Print
 
 

Baten en lasten van universiteiten

 

Onderstaande tabel geeft de baten en lasten van universiteiten over de periode 2010-2014 weer. In de getoonde jaren is er sprake geweest van een positief exploitatieoverschot op sectorniveau. Met de overschotten worden (toekomstige)  investeringen gefinancierd en een buffer in stand gehouden waarmee fluctuaties in de financiering en overige risico’s kunnen worden opgevangen. Daarnaast is een exploitatieoverschot nodig om de waarde van het eigen vermogen te beschermen tegen inflatie. Positieve exploitatieresultaten worden ook benut om de in het kader van de invoering van het Studievoorschot afgesproken voorinvesteringen te kunnen doen. Meer informatie over de financiële positie van universiteiten vindt u hier.

 

Waar komt het geld vandaan, en waar gaat het naartoe?
De rijksbijdrage vormt meer dan de helft uit van de totale universitaire baten (57%). Andere baten komen voornamelijk van contractonderzoek in opdracht van derden (bedrijven en overheden). De overige baten bestaan onder andere uit  de verhuur van gebouwen,  de catering en de sportfaciliteiten. Meer informatie over de bekostiging van universiteiten vindt u hier.

 

De onderstaande infographic laat zien waar universiteiten hun geld aan uitgaven in 2014. De ruime meerderheid van de universitaire lasten bestaat uit personeelslasten (66%): de salarissen, sociale lasten en pensioenpremies voor het wetenschappelijk en ondersteunend personeel. De huisvestingslasten vormen maar een relatief klein deel van de totale lasten: 8%. Afschrijvingen op gebouwen en overige activa vormen 6% van de totale lasten. De overige lasten bestaan uit bijvoorbeeld administratie- en beheerslasten, licenties en de aanschaf van inventaris.

 

 

Laatst bijgewerkt op 07-03-2016