Print
 
 

Governance aan de universiteit


Universiteiten zijn publiek gefinancierde organisaties. Dat vraagt om een transparant bestuur dat verantwoording aflegt over het bestuurlijk handelen, een heldere structuur van toezichthoudende partijen en een kritische, professionele medezeggenschapsraad.


Goede bestuurders
De Nederlandse universiteiten worden bestuurd door het zogeheten ‘college van bestuur’. Het bestuur bestaat uit maximaal drie leden, waaronder de rector magnificus. Terwijl de rector  magnificus altijd afkomstig is uit de wetenschap, kunnen de collegevoorzitter en het derde lid ook van buiten de universitaire wereld komen. De bestuurders van de Nederlandse universiteiten hechten aan transparantie van en verantwoording over hun handelswijze. In aanvulling op hun wettelijke  taken hebben de bestuurders daarom gezamenlijke waarden en normen opgesteld. De uitgangspunten van goed bestuur staan beschreven in de gedragscode ‘Goed bestuur’.


Helder toezicht
De raad van toezicht van de universiteit houdt toezicht over de uitvoering van de werkzaamheden van het college van bestuur en staat het college van bestuur bij met adviezen. Tijdens de vervulling van haar taak houdt de raad van toezicht rekening met de belangen van de universiteit én de belangen van betrokken instanties, instellingen en personen. De raad van toezicht is zich bewust van de publieke taak van de universiteiten en handelt hiernaar. Naast de raad van toezicht (intern toezicht) zijn er andere organen die de kwaliteit van het Nederlands hoger onderwijs en onderzoek bewaken (extern toezicht). Zo houdt de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toezicht over het hoger onderwijsstelsel als geheel. De NVAO bewaakt de kwaliteit van de instellingen en opleidingen in het hoger onderwijs.  Voor de evaluatie van al het wetenschappelijke onderzoek in Nederland hebben de KNAW, NWO en VSNU gezamenlijk een Standard Evaluation Protocol (SEP) ontwikkeld. Zorgvuldig samengestelde externe evaluatiecommissies dragen zorg voor de zesjaarlijkse beoordeling van alle onderzoeksinstituten en onderzoeksgroepen bij universiteiten. Met de komst van de prestatieafspraken is in 2012 een nieuwe commissie in het leven geroepen om de voortgang van de prestatie-en profileringsafspraken te monitoren: de Review Commissie Hoger Onderwijs (RCHO) . Verder houdt de Commissie Macrodoelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO)  toezicht over het opleidingsaanbod als geheel en beoordeeld aanvragen voor het starten van nieuwe opleidingen. Tenslotte kan de Inspectie van het Onderwijs uit eigen beweging onderzoeken instellen .

Om overzicht te bieden van al deze vormen van toezicht op het universitaire onderwijs en onderzoek in Nederland, heeft de VSNU het geheel in een schema gezet. Het schema roept de vraag op of het toezicht op de universiteiten op dit moment optimaal is georganiseerd. De VSNU pleit voor vereenvoudiging van het toezicht door het beperken van het aantal toezichthoudende partijen en verhelderen van taken en verantwoordelijkheden van de verschillende toezichthouders.

Tegenspraak
Van oudsher heerst aan universiteiten een cultuur waar een kritische houding en tegenspraak worden omarmd. Die cultuur is een groot goed, want goed georganiseerde tegenspraak en constructief debat verbetert de kwaliteit van het bestuur. Universiteitsbestuurders hebben te maken met een aantal interne partijen die zorgen voor tegenspraak richting het bestuur. Bijvoorbeeld de centrale medezeggenschapsraad, het decanaat en de opleidingscommissies. Op de pagina medezeggenschap staat beschreven hoe de medezeggenschap aan de universiteiten is geregeld.