Print
 
 

Kwaliteit onderwijs en onderzoek onder druk door dalende rijksbijdrage per student


De Nederlandse universiteiten behoren qua onderzoek én onderwijs tot de wereldtop. Het behouden van deze positie wordt de komende jaren steeds lastiger. Waar andere landen als China en Duitsland steeds meer investeren, loopt de financiering in Nederland juist terug. Terwijl het aantal studenten fors is gegroeid (tussen 2000 en 2016 met maar liefst 56%) en studenten ook steeds vaker kiezen voor de duurdere bètatechnische opleidingen, hebben de afgelopen kabinetten steeds bezuinigd op de rijksbijdrage. Gevolg hiervan is dat de rijksbijdrage per student is gedaald met 25%: van €19.900 in 2000 naar €15.000 in 2016 (beide cijfers op prijspeil 2016).

 

 

Daling zet door, ondanks opbrengsten uit het studievoorschot
Het kabinet-Rutte II heeft het probleem van de dalende rijksbijdrage per student deels onderkend. Bij de invoering van de wet studievoorschot is daarom afgesproken dat de opbrengsten beschikbaar komen om te investeren in onderwijs. Bovenstaande grafiek laat echter zien dat deze investeringen de dalende trend niet keren: de eerstvolgende jaren wegen de extra inkomsten nog niet op tegen de eerder ingezette bezuinigingen. In de grafiek staan een aantal scenario’s genoemd en kunt u zelf zichtbaar maken welke extra investering nodig is om de rijksbijdrage per student weer op niveau te krijgen.

 

Onderwijs en onderzoek steeds verder onder druk
De dalende rijksbijdrage blijft niet zonder gevolgen. Met kunst- en vliegwerk lukt het de wetenschappers en docenten nu nog de prestaties op niveau te houden. Maar er zijn voldoende signalen dat het piept en kraakt. De VSNU en de vakbonden hebben dit jaar niet voor niets een afspraak gemaakt over het terugdringen van de – mede door de krappe financiering – als hoog ervaren werkdruk. Ook blijkt dat docenten van bètatechnische opleidingen, die een enorme studentengroei doormaken, steeds meer studenten moeten bedienen. Studentenvakbond LSVb protesteerde tegen de gebrekkige financiering door in april 2017 het museum van de Onderwijsbezuinigingen te openen. Net als de VSNU zien de studenten dat het een kwestie van tijd is voordat de dalende middelen zich vertalen in afnemende kwaliteit van onderwijs en minder verwevenheid tussen onderwijs en onderzoek.