Print
 
 

FAQ's


Inschrijving en financiën


Op welke wijze schrijven studenten zich in?
Of en zo ja hoe er sprake zou zijn van inschrijving bij buitenlandse instelling is niet wettelijk bepaald. Het verdient aanbeveling hierover wel afspraken te maken.

Als de student in Nederland onderwijs volgt/tentamens/examens aflegt, moet hij/zij ingeschreven staan. De wijze van inschrijving hangt samen met het verkrijgen van bekostiging.

Welke bepalingen gelden er t.a.v. het collegegeld?
Reguliere collegegeldbepalingen gelden, zoals recht op wettelijk collegegeld: De student die voldoet aan de nationaliteitseis, woonplaatsvereiste en nog geen B- of M-graad heeft behaald aan een Nederlandse bekostigde instelling (voor resp. B- of M-opleiding) betaalt het wettelijk collegegeld. Vrijstelling ervan is niet mogelijk. Voldoet de student niet aan (een van) deze vereisten, geldt het instellingscollegegeld.

Indien een instellingsbestuur ten aanzien van een ingeschreven student bevoegd is de hoogte van het collegegeld te bepalen, geldt in het geval die student ook is ingeschreven bij een buitenlandse instelling voor hoger onderwijs voor een gezamenlijke opleiding of afstudeerrichting in de zin van artikel 7.3c, (joint degree) voor de vaststelling van de hoogte van het collegegeld niet het bij of krachtens de wet vastgestelde minimumbedrag.

Instellingen kunnen ervoor kiezen te werken met een joint tuition fee. De instelling die het collegegeld ontvangt, draagt zorg voor de verrekening met de partner(s). Met deze verrekening kan de inschrijving bij de Nederlandse instelling gefinancierd worden. De student mandateert in principe de instelling die het collegegeld int, om het verschuldigde collegegeld te betalen aan de partner instelling.

Op welke wijze wordt een joint degree-opleiding bekostigd?
- De bekostiging en collegegeldverplichtingen bij een joint degree-opleiding zijn zoveel mogelijk gelijk geschakeld aan de reguliere Nederlandse ‘single degree’ opleidingen.

Enige uitzondering hierop is indien een instellingsbestuur bevoegd is de hoogte van het collegegeld te bepalen, geldt in het geval die student ook is ingeschreven bij een buitenlandse instelling voor hoger onderwijs voor een gezamenlijke opleiding of afstudeerrichting in de zin van artikel 7.3c, voor de vaststelling van de hoogte van het collegegeld niet het bij of krachtens de wet vastgestelde minimumbedrag.

Het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 bevat voorschriften op grond waarvan wordt bepaald of een student meetelt voor de bekostiging. De instellingen zijn volgens het WHW verantwoordelijk voor het laten inschrijven van studenten om een bachelor- of masteropleiding te kunnen volgen, en het verlenen van graden bachelor of master. De instellingen verstrekken informatie over deze inschrijvingen en graadverlening aan CRIHO, beheerd door DUO, met inachtneming van de Regeling financiën hoger onderwijs en het Handboek CRIHO. Na registratie en controle (DUO, accountant) vindt definitieve statustoekenning plaats. De statustoekenning is het proces waarbij DUO bepaalt welke inschrijvingen en graden wel (en welke niet) meetellen bij het berekenen van de rijksbijdrage (Uitvoeringsbesluit WHW 2008). De informatie over deze statustoekenning wordt teruggekoppeld naar de instellingen.

Instellingen gebruiken verschillende interne verdeelmodellen voor de besteding van Rijksbijdrage.

- Inschrijvingsbekostiging
De student die het wettelijk collegegeld betaalt en op de teldatum was ingeschreven telt mee voor de bekostiging: wat betreft nominale studiejaren bij de instelling waar zijn of haar eerste inschrijving is. Wat betreft diplomabekostiging: deze wordt proportioneel verdeeld over de deelnemende Nederlandse instellingen.

Voorwaarde 1: relevante datum
Voorwaarde 2: relevante inschrijving
Voorwaarde 3: relevante woonplaats
Voorwaarde 4: relevante nationaliteit
Voorwaarde 5: relevante opleiding
Voorwaarde 6: Gelijkstelling inschrijvingen Uitzonderingencategorie aan gewone bachelor/master
Voorwaarde 7: eerdere graadverlening
Voorwaarde 8: bekostigingsduur

Meer informatie over de statustoekenning Rijksbijdrage Hoger Onderwijs 2011

- Diplomabekostiging
Een graad wordt conform artikel 4.9 van het UWHW 2008 als bekostigde graad beschouwd als die voldoet aande onderstaande zeven voorwaarden:

Voorwaarde 1: relevante datum
Voorwaarde 2: relevante graad
Voorwaarde 3: relevante nationaliteit
Voorwaarde 4: relevante woonplaats
Voorwaarde 5: relevante opleiding
Voorwaarde 6: eerdere graadverlening
Voorwaarde 7: uitzondering eerder graadverlening

Meer informatie over de statustoekenning Rijksbijdrage Hoger Onderwijs 2011

Joint degree-opleidingen mogen niet gebruikt worden voor oneigenlijke verkrijging van middelen. Er vindt onderzoek plaats naar mogelijk oneigenlijk misbruik; naar aanleiding daarvan vindt nadere besluitvorming plaats.

- Besteding
De instellingen hebben de mogelijkheid om ‘nadere afspraken’ te maken over de besteding van middelen. Zo kunnen er bijvoorbeeld afspraken worden gemaakt over een vorm van verrekening met de partnerinstelling.


Waar op te letten als het niet-bekostigd onderwijs betreft?
Ook voor joint degree-opleidingen geldt dat er geen publieke middelen mogen wegvloeien naar het niet-bekostigde onderwijs.