Print
 
 

Universiteiten vinden een divers personeelsbestand belangrijk

Universiteiten staan midden in de samenleving en dit is terug te zien in het personeelsbestand. Een divers personeelsbestand draagt bij aan de kwaliteit van de Nederlandse universiteiten. Diverse teams komen samen tot betere prestaties dan een team bestaande uit alleen mannen of vrouwen. Universiteiten hebben streefcijfers geformuleerd om ervoor te zorgen dat het aantal vrouwelijke wetenschappers groeit. Een divers team is ook een internationaal team, zij weten Nederland steeds beter te vinden. Het is voor universiteiten belangrijk om internationaal talent te binden, daarvoor is de 30%-regeling van groot belang.

 

Thema's:

Alle generaties aanwezig

Aantal vrouwelijke wetenschappers groeit

Internationaal talent weet Nederland te vinden

Gebruik 30%-regeling neemt toe

 

 

Alle generaties aanwezig

 

Op de universiteit werken mensen van diverse leeftijden. Deze grafiek geeft de leeftijdsverdeling van medewerkers op de universiteit weer onderverdeeld naar functie.

 

 

Aantal vrouwelijke wetenschappers groeit


Bijna de helft (45,8%) van het personeel (in fte) op de universiteit is vrouw. Desondanks laat de Nederlandse wetenschap nog veel potentieel vrouwelijk talent onbenut, vooral in hogere functies. In 2015 werd maar 19,1% van de hoogleraren-fte’s door vrouwen bezet. Hiermee behoort Nederland tot de achterhoede van EU-landen (LNVH, 2016). Dat betekent dat andere EU-landen beter in staat zijn om de talenten van vrouwelijke wetenschappers te benutten.

Als het percentage vrouwelijke hoogleraren de komende jaren in het huidige tempo blijft doorgroeien, duurt het nog tot 2055 voordat we een gelijke man-vrouw verdeling in die functiecategorie hebben. De universiteiten willen deze achterstand versneld aanpakken en hebben in 2015 voor iedere universiteit een streefcijfer geformuleerd voor een hoger percentage vrouwelijke hoogleraren in 2020.
Universiteiten ontplooien verschillende initiatieven om deze streefcijfers te realiseren. Zo is er budget vrij gemaakt door de universiteiten voor een jaarlijkse versie van de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren van LNVH (Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren) in een “light versie” en wisselen universiteiten best practices met elkaar uit.

 

 

Op 10 februari 2017 was het 100 jaar geleden dat in Nederland de eerste vrouwelijke hoogleraar, prof. dr. Johanna Westerdijk, werd benoemd. Als extra impuls voor het benutten van alle wetenschappelijk talent in Nederland heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dan ook besloten eenmalig €5 miljoen beschikbaar te stellen voor de benoeming van 100 vrouwelijke hoogleraren. Met deze extra investering in het ‘Westerdijk-jaar’ worden universiteiten aangespoord om meer werk te maken van het vergroten van het aantal vrouwelijke hoogleraren, bovenop de streefcijfers die zij zich voor 2020 hebben gesteld.

 

Internationaal talent weet Nederland te vinden


Nederlandse universiteiten behoren tot de top 2% wereldwijd. Zij bieden wetenschappers een aantrekkelijke werkomgeving, een reden voor internationaal talentvolle wetenschappers om te kiezen om in Nederland te werken. Zij brengen daarbij waardevolle kennis en een andere culturele achtergrond met zich mee. In de samenwerking op de universiteiten leidt dit tot toegevoegde waarde.

 

 

 

Gebruik 30%-regeling neemt toe

 

Internationale wetenschappers komen vaak voor meerdere jaren naar Nederland, bijvoorbeeld als PhD of postdoc. Het merendeel van deze wetenschappers maakt gebruik van de 30% regeling. De 30%-regeling houdt in dat een werkgever gedurende 8 jaar 30% van het loon belastingvrij mag verstrekken aan een werknemer die als kennismigrant in Nederland komt werken.
Aan de Nederlandse universiteiten zijn ruim 10.000 buitenlandse wetenschappers werkzaam, waarvan zo’n 6.000 als PhD of postdoc. Op basis van het aantal medewerkers dat zich per jaar aanmeldt voor de 30%-regeling is onze inschatting dat er op dit moment 6.000 à 7.000 universitaire medewerkers gebruik maken van de 30%-regeling. Deze groep bestaat met name uit jonge onderzoekers die dankzij deze regeling in staat is om in een relatief duur land als Nederland te wonen en te werken. Mede daarom is de huidige 30%-regeling ook toegankelijk gemaakt voor alle universitaire kenniswerkers die wetenschappelijk onderzoek doen zonder dat er een minimum inkomenseis geldt.