Nieuwsberichten

Vereniging van Universiteiten: grote uitdagingen, maar stap in goede richting voor wetenschap en hoger onderwijs in de wereldtop

Vereniging van Universiteiten: grote uitdagingen, maar stap in goede richting voor wetenschap en hoger onderwijs in de wereldtop

Het vandaag gepresenteerde regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ biedt veelbelovende investeringen in wetenschap, maar ook een forse opgave voor de toekomst. VSNU-voorzitter Pieter Duisenberg: “Het Regeerakkoord stelt ons als universiteiten voor de opgave om zo effectief mogelijk te investeren in wetenschap. Dat er geld bij komt is een goede eerste stap, maar om aansluiting te houden bij de internationale top is meer inzet nodig. Dit is van belang voor onze toppositie, in verbinding met de Nederlandse kennissamenleving en op het internationale speelveld.”  

Meer investeren in onderwijskwaliteit en wetenschap
Het Regeerakkoord bevat de ambitie om jaarlijks €200 miljoen te besteden aan fundamenteel onderzoek en nog eens €200 miljoen aan toegepast onderzoek. De universiteiten zijn positief over deze investeringen en zien het, in het verlengde van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA), als opgave om een sleutelrol te spelen bij het omzetten van dit geld in kennis. Bijvoorbeeld waar het gaat om cyberveiligheid en digitale oplossingen in de gezondheidszorg (‘e-health’) zijn de universiteiten al volop aan de slag met het positioneren van Nederland als digitaal gidsland. Hierbij horen ook de maatschappelijk noodzakelijke investeringen in ICT-vaardigheden van studenten, in samenwerking met de hogescholen. 

De universiteiten zijn tevreden over het feit dat de studievoorschotmiddelen conform afspraak voor onderwijskwaliteit bestemd blijven, zodat zij deze kunnen blijven investeren in docenten en studenten. De universiteiten bekijken de vormgeving van nieuwe kwaliteitsafspraken met gemengde gevoelens. Duisenberg: “Het is goed dat het regeerakkoord de vorm van die afspraken aan instellingen, studenten, medewerkers en andere belanghebbenden laat. De mogelijkheid van een financiële straf werkt echter remmend voor het aangaan van structurele investeringen, waaronder ook vaste dienstverbanden.”

Onvoldoende aansluiting bij internationale top
Het nieuwe kabinet heeft de opgave om de unieke uitgangspositie van de Nederlandse wetenschap en het hoger onderwijs te bewaken. Juist nu het economisch goed gaat, kan meer van die ruimte benut worden om te investeren in het kennisfundament voor de toekomst. In dat licht zijn de extra uitgaven aan onderzoek een goede eerste stap, maar onvoldoende voor de Europese doelstelling dat 3% van het Bruto Nationaal Product in R&D wordt gestoken. De ruimte voor grensverleggend en vrij onderzoek blijft een punt van aandacht, ook door toenemende matchingsdruk. Deze beperkte ruimte verkleint op termijn de kans op grote Nederlandse wetenschappelijke doorbraken. In dat kader is ook de verdeling over de verschillende disciplines een aandachtspunt.

Ook blijft de druk op de studentbekostiging aanhouden, ondanks de studievoorschotmiddelen. In de afgelopen jaren is de bekostiging per student vanuit de Rijksoverheid met een kwart verminderd, waardoor ons land inmiddels achterloopt op bijvoorbeeld de Scandinavische landen en het Verenigd Koninkrijk. Het regeerakkoord biedt hierin geen verbetering van perspectief en neemt met de taakstelling op doelmatigheid een forse hypotheek op de toekomst van ons excellente onderwijs. Een nieuwe bekostigingssystematiek biedt, zonder extra middelen, geen soelaas.

Werken aan onderwijs van wereldklasse
Onderwijs van wereldklasse kenmerkt zich door zowel toegankelijkheid als excellentie. Hiervoor hebben universiteiten ruimte nodig om zich te kunnen differentiëren en profileren. Waar het gaat om toegankelijkheid waarderen de universiteiten de steun die het nieuwe kabinet aan open access en open science geeft, evenals de verdubbeling van het Holland Scholarship. Ook sluit de versterking van de aantrekkelijkheid van de academische PABO’s aan op de inzet van universiteiten om het lerarentekort te verkleinen – ervan uitgaande dat het verlaagde collegegeld ook voor de Universitaire Lerarenopleidingen geldt.


Aantrekkelijkheid voor internationale studenten staat, net als uitgaande studentmobiliteit, prominent genoemd. De Vereniging van Universiteiten is hier enthousiast over en ziet veel raakvlakken met de ambities die universiteiten hebben als het gaat om internationalisering van het hoger onderwijs. Dit gaat volgens de universiteiten hand in hand met de ruimte om, naast Nederlands, het Engels ten bate van de ‘international classroom’ gericht in te kunnen zetten. Deze ruimte wordt ook geboden waar het gaat om de taskforce ‘toelating master’ en deze opgave nemen de universiteiten serieus.

De universiteiten waarderen de investering in wetenschap, maar zijn van mening dat hiermee de toekomst van Nederland als kennisland nog onvoldoende geborgd is. Duisenberg: “We zien uit naar de samenwerking met het nieuwe kabinet, waarin we een aantal ingewikkelde vraagstukken op te lossen hebben. We zetten ons graag in voor onderwijs en wetenschap van wereldformaat, om onze waardevolle rol in de samenleving te kunnen blijven spelen.”