Print
 
 

Opbrengsten studievoorschot pas op lange termijn voelbaar

 

Investeringen in het hoger onderwijs zijn hard nodig. Universiteiten ontvangen al jaren steeds minder geld van de overheid: van € 19.900 per student in 2000 naar € 15.000 per student in 2016. Met de invoering van het studievoorschot komen op termijn extra middelen beschikbaar. Dit geld wordt ingezet om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren waardoor studenten ook in de toekomst kunnen profiteren van een opleiding met hoge kwaliteit. Het is van groot maatschappelijk belang dat de Nederlandse universiteiten goed gekwalificeerde alumni afleveren voor de arbeidsmarkt.

Universiteiten ontvangen pas in 2018 extra middelen
Bij de invoering van het studievoorschot is afgesproken dat een groot deel van de vrijkomende middelen geïnvesteerd worden in het hoger onderwijs. De geraamde opbrengsten uit het studievoorschot komen neer op structureel € 920 miljoen. Een deel hiervan wordt gebruikt voor onder andere de ophoging van de aanvullende beurs en vouchers voor afgestudeerden. Op lange termijn blijft jaarlijks € 620 miljoen over voor de kwaliteit van het onderwijs. Van dit bedrag gaat € 236 miljoen naar de universiteiten. Dit bedrag kan hoger uitvallen door maximalisering van het OV-contract voor het studentenreisproduct zoals in 2014 afgesproken. Door een betere spreiding van studenten in het openbaarvervoer kunnen deze kosten worden bespaard.

De eerste middelen zijn pas in 2018 beschikbaar. In de periode 2015-2017 hebben de universiteiten en hogescholen daarom uit eigen middelen voorinvesteringen gedaan. Voor de universiteiten gaat het gezamenlijk jaarlijks om circa €67 miljoen. Meer informatie over de inzetvan deze middelen vindt u op de pagina over voorinvesteringen.
 

 

 

Pas in 2021 is er echt ruimte om te investeren
De studievoorschotmiddelen zouden universiteiten in staat moeten stellen te investeren in onderwijs. Het kabinet Rutte II heeft voorafgaand aan de invoering van het studievoorschot eerst echter flink bezuinigd op het hoger onderwijs. Daarnaast heeft het kabinet Rutte III een taakstelling op doelmatiger onderwijs opgenomen in het regeerakkoord voor structureel € 183 miljoen. Hoewel de universiteiten aan de ene kant dus meer budget krijgen vanwege het studievoorschot, krimpt het budget tegelijkertijd vanwege eerdere bezuinigingen. Onderstaande grafiek laat zien dat de universiteiten tot en met 2020 netto geen extra middelen ontvangen: de nieuwe investeringen wegen niet op tegen de bezuinigingen. Pas vanaf 2021 zijn er onder de streep extra middelen beschikbaar.

 

* Hier is alleen gerekend met majeure expliciete bezuinigingen. Kleine impliciete bezuinigingen, zoals onvolledige prijscompensatie, zijn niet meegenomen.
** De minister houdt 10% van deze middelen van het studievoorschot apart voor stimulering van landelijke prioriteiten door OCW.

 

 

Op termijn ruimte om te investeren
De VSNU vindt het belangrijk dat de studievoorschot middelen ten goede komen aan de kwaliteit van het onderwijs. Op landelijk niveau heeft de VSNU daarom samen met de Vereniging Hogescholen en studentenorganisaties ISO en LSVb vier speerpunten benoemd voor besteding van de middelen: intensiever onderwijs, meer en betere begeleiding van studenten, professionalisering van docenten en passende studiefaciliteiten. Zie hier meer informatie over de inzet van de studievoorschotmiddelen.