Print
 
 

Huisvesting

 

Sinds 1995 ligt het economisch eigendom van de universitaire huisvesting bij de universiteiten zelf. Een groot deel van het vastgoed is gebouwd in de jaren zestig en zeventig en deze gebouwen moeten op enig moment worden  gerenoveerd of vervangen. De overheid heeft de universiteiten destijds geen extra middelen gegeven voor deze taak.



Onderwijs en onderzoek hangen bij een universiteit nauw met elkaar samen. Daarom is het van belang dat zowel in onderwijsvoorzieningen (zoals collegezalen en ICT) als in onderzoeksvoorzieningen (zoals laboratoria) geïnvesteerd wordt. De toenemende studentenaantallen en ontwikkelingen in het onderwijs en onderzoek (zoals kleinschaliger onderwijs en ICT-ontwikkelingen) vragen ook om investeringen in het universitair vastgoed. Goede onderwijs- en onderzoeksvoorzieningen zijn bovendien nodig om aantrekkelijk te blijven voor internationaal wetenschappelijk talent.

Een groot deel van het universitair vastgoed is in de jaren ’60 en ’70 gebouwd. Dit maakt dat er in de nabije toekomst aanzienlijke investeringen nodig zijn om deze gebouwen te renoveren of te vervangen. Universiteiten proberen deze investeringen zoveel mogelijk te financieren met eigen middelen, aangezien financieren met eigen middelen over het algemeen goedkoper is dan het aantrekken van vreemd vermogen. Meer over de financiële positie van universiteiten vindt u hier.

In opdracht van de gezamenlijke universiteiten doet  Alexandra den Heijer (Universitair hoofddocent Vastgoedbeheer &  Ontwikkeling TU Delft) momenteel onderzoek naar het universitaire vastgoed. Na het uitkomen van dit onderzoek, naar verwachting aan het einde van de zomer 2016, zal deze pagina geactualiseerd worden.
 

 


 

Laatst bijgewerkt op 23-02-2016