmee inzicht wordt gegeven in het gebruik van proefdieren. Dit gebeurt onder andere via het ‘Jaarverslag dierproeven’ en via publieksvoorlichting, rondleidingen en artikelen.

 

Voorlichtingsfilm Stichting Informatie Dierproeven
 


Dierproeven met niet-humane primaten
Het 3V-beleid geldt evenzeer voor onderzoek met niet-humane primaten, dat is een groep dieren die veel overeenkomsten vertoont met mensen. Onderzoek met niet-humane primaten is in Nederland (en de Europese Unie) aan zeer strikte voorwaarden is gebonden. In enkele vakgebieden, waaronder infectieziekten, het afweersysteem en de hersenen, kan onderzoek met niet-humane primaten niet worden vermeden, omdat de anatomie en fysiologie van deze dieren moet lijken op die van de mens en er nog geen alternatieven beschikbaar zijn. Vandaar dat alle universiteiten het belang van dit onderzoek, mits aan de stringente voorwaarden is voldaan, onderschrijven. Onderzoek met mensapen, zoals chimpansees en gorilla’s, is in Nederland verboden.