Print
 
 

Docentkwaliteit
Basiskwalificatie Onderwijs

 

De Nederlandse universiteiten hebben met de VSNU een soort keurmerk opgesteld voor docenten. Deze zogeheten Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) is een bewijs van de didactische bekwaamheid van docenten in het wetenschappelijk onderwijs. In 2007 waren er 983 docenten met een BKO. In 2011 was dat aantal al gestegen boven de 2300.

Professionalisering
Inmiddels starten steeds meer universiteiten trajecten voor een Seniorkwalificatie Onderwijs (SKO). Ook bundelen universiteiten hun onderwijsonderzoek, advies- en professionaliseringactiviteiten in graduate schools en evalueren ze de resultaten.

Vervolgstappen
In 2013 staan de volgende doelen op de agenda:

  • Besluitvorming over vervolgactiviteiten ten aanzien van de Basiskwalificatie Onderwijs
  • Voorstel voor landelijke erkenning van de Seniorkwalificatie Onderwijs

 

Wederzijdse erkenning BKO
In 2008 hebben de universiteiten de basiskwalificatie onderwijs wederzijds erkend. Er zijn afspraken gemaakt over de kenmerken en de inhoud van de kwalificatie. Alle universiteiten hebben deze kenmerken in hun eigen kwalificatie opgenomen. De erkenning betekent dat gecertificeerde docenten zonder nadere toetsing door alle deelnemende instellingen als gekwalificeerd docent in academisch onderwijs worden erkend.

Op 23 januari 2008 tekende de 14 Nederlandse universiteiten de overeenkomst voor wederzijdse erkenning:

 

 
 
 
   
 
 
 
   
 
     
 
     
  ;
 
 
   
  ;
     
 

 

 

 

Trendvolgers

Andere instellingen voor hoger onderwijs van universitair niveau hebben de wens geuit zich aan te sluiten bij de wederzijdse erkenning. Deze instellingen worden trendvolgers genoemd. De BKO-regelingen van de volgende instellingen zijn erkend door de Nederlandse universiteiten: