Print
 
 

Nationale Alumni Enquête 2015 (voorheen WO Monitor)

 

Introductie

De Nationale alumni Enquête (voorheen: WO Monitor) is een landelijke enquête onder alle recent afgestudeerde master- en doctoraalstudenten aan de (bekostigde) Nederlandse universiteiten. Het onderzoek vindt sinds 2009 tweejaarlijks plaats onder de Nederlandse bekostigde universiteiten. De uitkomsten bieden een  inzicht in de aansluiting tussen de wo-masteropleiding en de arbeidsmarkt.

De VSNU publiceert op hoofdlijnen over landelijke resultaten. De universiteiten zijn zelf verantwoordelijk voor een presentatie van gegevens van de eigen universiteit/opleidingen.
 
De data van het onderzoek zijn eigendom van de universiteiten. Ze worden beschikbaar gesteld aan ROA ten behoeve van het onderzoek “Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt”. Het ROA onderzoek betreft  een meer uitgebreide analyse van de arbeidsmarktsituatie van diverse sectoren. In deze analyse worden ook conjunctuur-invloeden geduid. Het onderzoek wordt jaarlijks gepubliceerd in juni/juli. WO-gegevens zijn daarvoor niet alle jaren beschikbaar: vanaf 2009 wordt de NAE/WO Monitor 2-jaarlijks ipv jaarlijks uitgevoerd.

Uitkomsten worden op opleidingsniveau beschikbaar gesteld aan de studiekeuzeinformatie- database, beheerd door Studiekeuze123. Hierin wordt op opleidingsniveau/type informatie opgenomen over werkzaam/werkloos, soort aanstelling, aantal werkzame uren per week, functieniveau, functierichting, maanden tussen afstuderen en eerste baan, maandloon op basis van reguliere baan. Er wordt een minimum aan respondenten gehanteerd voor het tonen van deze informatie.
 

1. Onderzoeksgroep en respondenten

In het najaar 2015 werden bijna 38.000 master- en doctoraalstudenten die in de periode 2013-2014 waren afgestudeerd, uitgenodigd deel te nemen aan de NAE 2015.  8.140 geretourneerde vragenlijsten waren te gebruiken voor de analyse (21,4% van het totale aantal genodigden).

Een heel klein deel van de respondenten heeft een doctoraalopleiding - de voorloper van de bachelor-master-systeem - gevolgd; het merendeel volgde een (voltijdse) masteropleiding.


 

2. Eerste baan na afstuderen

Gezien de vraagstelling die gebruik is in het onderzoek (“Hoeveel maanden zaten er tussen uw afstudeer-datum en uw eerste betaalde baan?”) zegt dit gegeven zowel iets over de “zoektocht” naar een baan als over de bereidheid om meteen na afstuderen te beginnen met werken.
 

Het duurde gemiddeld 3 maanden voordat groep afgestudeerden  uit 2013/2014 startte met hun eerste baan, idem als bij de afgestudeerden bij de WO Monitor 2013. In de WO Monitor 2011 was dit nog 2,7 maanden; in de WO Monitor 2009 duurde dit 2,1 maanden.

 

Uit de NAE 2015 blijkt 40% van de respondenten meteen na het afstuderen een baan te hebben, 45% deed er tussen de 1 en 6 maanden over om op de arbeidsmarkt op te gaan. Bij 16% duurde het langer dan een half jaar.

 
3. Werkzame en werkloze beroepsbevolking, anderhalf jaar na afstuderen

Niet alle afgestudeerden zijn na afstuderen beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Zo’n 7% van de ondervraagden kan niet tot de beroepsbevolking worden gerekend. Afgestudeerden ouder dan 65 jaar of afgestudeerden die hun huidige situatie als student typeren en daarnaast nog een aantal uur betaald werk verrichten, worden niet meegeteld. Dit geldt ook voor respondenten die betaald werken maar niet hebben aangegeven hoeveel uur per week ze betaald werk verrichten.

 

Tot de werkende beroepsbevolking worden de respondenten gerekend die tenminste 12 uur per week betaald werk verrichten. Bij de werkeloze beroepsbevolking horen afgestudeerden die niet of minder dan 12 uur per week betaald werken, maar wel (meer/ander) betaald werk zoeken.

 

Anderhalf jaar na afstuderen blijkt 93% van de afgestudeerden een baan heeft en 7% is werkloos . Dit is een verbetering ten opzichte van het onderzoek in 2013.
 

 

 
4. Huidige baan

De nu volgende analyses zijn uitgevoerd op basis van de Beroepsbevolking.

 

4.1 Baan op WO niveau, anderhalf jaar na afstuderen

Anderhalf jaar na afstuderen heeft 69% van de werkende alumni een baan op WO-niveau; 21% geeft aan werkzaam te zijn op HBO-niveau.

 

 

 

4.2 Salaris

Anderhalf jaar afstuderen bedraagt het gemiddelde startsalaris 16,07 euro/ bruto per uur. Het bruto uurloon betreft het bruto maandinkomen in de reguliere baan gedeeld door het aantal arbeidsuren per week in de reguliere baan, vermenigvuldigd met de factor 12/52. Inkomsten en arbeidsuren uit eventuele nevenfuncties worden hierin niet meegenomen.

 

Bij bruto maandinkomen wordt uitgegaan van een rekenkundig gemiddelde. Het maandloon is op twee manieren weergegeven:

  • Maandloon gewerkte uren, op basis van het gewerkte aantal uren zoals door de respondent wordt aangegeven. In onderstaande tabel wordt ook het gemiddeld aantal uren werkzaam getoond;
  • Maandloon als Fulltime aanstelling, op basis van calculatie gebaseerd op de variabele Uurloon, vermenigvuldigt met 40 uur. Dit om een vergelijking met bijvoorbeeld advertentieteksten mogelijk te maken.

 

 

 

 

4.3 Vereiste opleidingsrichting

Het merendeel van de alumni (74%) met een betaalde baan komt terecht in een functie min of meer in de opleidingsrichting van de gevolgde studie of verwante richting. 5% zegt werkzaam te zijn in een functie die geheel niet in de richting van de opleiding is.

 

 

 

* In eerdere versies van de WO-Monitor is deze vraag anders gesteld en was “weet niet” geen antwoordcategorie


5. Tevreden met voorbereiding op de arbeidsmarkt

In de monitor  is gevraagd in hoeverre de wo-opleiding een goede basis heeft geboden om te starten op de arbeidsmarkt. 51% van de werkzame alumni geeft aan dat de opleiding in (zeer) sterke mate deze basis heeft geboden. Dit percentage is lager dan in alle voorgaande jaren.

 

 

De wo-opleiding biedt volgens 75% van de werkenden een goede basis voor het verder ontwikkelen van kennis en vaardigheden.


 


 


6. Zou u de gevolgde opleiding opnieuw kiezen?

Aan het eind van de vragenlijst WO Monitor wordt aan alle respondenten  de vraag gesteld: “Zou u de gevolgde opleiding achteraf gezien opnieuw kiezen?” 76% van de afgestudeerden geeft aan dezelfde opleiding, bij dezelfde universiteit opnieuw te kiezen. Als redenen hiervoor  worden onder andere de prettige sfeer van de universiteit, de betrokkenheid en kwaliteit van medewerkers/docenten, de diepgang en mate van specialisatie van de gevolgde masteropleiding genoemd.

 

  

 

Meer uitkomsten

Voor een meer  uitgebreidere analyse en vergelijking met andere sectoren, verwijzen we u naar de ROA-rapportage: Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
 

Contact

Voor meer informatie over de Nationale Alumni Enquête kunt u contact opnemen met Petra Pieck: pieck@vsnu.nl


Wanneer u werkzaam bent op een universiteit, kunt u contact opnemen met de contactpersoon NAE/WO-Monitor cq de afdeling Institutional Research/Management Informatie van uw instelling.
 


Laatst bijgewerkt op 02-06-2016