Print
 
 

Hoe werkt medezeggenschap aan de universiteit?

Medezeggenschap is belangrijk om de kwaliteit van de besluitvorming te verhogen.  Iedere universiteit heeft een medezeggenschap die past bij het karakter van de universiteit. Deze krijgt op diverse manieren vorm. Zo heeft elke universiteit een medezeggenschapsraad, maar bestaat deze bij de ene universiteit uit een studentenraad en een ondernemingsraad en bij de andere universiteit uit een gezamenlijke raad van studenten en personeel. De medezeggenschapsraad aan de universiteiten wordt democratisch gekozen en gedurende het raadsjaar professioneel getraind. Om hun werkzaamheden optimaal te vervullen krijgen medezeggenschappers tijd, een financiële vergoeding en ambtelijke ondersteuning.  

Van oudsher heerst aan universiteiten een cultuur waar een kritische houding en tegenspraak worden omarmd. Die cultuur is een groot goed, want goed georganiseerde tegenspraak en constructief debat verbetert de kwaliteit van het bestuur. Om te komen tot een democratisch, professioneel en doelmatig bestuur is er sinds de jaren ‘70 geëxperimenteerd met verschillende vormen van medezeggenschap: van medebestuur onder de Wet op de Universitaire Bestuurshervorming (1970) tot medezeggenschap sinds de Wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie (1997). Onder andere deze wet heeft geleid tot de professionele medezeggenschap die we nu kennen.
 
Instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting

Sinds de invoering van het studievoorschot, heeft de medezeggenschap instemmingsrecht op de hoofdlijnen van de begroting. De gedachte is dat wanneer studenten meer moeten investeren in hun studie, zij ook meer invloed moeten krijgen op de besteding van publieke onderwijsgelden.
Onder hoofdlijnen van de begroting wordt verstaan:
1.    wijzigingen in het interne allocatiemodel van de 1e geldstroom
2.    hoofdlijnen van de financiële ruimte voor strategische beleidsprioriteiten (dan wel uitstel, afbouw of beëindiging van prioriteiten) op het gebied van onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering
3.    hoofdlijnen van de financiële ruimte voor investeringen in vastgoed.
Universiteiten vullen op lokaal niveau, in samenspraak met de medezeggenschapsraden, verder in wat er concreet onder de hoofdlijnen van de begroting moet worden verstaan en op welk moment er inspraak plaatsvindt.   

Invoering Wet Versterking Bestuurskracht
Begin 2016 is de Wet versterking bestuurskracht aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. Een belangrijke wijziging van deze wet is het instemmingsrecht voor opleidingscommissie op enkele aspecten over de vormgeving van de opleiding. De universiteiten vinden het belangrijk om de kwaliteitscultuur te verbeteren en opleidingscommissies te versterken. Het is hierin belangrijk dat de opleidingscommissie goed is gepositioneerd in het totaal plaatje van de medezeggenschap.
 
Opleidingscommissies
Het is belangrijk dat medewerkers en studenten betrokken zijn bij de inhoud van de opleiding. Voor elk bestuur binnen de universiteit is draagvlak immers onontbeerlijk. Op alle niveaus binnen de instellingen zijn raden en commissies ingesteld waarin alle geledingen van de universiteiten kunnen zijn vertegenwoordigd. Er is echter niet overal evenveel belangstelling voor om deze posities in te vullen. Naast de formele en al bestaande kaders gaat het vooral om een belangrijke informele cultuur van inspraak.

Echte verbetering van het onderwijs vindt plaats dicht op het primaire proces, dat wil zeggen op de plek van de opleidingscommissies. Universiteiten willen de kwaliteitscultuur verbeteren door de opleidingscommissies te versterken. In welke vorm dit het beste kan, moet de komende tijd worden bezien. Belangrijk hierin is een goede positionering van de opleidingscommissies in het totale pakket aan medezeggenschap. Het moet worden voorkomen dat de opleidingscommissie in een positie wordt geplaatst die conflicteert met de rol van de faculteitsraad. Ook dient te worden voorkomen dat door de medezeggenschap diep in de organisatie te beleggen, ook de zeggenschap daar komt te liggen. Dat laatste zorgt voor versnippering en onbestuurbaarheid.
 
Medezeggenschapsmonitor
VSNU, Vereniging Hogescholen, ISO, LSVb,  VMH, LOVUM, SOM en LOF brengen samen de medezeggenschapsmonitor uit. U kunt de laatste medezeggenschapsmonitor hier vinden. De medezeggenschapsmonitor wordt op de Landelijke Dag van de Medezeggenschap gepresenteerd. Het doel van de monitor is om de huidige kwaliteit van de medezeggenschap in kaart te brengen, om  waar mogelijk de cultuur van medezeggenschap te versterken. Uit de eerste twee medezeggenschapsmonitors blijkt dat medezeggenschappers positief zijn over de houding van bestuurders. Het overleg met het bestuur verloopt in een sfeer van wederzijds vertrouwen en afspraken worden nagekomen  De invloed van de medezeggenschapsraad en de scholing van medezeggenschappers kan beter. Over scholing is een verder gesprek tussen bestuurders en medezeggenschappers nodig, omdat scholing voor het functioneren van de raden van groot belang is. Daarnaast ervaren raden momenteel te weinig invloed op prestatieafspraken en financiën. De resultaten van de monitor moeten het gesprek op gang brengen tussen medezeggenschappers en collegeleden.