Print
 
 

Matchingactiviteiten en het studiekeuzeadvies

 

VSNU juicht studiekeuzeadvies toe: de invulling ervan is maatwerk
Universiteiten staan volledig achter de introductie van studiekeuzeadviezen, maar benadrukken wel dat de inrichting en invulling daarvan aan de universiteiten moet worden overgelaten. Het afgeven van studiekeuzeadvies verschilt per discipline en is per definitie maatwerk.

Toelichting wetsvoorstel
Aspirant-studenten die zich uiterlijk op 1 mei aanmelden hebben recht op studiekeuzeadviezen voor de opleiding(en) waarvoor zij op die datum zijn ingeschreven. Dit is een niet-bindend advies dat een kandidaat kan krijgen over zijn of haar geschiktheid om een opleiding succesvol af te ronden.
Aspirant-studenten hebben recht op studiekeuzeadviezen voor de opleidingen waarvoor zij op 1 mei zijn ingeschreven. Instellingen kunnen de studiekeuzeactiviteiten (waarop de adviezen gebaseerd zijn) verplicht stellen, maar ook op vrijwillige basis aanbieden. Er is dus sprake van een wederzijds commitment tussen de instelling en de student. Aspirant-studenten die zich na 1 mei aanmelden of zonder geldige reden niet meedoen met de studiekeuzeactiviteiten verliezen hun toelatingsrecht en worden ‘toelaatbaar’. Dat betekent dat de instelling mag bepalen of de student wordt toegelaten. De aspirant-student die zich uiterlijk op 1 mei heeft aangemeld, heeft toelatingsrecht ongeacht het advies. De instelling geeft zelf vorm aan de studiekeuzeactiviteiten. Instellingen mogen geen financiële bijdrage vragen voor de studiekeuzeactiviteiten die zij verrichten in het kader van het studiekeuzeadvies. Het recht op studiekeuzeadvies gaat per 1 mei 2014 in.

Waarom invulling studiekeuzeadvies aan de instellingen overlaten?
- Studiekeuzeactiviteiten verschillen aanzienlijk per discipline. Bijvoorbeeld: een student filosofie zal vooral een brede interesse moeten hebben en moet ‘out of the box’ kunnen denken. Een toekomstig rechtenstudent moet geïnteresseerd zijn in het heel nauwgezet lezen van wettelijke teksten. Een onderdeel van een matchingsactiviteit voor filosofie kan het laten schrijven van een essay zijn, terwijl je de aankomend rechtenstudent misschien zijn affiniteit met wetteksten wil laten ervaren in een online test. Disciplines en opleidingen verschillen dus van elkaar, waardoor het afgeven van een studiekeuzeadvies maatwerk is.
- Ruimte om te onderzoeken wat wel en niet werkt. We weten nog onvoldoende wat wel en niet werkt. Daarom zullen de universiteiten hun matchingsactiviteiten zelf monitoren en evalueren.  Een bepaalde methode vooraf in de wetgeving te verankeren, zonder zeker te weten of die methode wel of niet werkt op de universiteiten, is niet aan te bevelen.
- Getrapte matchingsactiviteiten kunnen bijdragen aan efficiëntie en maatwerk. Veel universiteiten zullen het afgeven van een studiekeuzeadvies getrapt aanpakken om te komen tot een beter afgewogen advies. Op deze wijze vinden de intensievere en vaak duurdere matchingsactiviteiten pas plaats in de latere ronden, waardoor de kosten van het totale matchingsproces worden beperkt.



Welke vragen heeft u mogelijk nog?


V: Wanneer een student zich voor opleiding X en Y aanmeldt voor 1 mei, maar vervolgens na 1 mei bedenkt dat hij wil starten met opleiding Z, heeft hij dan nog toelatingsrecht of is hij ‘toelaatbaar’?
A: De student houdt zijn toelatingsrecht omdat hij aan de doelstelling heeft voldaan. De doelstelling is immers dat de student laat zien dat hij zich heeft voorbereidt op zijn studiekeuze. De instelling mag de student nog wel oproepen voor een (verplichte) studiekeuzeactiviteit om hem een advies te geven. Dit advies is niet bindend.

V: Moeten we niet verplichten om allemaal gesprekken te doen? Dat is toch de beste manier?
A: Er is geen vaststaand bewijs dat studiekeuzegesprekken de beste manier zijn om een student te matchen bij de juiste opleiding . Bovendien kunnen de integrale kosten van een studiekeuzegesprek aanzienlijk zijn. De kosten van online testen zijn lager. De universiteiten moeten doelmatig omgaan met hun beperkte financiële middelen, door in te zetten op een combinatie van activiteiten, online en face-to-face.

V: Hoe weten we of de methode van een universiteit leidt tot een gedegen studiekeuzeadvies?
A: De universiteiten (en hogescholen)  hebben in de periode 2009 – 2011 geëxperimenteerd met intakegesprekken en andere matchingsactiviteiten. Al deze experimenten zijn onderzocht.  Uit dit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat wat op de ene instelling wel werkt, op de andere instelling niet hoeft te werken. Daarom is maatwerk belangrijk.

V: Kunnen studenten uit de BES- eilanden wel meedoen aan de matchingsactiviteiten ?
A: Jawel, er zijn al goede ervaringen opgedaan met skype gesprekken en videoconferences, zie de voorbeelden van studiekeuzeactiviteiten hieronder. 


Voorbeelden van studiekeuze activiteiten





Gebruikte bronnen

- Wetsvoorstel Kwaliteit in Verscheidenheid hoger onderwijs - Kamerstuk 33519 – 23-01-2013
- Kohnstamm Instituut, studiekeuzegesprekken in het hoger onderwijs (2010) Verbeek, Glaudé en van Eck
- EN Experimenten met selectie ( Smits, A. en Duijn, G. van (2005) Afstuderen of afzwaaien. Rapport 158, ICLON, Universiteit Leiden 
- Liebrand, W.B.G. (2010) Studiekeuzegesprekken: wat werkt? Metastudie SURF Foundation