Print
 
 

Gender

 

De Nederlandse wetenschap laat veel potentieel vrouwelijk talent onbenut, vooral in hogere functies. In 2014 werd maar 17,1% van de hoogleraren-fte’s door vrouwen bezet. Hiermee laat Nederland slechts drie EU-landen achter zich (LNVH, 2015). Dat betekent dat andere landen er veel beter in zijn om de talenten van vrouwelijke wetenschappers te benutten dan Nederland. Als het percentage vrouwelijke hoogleraren de komende jaren in het huidige tempo blijft doorgroeien, duurt het nog tot 2055 totdat we een gelijke man-vrouw verdeling hebben.

De universiteiten willen deze misstand gezamenlijk aanpakken en hebben elk streefcijfers geformuleerd voor het percentage vrouwelijke hoogleraren in 2020 (zie onder). Universiteiten ontplooien verschillende initiatieven om deze streefcijfers te realiseren. Zo maken de universiteiten het mogelijk dat de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren van LNVH (Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren) in 2016 in een “light versie” wordt uitgevoerd. Vanaf 2016 gaan universiteiten bovendien de aantallen vrouwelijke UHD’s en UD’s meer gedetailleerd in kaart brengen. Zo moet meer zicht ontstaan op de potentiële doorstroom en de huidige haperingen daarin.

Daarnaast gaan universiteiten hun best practices op dit gebied actief delen om zo nog meer van elkaar te kunnen leren. Hier zijn de instellingen mee gestart tijdens het VSNU-Seminar Gender op 21 juni 2016 en hieraan wordt opvolging gegeven in een netwerk van de Chief Diversity Officers. Ten slotte neemt de VSNU samen met NWO en LNVH deel aan de Taskforce Gender ingesteld door  het ministerie van OCW.

 

Meer informatie over dit onderwerp kunt u vinden op onze website bij Feiten & Cijfers, de website van de LNVH en de website van SoFoKles.