Print
 
 

Uitkomst IBO Wetenschappelijk onderzoek

 

In mei 2014 verscheen  het interdepartementaal beleidsonderzoek naar wetenschappelijk onderzoek (IBO). Het rapport geeft een goede beschrijving van het functioneren van het wetenschapsbestel en de topprestaties die de wetenschappers en universiteiten leveren. In het rapport staat dat de financiële middelen voor wetenschap doelmatig worden besteed en dat er met relatief weinig middelen goed wordt gepresteerd.
 
De IBO-werkgroep, onder voorzitterschap van staatsraad Tom De Bruijn, onderzocht in hoeverre het Nederlandse wetenschapssysteem momenteel, en met het oog op de toekomst, optimaal is ingericht. Tijdens het onderzoek is onder meer een enquête gehouden, waaraan meer dan 4000 Nederlandse onderzoekers hun medewerking hebben verleend. De centrale vraagstelling was of de huidige inzet van middelen voor wetenschappelijk onderzoek optimaal is voor het bereiken van een maximale maatschappelijke output. De werkgroep komt tot de conclusie dat het wetenschapsstelsel over de volle breedte goed presteert en dat met relatief weinig middelen voor wetenschap goede prestaties worden geleverd.
 
Het IBO-rapport benoemt uitdrukkelijk de succesfactoren van het Nederlandse wetenschapsbestel:
  • balans in de financieringssystematiek door focus op stabiliteit via de eerste geldstroom en competitie via de tweede geldstroom;
  • een lange traditie van onderzoeksevaluaties gericht op excellentie;
  • grote bereidheid tot samenwerking tussen wetenschappers, universiteiten, maatschappelijke organisaties en bedrijven, zowel nationaal als internationaal;
  • een sterke mate van autonomie voor universiteiten bij de besteding van de middelen;
  • een sterke verbinding tussen onderzoek en onderwijs aan universiteiten.