Print
 
 

Bachelor-rendementen WO

 

Op basis van data uit het 1cijferHO-bestand is duidelijk dat bachelor-studenten sneller zijn gaan studeren: het  rendement is toegenomen.
 

Sectorrendement


Het landelijke rendement wordt bepaald op basis van de het aantal studenten dat zich na 1 jaar weer opnieuw inschrijft voor een wo-opleiding en vervolgens een wo-bachelor-diploma haalt. Reden om te kijken naar de studenten die zich na één  jaar opnieuw inschrijven, is dat het eerste studiejaar gebruikt wordt om te bepalen of er een goede aansluiting is tussen student en opleiding. Studenten kunnen bijvoorbeeld overstappen naar een aanverwante WO-opleiding of HBO-opleiding zonder alle studiepunten of studiefinanciering kwijt te raken.


In 2005 begonnen ongeveer 21.000 vwo-ers [1] aan een universitaire bachelor-opleiding.  Na het eerste jaar schreef bijna 90% zich weer opnieuw in bij een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs. Studenten die stopten kozen voor een studie aan een hogeschool (7%) of stopten met studeren in het Nederlands bekostigd onderwijs (3%) [2]. Van de studenten die doorgingen in het wo bleek na vier jaar 52% een bachelordiploma te hebben behaald. Sindsdien neemt het percentage studenten dat een wo-opleiding binnen vier jaar haalt, telkens toe: van het aantal vwo-leerlingen dat in studiejaar 2010 begonnen, is in 2014 66% afgestudeerd.

 

 
Het aantal studenten dat in 3 jaar het bachelordiploma haalt (na herinschrijving), nam ook toe: van de studenten gestart in 2007 had 24% een diploma binnen drie jaar; van de startende studenten in 2010 is dat 31%.
 

Oorzaken stijging rendement


De stijging van het rendement heeft wellicht meer dan één oorzaak. In de afspraken die de universiteiten in 2007 met het ministerie OCW hebben gemaakt, staat dat universiteiten meer gaan doen aan het studietempo van studenten, door opleidingen beter studeerbaar te maken en door duidelijkere eisen te stellen aan studenten. Dit beleid heeft inmiddels effect.


Bij met name technische universiteiten was voorheen een onduidelijke overgang tussen de bachelor- en de masterfase. Dat had tot gevolg dat studenten hun bachelor-opleiding niet afronden, maar wel alvast mochten beginnen aan de master-opleiding. Sinds studiejaar 2012/’13  is er bij alle universiteiten een zogenaamde “harde knip” tussen bachelor en master: studenten mogen pas aan hun masteropleiding beginnen als ze de bachelor hebben afgerond.

 

Sectoraal rendement vs Instellingsrendement


De VSNU kijkt naar rendementen naar de sector als geheel: hoeveel studenten beginnen aan een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs en ronden deze ook af? Universiteiten hebben in de Prestatieafspraken een afspraak gemaakt over het Instellingsrendement: hoeveel studenten stromen in bij de universiteit, schrijven zich na het eerste jaar opnieuw in bij dezelfde universiteit en studeren vervolgens af. Universiteiten tonen dan ook andere rendementscijfers dan hier de sectorale cijfers laten zien.



________________________________________
[1] Selectie Vwo-ers: hoogste vooropleiding = vwo, 1e jaar deelname hoger onderwijs, voltijdse inschrijving, directe instroom van vwo naar wo (maximaal 1 tussenjaar).

[2] “Verdween uit het Nederlands bekostigd hoger onderwijs” kan betekenen dat studenten zijn gaan studeren aan een niet-bekostigde instelling, naar het buitenland zijn vertrokken of daadwerkelijk (tijdelijk) zijn gestopt. Hoe deze verhouding ligt, valt niet te achterhalen.