Print
 
 

 

Vrouwen in de wetenschap


Uit onderzoek blijkt dat diversiteit in de top van een organisatie tot betere prestaties leidt: het zorgt voor meer creativiteit, betere besluitvorming en een beter financieel resultaat (McKinsey & Company, Women Matter; Gender Diversity, a corporate performance driver (2007), pp.14.). Dit toont het belang van een gebalanceerde m/v-verdeling onder het universitaire personeel. Dat universiteiten hier belang aan hechten, blijkt uit het feit dat vrijwel alle universiteiten in 2009 het Charter Talent naar de Top hebben ondertekend. Daarnaast is er bij veel universiteiten kritisch naar de  benoemingsprocedures gekeken, zijn er mentorprogramma’s ontwikkeld en kennen enkele universiteiten fellowships die zich specifiek op vrouwen richten (bijvoorbeeld het Rosalind Franklin Fellowship en het Delft Technology Fellowship).

Uit onderstaande figuur blijkt dat deze maatregelen effectief zijn, aangezien het percentage vrouwen  binnen alle functiecategorieën is gestegen. Wel zien we dat het aandeel van vrouwen afneemt naarmate de functiecategorie hoger wordt. Dit fenomeen wordt in de literatuur de ‘leaking pipeline’ genoemd. Zo is het aandeel vrouwen onder de promovendi 44% in 2014, terwijl 17% van de hoogleraren vrouw is. Universiteiten dienen hier aandacht aan te blijven besteden.






Hoe de doorstroming naar verschillende functies verloopt, is te meten door middel van de Glazen Plafond Index (GPI). De GPI wordt berekend door het percentage vrouwen in een functiecategorie in een jaar te delen door het percentage vrouwen in de erop volgende functiecategorie in hetzelfde jaar. Een index (fors) groter dan 1 duidt op een beperkte doorstroom naar een hogere functie.

Uit onderstaande figuur blijkt dat de doorstroommogelijkheden van promovendus naar universitair docent en van universitair docent naar universitair hoofddocent voor vrouwen verbeterd zijn. Deze verbetering zien we niet in de doorstroommogelijkheid naar hoogleraar. Nederland kent in vergelijking met andere Europese landen een relatief laag aandeel vrouwelijke hoogleraren (13% in 2010, waar het EU-gemiddelde 20% was (She-figures 2012)).


 
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u ook terecht op de website van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH).