Print
 
 

Eigen bijdrage studenten

 

Universiteiten mogen - naast het collegegeld - in sommige gevallen een eigen bijdrage van studenten vragen. De minister heeft daarvoor in april 2015 drie categorieën vastgesteld. Het gesprek over een eventuele eigen bijdrage vindt plaats met de (de)centrale medezeggenschap.
 

  1. Kosten  voor rekening van de instelling: kosten die voortvloeien uit de wettelijke verplichtingen die instellingen op grond van de WHW hebben en die derhalve niet mogen worden doorberekend aan studenten

    Op grond van de WHW hebben instellingen een aantal wettelijke taken, zoals het verzorgen van het onderwijs en het organiseren en verzorgen van tentamens. Zo mogen geen kosten worden doorberekend voor het voeren van een administratie, de uitgifte van collegekaarten, getuigschriften en deurpassen, het aanbieden van computerfaciliteiten, matching, voorlichting, studiegidsen (tenzij deze informatie tevens gratis te verkrijgen is), mentormiddagen, scriptie- en studiebegeleiding, het verzorgen van (interactieve) vormen waarmee de studenten aan de slag gaan met de studiestof (tenzij dit geen onderdeel is van de opleiding), het verschaffen van toegang tot de gebouwen, de exploitatie van het gebouw van de instelling, het verwerken van inschrijvingen, deelname aan de studentenraad, en de werving van stageplaatsen. Ook de kosten die worden gemaakt voor het afnemen van tentamens mogen niet worden doorberekend aan studenten. Kosten voor het gebruik van een eenmalige digitale toegangscode of andere digitale hulpmiddelen voor het afleggen van een tentamen, mogen niet in rekening worden gebracht bij studenten.

    De VSNU en de studentenbonden hebben afgesproken dat er voor een inschrijving voor tentamens na de inschrijfdeadline maximaal €20 gevraagd mag worden. De minister wil dit ook in de wet opnemen.
     
  2. Kosten voor de instelling of de student: de kosten verbonden aan onderwijsbenodigdheden en bepaalde onderwijsvoorzieningen mogen uitsluitend op basis van vrijwilligheid worden doorberekend aan studenten

    Afhankelijk van de aard van de opleiding kunnen bepaalde kosten verbonden aan onderwijsbenodigdheden en bepaalde onderwijsvoorzieningen worden doorberekend aan studenten.
    Als aan een onderdeel van de opleiding extra kosten zijn verbonden, moet de student een kosteloos alternatief worden geboden. In uitzonderingsgevallen is het niet mogelijk de student een kosteloos alternatief te bieden, bijvoorbeeld bij internaten en voedingspractica.
    Als een student vakken wil volgen waarvan een excursie onderdeel uitmaakt, geldt het volgende. Het uitgangspunt is dat excursies vervangen moeten kunnen worden door een alternatieve opdracht, bijvoorbeeld een “papieren opdracht” of een vervangende stage. De student kan dan kiezen voor dit kosteloze alternatief. Een uitzondering hierop geldt voor de excursies die niet vervangbaar zijn. Daarvan is slechts in zeer bijzondere gevallen sprake.
    Studenten worden geacht zelf de kosten van een aantal onderwijsbenodigdheden te dragen, zoals de kosten van boeken, syllabi en (digitale) leermiddelen, materialen en bepaalde kosten verbonden aan practica (bijvoorbeeld een veiligheidsbril en een laboratoriumjas).
    Met betrekking tot boeken, syllabi, (digitale) leermiddelen en opdrachten geldt dat instellingen het studiemateriaal voorschrijven, maar niet mogen voorschrijven op welke wijze de student het studiemateriaal verkrijgt. Als instellingen deze materialen verstrekken, mag hiervoor een eigen bijdrage worden gevraagd, maar kan de instelling niet voorschrijven dat studenten deze materialen moeten afnemen bij de instelling.
     
  3. Kosten voor de student: Kosten verbonden aan extra diensten en voorzieningen die de studenten aangeboden worden al dan niet tegen betaling

    Deze kosten houden geen rechtstreeks verband met het onderwijs en de student is vrij om al dan niet van deze diensten gebruik te maken. De instelling is vrij deze diensten al dan niet tegen betaling aan te bieden. Voorbeelden hiervan zijn: festiviteiten, het fonds studentenbelangen, het faciliteitenfonds, gastsprekers, sportdagen, koffie, thee, kantine, kopiëren, verzekeringen, waarborgsommen, het studentenpastoraat, deelname aan een summer school, introductiedagen, sportfaciliteiten en sportactiviteiten.