Print
 
 

Huisvesting universiteiten

 

Moderne huisvesting en faciliteiten zijn cruciaal voor het realiseren van baanbrekend onderzoek en goed onderwijs. Wetenschappers zijn voor het doen van nieuwe ontdekkingen afhankelijk van de nieuwste apparatuur en studenten vragen om moderne werkplekken. Waar tien jaar geleden nog werd gedacht dat de campus steeds virtueler zou worden, is nu duidelijk dat studenten en medewerkers juist meer behoefte hebben aan fysieke ontmoeting en samenwerking op de campus.

 

Dit is één van de belangrijke conclusies uit het rapport Campus NL. In opdracht van de VSNU heeft een onderzoeksteam van de TU Delft, onder leiding van dr. Alexandra den Heijer, onderzoek gedaan naar verleden, heden en toekomst van de universiteitscampus. Uit het onderzoek blijkt dat de universiteiten, sinds zij in 1995 de universiteitsgebouwen in eigendom hebben gekregen, hun middelen slim en efficiënt inzetten. In de afgelopen 10 jaar is het aantal studenten en medewerkers flink toegenomen, maar slagen universiteiten er toch in door slimmer ruimtegebruik iedereen een plek te geven. Tegelijkertijd is het onderhoudsniveau van gebouwen flink verbeterd.

 

Klik op de infographic voor een grotere weergave

 

Het onderzoek laat ook zien dat het goed managen van de campus een steeds complexere opgave wordt. Door toenemende dynamiek is het lastiger in te schatten hoeveel en welk type ruimte er over tien, twintig of dertig jaar nodig zal zijn. Zo zijn studentenaantallen, mede door een groter aandeel internationale instroom, minder eenvoudig te voorspellen. Daarnaast veranderen de functionele eisen aan onderwijsruimtes en labs steeds sneller door wijzigende onderwijsmethoden en onderzoeksthema’s. De verduurzamingsopgave, strengere regelgeving, hogere eisen van gebruikers en het toenemend gebruik van ICT-voorzieningen zijn ook voorbeelden van trends die de functionele eisen aan universiteitsgebouwen sterk beïnvloeden. De universiteiten herkennen de aanbeveling in het rapport om in de huisvestingsplannen rekening te houden met verschillende scenario’s, waaronder krimp. Zij doen dit bijvoorbeeld door flexibel te bouwen of door het huren van een deel van hun huisvesting.

 

Het maken van slimme keuzes is cruciaal aangezien met het bouwen, renoveren en onderhouden van huisvesting en faciliteiten grote bedragen zijn gemoeid. Investeren vanuit eigen vermogen (door eerst te sparen) is goedkoper dan investeren vanuit vreemd vermogen (door te lenen en vervolgens jarenlang rente te betalen). Universiteiten kiezen er daarom voor om hun vastgoedinvesteringen zoveel mogelijk te financieren met eigen middelen. Het verschilt per universiteit hoe oud de gebouwen zijn en in hoeverre er binnenkort veel vervangen moet worden. Dit verklaart mede de groei van het eigen vermogen en de liquide middelen van (een deel van de) universiteiten in de afgelopen jaren. Meer over de financiële positie van universiteiten vindt u hier.

 

Themaonderzoek van de Inspectie van het Onderwijs naar huisvesting mbo, hbo en wo
Op 20 juni 2016 is het onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs naar huisvesting in het mbo, hbo en wo gepubliceerd. De Inspectie concludeert dat de investeringen in huisvesting door de universiteiten niet ten koste gaan van de onderwijskwaliteit of de uitgaven aan personeel. De komende jaren wordt er door de universitaire sector fors geïnvesteerd in de nieuwbouw en renovatie van de huisvesting en overige faciliteiten voor onderwijs en onderzoek. Investeringen zijn nodig voor de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek, want universiteiten beschikken gemiddeld gezien over relatief oude gebouwen. De Inspectie ziet geen grote risico’s voor de financiële continuïteit van universiteiten. De reactie van de VSNU op het themaonderzoek van de Inspectie kunt u hier raadplegen. Het themaonderzoek van de Inspectie en de beleidsreactie van OCW kunt u hier downloaden.