Print
 
 

Feiten en Cijfers Valorisatie


Valorisatie is een specifiek label voor een vanouds voor de universiteiten wezenlijk aspect van hun activiteiten. Geen universiteit of faculteit zou zijn opgericht zonder overwegingen van maatschappelijk nut.  De impact van een universiteit op de samenleving is groot.  De afgelopen tien jaar is de aandacht voor de maatschappelijke waarde van onderwijs en onderzoek gegroeid. Dit blijkt duidelijk uit de introductie van het begrip valorisatie en de opname van valorisatie als kerntaak van universiteiten in de wet.

 

Universiteiten valoriseren de kennis in alle wetenschapsdomeinen, ook uit de alfa- en gammawetenschappen.  Elke discipline onderhoudt nauwe banden met het eigen maatschappelijke veld. Valorisatie neemt al jaren gestaag toe en kent een breed scala aan verschijningsvormen.

 

Universiteiten hebben de afgelopen jaren op het gebied van valorisatie een flinke slag gemaakt: 

 

 • De interesse onder studenten in ondernemerschapsonderwijs is sterk toegenomen (van 20 procent in 2007 naar 52 procent in 2010).1
 • Er zijn professionele Technology Transfer Offices en Centres of Entrepreneurship ingericht.
 • Er zijn veel innovatieve bedrijven gestart vanuit universiteiten, mede door de inrichting van incubators.
 • Valorisatie is een vast onderdeel geworden in de onderzoekskwaliteitszorg (Evaluating Research in Context).2
• De samenwerking met het bedrijfsleven is toegenomen, mede door de inrichting van science parcs.
 • In het personeelsbeleid wordt aandacht besteed aan valorisatie. De medewerker  kennisvalorisatie is toegevoegd aan het functieordeningssysteem van de universiteiten en in de functieprofielen voor wetenschappelijk personeel is valorisatie expliciet opgenomen, zodat hier in de functionerings- en beoordelingsgespreken expliciet aandacht aan kan worden besteed.

Juist doordat valorisatie een veelheid aan verschillende activiteiten betreft, is het moeilijk voor universiteiten om de resultaten van deze activiteiten goed zichtbaar en meetbaar te maken. Dat beperkt ook de mogelijkheden om de landelijke ontwikkeling kwantitatief weer te geven. Op dit moment ontbreekt het de sector aan een uniforme set indicatoren van waaruit kan worden gerapporteerd. In het teken van het Hoofdlijnenakkoord wordt de komende jaren een dergelijke set ontwikkeld.

 

 

Incubators en innovatiecampussen

De laatste jaren is het accent verschoven van het benutten van kennis naar regionale inbedding van onderwijs en onderzoek. Incubators en innovatiecampussen functioneren als katalysatoren voor deze regionale samenwerking. De incubators fungeren als broedplaatsen voor jonge ondernemers. Innovatiecampussen of science parcs trekken ondernemers aan die de nabijheid van de universiteit als een belangrijke vestigingsfactor voor hun bedrijfsvoering zien, bijvoorbeeld vanwege contacten met relevante onderzoekers of het gebruik van onderzoeksfaciliteiten.3

 

Buck Consultants International heeft in 2009 in opdracht van het ministerie van Economische Zaken een inventarisatie gemaakt van innovatiecampussen. Het bureau heeft 55 initiatieven geïnventariseerd, waarvan er 24 het stempel campus verdienen, op basis van de aanwezigheid van een kennisdrager en een organisatie die open innovatie stimuleert. Van deze 24 campussen zijn 6 initiatieven geïdentificeerd als campussen van nationaal belang, omdat ze door het Innovatieplatform zijn benoemd als sleute gebied en/of genoemd zijn in Pieken in de Delta, en omdat ze voldoende economische massa kennen (in termen van kenniswerkers en R&D-activiteiten) óf voldoende potentie hebben om tot deze economische massa te komen.

 


Campussen van nationaal belang

Bron: Buck Consultants International, 2009. Fysieke Investeringsopgaven voor campussen van nationaal belang.


Onderwijs in ondernemerschap

 

Ondernemerschapsonderwijs groeit.  Alle universiteiten bieden programma’s aan. Een aantal instellingen biedt hele BA- of MA-programma’s aan, andere cursussen of minors binnen bestaande opleidingen.  Bij het vormgeven van onderwijs in ondernemerschap worden in steeds meer steden allianties gevormd tussen universiteiten, hogescholen en mbo-instellingen, om de hele (beroeps)kolom te kunnen bedienen. De overheid heeft deze trend gestimuleerd met de subsidieregeling Onderwijs en Ondernemerschap. Dit heeft geleid tot de totstandkoming van onderstaande Centres of Entrepreneurship.4


De Centres of Entrepreneurship richten zich op het geven van onderwijs over ondernemerschap. Naast onderwijs bieden de centra ondersteuning aan studenten bij het opzetten van een onderneming. Hierin werken zij samen met de Technology Transfer Offices en incubators. Inmiddels zijn er ook centra gestart buiten de regeling om, zoals het Brabant Centre for Entrepreneurship (TiU en TU/e) en de centra van RUG, UT en UU.


1 EIM, 2010
2 NWO, ERiCplus, 2012
3 Buck Consultants International, 2009
4 De O&O-regeling liep voor een periode van vier jaar en is eind 2011/begin 2012 beëindigd. Universiteiten hebben het voornemen de activiteiten zelfstandig voort te zetten.