Print
 
 

Studietempo Bachelor

 
Op basis van data uit het 1cijferHO-bestand blijkt dat het studietempo van bachelor-studenten omhoog is gegaan: studenten studeren sneller af.
 
Het landelijke studietempo wordt bepaald op basis van het aantal studenten dat zich na één jaar weer opnieuw inschrijft voor een wo-opleiding en vervolgens een wo-bachelor-diploma haalt. Reden om te kijken naar de studenten die zich na één jaar opnieuw inschrijven, is dat het eerste studiejaar gebruikt wordt om te bepalen of er een goede aansluiting is tussen de student en de opleiding. Studenten kunnen bijvoorbeeld overstappen naar een aanverwante WO-opleiding of HBO-opleiding zonder alle studiepunten of studiefinanciering kwijt te raken.

In 2011 begonnen ongeveer 26.800 vwo-ers[1] aan een universitaire bacheloropleiding. Na het eerste jaar schreef bijna 90% zich weer opnieuw in bij een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs. Studenten die stopten kozen voor een studie aan een hogeschool (7%) of stopten met studeren in het Nederlands bekostigd onderwijs (3%)[2].

Het percentage studenten dat een universitaire bacheloropleiding binnen vier jaar haalt, is sinds 2005 telkens toegenomen: van de starters in 2005 bleek na 4 jaar 52% een bachelordiploma te hebben behaald. Van de groep die startte in 2011 is inmiddels 69% in het bezit van een bachelordiploma.
Het aantal studenten dat in 3 jaar het bachelordiploma haalt , nam ook toe: van de studenten gestart in 2005 had 23% een diploma binnen drie jaar; van de startende studenten in 2011 is dat 33%.




Oorzaken stijging studietempo
De stijging van het studietempo heeft wellicht meer dan één oorzaak. In de afspraken die de universiteiten in 2007 met het ministerie van OCW hebben gemaakt, staat dat universiteiten meer gaan doen aan het studietempo van studenten. Dit doen ze door opleidingen beter studeerbaar te maken en door duidelijkere eisen te stellen aan studenten. Dit beleid heeft inmiddels effect.

Bij met name technische universiteiten was voorheen een onduidelijke overgang tussen de bachelor- en de masterfase. Dat had tot gevolg dat studenten hun bacheloropleiding niet afronden, maar wel alvast mochten beginnen aan de masteropleiding. Vanaf studiejaar 2012/’13  is er bij alle universiteiten een zogenaamde “harde knip” tussen bachelor en master: studenten mogen pas aan een masteropleiding beginnen als ze een bacheloropleiding hebben afgerond.


Sectoraal studietempo vs studietempo per instelling
De VSNU kijkt naar het studietempo van de sector als geheel: hoeveel studenten beginnen aan een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, schrijven na 1 jaar opnieuw in voor een wo-opleiding en ronden een opleiding af? Universiteiten hebben in de Prestatieafspraken een afspraak gemaakt over het studietempo per instelling: hoeveel studenten die instromen bij de universiteit schrijven zich na het eerste jaar opnieuw in bij dezelfde universiteit en studeren vervolgens af? Universiteiten tonen dan ook andere cijfers dan dat de sectorale cijfers laten zien, maar deze zijn niet meer of minder juist.



________________________________________
[1] Selectie vwo-ers: hoogste vooropleiding = vwo, 1e jaar deelname hoger onderwijs, voltijdse inschrijving, directe instroom van vwo naar wo (maximaal 1 tussenjaar).

[2] “stopten met studeren in het Nederlands bekostigd hoger onderwijs” kan betekenen dat studenten zijn gaan studeren aan een niet-bekostigde instelling, naar het buitenland zijn vertrokken of daadwerkelijk (tijdelijk) zijn gestopt. Hoe deze verhouding ligt, valt niet te achterhalen.
 

Download

Infographic