Print
 
 

Hoofdlijnenakkoord & prestatieafspraken


Eind 2016 werd het experiment prestatieafspraken afgesloten. Dit experiment ging van start toen het ministerie van OCW en de VSNU het Hoofdlijnenakkoord 2011 sloten, waarin zij afspraken maakten over de door universiteiten te leveren prestaties. Aan deze afspraken is voldaan. De VSNU is geen voorstander van nieuwe top-down prestatieafspraken.



Het Hoofdlijnenakkoord 2011 beschreef de prestaties die de universiteiten eind 2015 moesten realiseren. Daarnaast bevatte het akkoord de maatregelen die de overheid zou nemen om dit mogelijk te maken. De afspraken waren gericht op verbetering van het studiesucces en de onderwijskwaliteit, op meer profilering en differentiatie in het onderwijs en op een scherper onderzoeksprofiel en een betere benutting van onderzoeksresultaten. De universiteiten sloten op basis van het hoofdlijnenakkoord individuele prestatieafspraken met staatssecretaris Zijlstra.

7% van het bestaande onderwijsbudget uit de rijksbijdrage (oftewel €142 miljoen) werd gekoppeld aan de prestatieafspraken. Dit geld werd als subsidie herverdeeld op basis van de plannen van de universiteiten.
Het grootste deel van deze middelen werd als voorwaardelijke financiering beschikbaar gesteld voor prestatieafspraken over onderwijskwaliteit & studiesucces. Nadat gebleken was dat de universiteiten hun afspraken waren nagekomen besloot minister Bussemaker eind 2016 de financiering te continueren.

De overige middelen zijn selectief toegekend op basis van de plannen die universiteiten hebben ingediend voor de profilering van onderwijs, zwaartepuntvorming en valorisatie. Daarmee is er ook sprake van een verschuiving van de beschikbare middelen in de richting van de disciplines die samenhangen met de topsectoren. De profileringsafspraken zijn door de Reviewcommissie in 2014 beoordeeld. Alle universiteiten kregen een positief oordeel over de voortgang.

Eind 2016 publiceerde de VSNU een eindrapport over de in het kader van de prestatieafspraken behaalde resultaten. In “Prestaties in Perspectief” worden de resultaten geplaatst in de context van de belangrijkste aanbevelingen die de Commissie Veerman in 2008 deed.




Geen nieuwe top-down prestatieafspraken

Ontwikkeling van nieuwe top-down prestatieafspraken waarmee instellingen financieel worden afgerekend op meetbare indicatoren, is buitengewoon ongewenst. In plaats daarvan willen de universiteiten een gesprek tussen staf, studenten en bestuurders op gang brengen over de gewenste investering van de studievoorschotmiddelen in het onderwijs. Dit zal beter werken dan top-down prestatieafspraken, omdat studenten en docenten beter dan de overheid weten waar in de eigen universiteit de knelpunten in het onderwijs zitten.