Print
 
 

Financiële verantwoording

 

Universiteiten ontvangen van de rijksoverheid middelen voor de uitvoering van hun taken. De lumpsumfinanciering van de rijksoverheid is een belangrijk deel van de totale inkomsten van universiteiten. Instellingen die een rijksbijdrage van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) of het ministerie van Economische Zaken (EZ) krijgen, stellen jaarlijks een jaarverslag op. Met het jaarverslag leggen de onderwijsinstellingen verantwoording af over hun (financiële) beleid. Daarmee informeren zij de overheid, studenten en de Nederlandse samenleving over hun prestaties op het gebied van onderwijs, onderzoek en hun activiteiten op het gebied van kennisvalorisatie. Ook wordt informatie gegeven over prestaties in relatie tot de publieke middelen.

 

Met de jaarrekening geven universiteiten een overzicht van hun financiële situatie. Het bestaat uit:

  1. de balans op een bepaalde peildatum,
  2. een resultatenrekening of winst- en verliesrekening over het afgelopen jaar en
  3. een kasstroomoverzicht.

 

Een jaarrekening wordt altijd gecontroleerd door een externe accountant. Bij goedkeuring van de jaarrekening geeft de accountant een accountantsverklaring af die integraal in de jaarrekening wordt opgenomen. Deze controle is een belangrijke waarborg voor een duurzame en gezonde bedrijfsvoering van universiteiten.

De inhoud van het jaarverslag verschilt per universiteit, maar is wel gebaseerd op een aantal vaste verantwoordingslijnen. In de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJO) staat aan welke eisen het verslag van onderwijsinstellingen moet voldoen. Universiteiten volgen deze richtlijn bij de opstelling van het jaarverslag.
 

 

Jaarverslagen universiteiten