Print
 
 

Opbrengsten studievoorschot pas op lange termijn voelbaar

 

Investeringen in het hoger onderwijs zijn hard nodig. Universiteiten ontvangen al jaren steeds minder geld van de overheid: van € 19.900 per student in 2000 naar € 15.000 per student in 2016. Met de invoering van het studievoorschot komen op termijn extra middelen beschikbaar. Het is echter een misverstand dat het hierbij gaat om € 1 miljard en dat de middelen al op korte termijn beschikbaar zijn.

Universiteiten ontvangen pas in 2018 extra middelen
Bij de invoering van het studievoorschot is afgesproken dat een groot deel van de vrijkomende middelen geïnvesteerd worden in het hoger onderwijs. De geraamde opbrengsten uit het studievoorschot komen neer op structureel € 920 miljoen. Een deel hiervan wordt gebruikt voor onder andere de ophoging van de aanvullende beurs en vouchers voor afgestudeerden. Op lange termijn blijft jaarlijks € 620 miljoen over voor de kwaliteit van het onderwijs. Van dit bedrag gaat € 236 miljoen naar de universiteiten.

De eerste middelen zijn pas in 2018 beschikbaar. In de periode 2015-2017 hebben de universiteiten en hogescholen daarom uit de eigen middelen voorinvesteringen gedaan. Voor de universiteiten gaat het gezamenlijk jaarlijks om circa €67 miljoen. Meer informatie over de besteding van deze middelen vindt u op de pagina over voorinvesteringen.
 



 

Pas in 2021 is er echt ruimte om te investeren
De studievoorschotmiddelen zouden universiteiten in staat moeten stellen te investeren in onderwijs. Het kabinet Rutte II heeft voorafgaand aan de invoering van het studievoorschot eerst echter flink bezuinigd op het hoger onderwijs. Hoewel de universiteiten aan de ene kant dus meer budget krijgen vanwege het studievoorschot, krimpt het budget tegelijkertijd vanwege eerdere bezuinigingen. Onderstaande grafiek laat zien dat de universiteiten tot en met 2020 netto geen extra middelen ontvangen: de nieuwe investeringen wegen niet op tegen de bezuinigingen. Pas vanaf 2021 zijn er onder de streep extra middelen beschikbaar.



Op termijn ruimte om te investeren
Hoewel de studievoorschotmiddelen dus minder hoog zijn en minder snel beschikbaar komen dan vaak gedacht, is er op termijn wel ruimte om te investeren. De VSNU vindt het belangrijk dat deze middelen ook daadwerkelijk ten goede komen aan de kwaliteit van het onderwijs. Op landelijk niveau heeft de VSNU daarom samen met de Vereniging Hogescholen en studentenorganisaties ISO en LSVb vier speerpunten benoemd voor besteding van de middelen: intensiever onderwijs, meer en betere begeleiding van studenten, professionalisering van docenten en passende studiefaciliteiten. Zie hier meer informatie over de besteding van de studievoorschotmiddelen.