Print
 
 

Rankings schetsen een beperkt beeld van universiteiten


Een ranking schetst een onvolledig beeld van de werkelijkheid. De kracht van hogeronderwijsinstellingen is, bij uitstek, de onderlinge diversiteit. De versimpeling van deze instellingen tot een ‘lijstje’ doet daarom in veel gevallen geen recht aan universiteiten.

 

Toch kan een externe benchmark een waardevol instrument zijn. Het is echter wel belangrijk om zich te realiseren dat geen enkele ranking volledig objectief is, maar dat de uiteindelijke ranking het resultaat is van de vele subjectieve keuzes van de makers. Hieronder staan drie beperkingen van rankings, o.a. genoemd in het rapport van de EUA, Global University Rankings and Their Impact.

 

1. Rankings richten zich slechts op elite-universiteiten en zijn niet in staat het volledige onderwijsstelsel te analyseren

De criteria die veel rankings gebruiken, onderscheiden slechts de allerbeste universiteiten. Een voorbeeld hiervan is het aantal winnaars van de Nobelprijs. Het verschil in aantal Nobelprijswinnaars tussen de nummer één en nummer 20 op de ranking kan aanzienlijk zijn. Maar hetzelfde verschil tussen, bijvoorbeeld,  nummer 60 en nummer 80 kan al veel kleiner zijn, terwijl ze ook 20 plaatsen verschillen. Dit zorgt ervoor dat in veel rankings scores na de 200ste plaats niet meer van elkaar te onderscheiden zijn, omdat de scores te dicht bij elkaar liggen. Terwijl universiteiten in de ranking misschien tientallen posities verschillen, verschillen de daadwerkelijke scores soms slechts enkele procenten. De onderstaande figuur van de European Association of Universities laat zien hoe sterk scores afnemen in de top 100 van diverse rankings.

 

 

 

Terugloop van rankingscores binnen de top 100 van de ARWU, THE en QS Ranking. (Bron: European University Association (2013) Global University Rankings and Their Impact Report II" page 18

 


 

 

 

 

 

2. Rankings hebben een voorkeur voor bepaalde vakgebieden
De geesteswetenschappen en voor een groot deel ook de sociale wetenschappen zijn niet goed vertegenwoordigd in rankings. Dit komt doordat veel rankings gebaseerd zijn op de aantallen gepubliceerde artikelen in bepaalde journals. Vakgebieden waar deze academic journals zich op richten, met name geneeskunde, natural sciences en engineering, hebben hier baat bij. Geesteswetenschappen, en voor een gedeelte ook de sociale wetenschappen, publiceren in veel gevallen ook in boeken in plaats van artikelen. Boeken worden echter niet meegenomen in rankings.

3. Rankings hanteren een aantal indicatoren van slechte kwaliteit
Ondanks de veelgehoorde kritiek, blijven reputatie-indicatoren veelgebruikt. The Times New Higher heeft een specifieke ranking gebaseerd op reputatie, en ook QS gebruikt reputatie als een indicator. Van tijd tot tijd komt het voor dat een universiteit genomineerd wordt als excellent in een vakgebied terwijl de betreffende instelling helemaal geen onderwijs- of onderzoeksprogramma’s in dat vakgebied heeft.
Om de kwaliteit van onderwijs te beoordelen, worden in veel gevallen slechts staf-studentratio’s gebruikt. Onderwijskwaliteit is in werkelijkheid echter vele malen complexer dan deze ratio.


Aanvullende informatie over rankings:
- Het rapport Global University Rankings and their Impact afkomstig van de European Association of Universities (2013).
- Voor het uitvoeren van een deugdelijke ranking heeft een mondiale expertgroep de 'Berlin Principles on Ranking of Higher Education Institutions' (pdf) opgesteld.