Print
 
 

Publiek-private samenwerking

Voor het ontwikkelen van kennis en het omzetten van kennis naar producten hebben universiteiten en bedrijven elkaar nodig. Het is dus logisch en goed dat universiteiten en bedrijven met elkaar samenwerken. Die samenwerking mag natuurlijk de onafhankelijkheid van onderzoek niet schaden. Soms hebben onderzoekers en bedrijven tegengestelde belangen: bijvoorbeeld als een onderzoeker de resultaten zo snel mogelijk wil publiceren, maar het bedrijf hier lang mee wil wachten om meer tijd te hebben voor productontwikkeling. Daarom zijn er verschillende richtlijnen waar onderzoekers en universiteiten zich aan houden in hun samenwerking met bedrijven. Deze zijn door universiteiten samen vastgesteld en op elke instelling geïmplementeerd.

Gedragscodes
In diverse gedragscodes en richtlijnen hebben universiteiten afspraken gemaakt over de omgang met publiek-private samenwerking. In de gedragscode Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening hebben universiteiten afgesproken dat ook als onderzoekers een onderzoek in opdracht van een bedrijf doen, zij dit nog steeds onafhankelijk kunnen doen. Dat betekent dat de onderzoeker de resultaten mag publiceren (eventueel na een afgesproken termijn) en dat het bedrijf geen invloed uitoefent op de resultaten. Bovendien moet het onderzoek wetenschappelijk relevant zijn; dus niet alleen relevant voor het bedrijf.

Ook over specifieke thema’s die spelen bij publiek-private samenwerking hebben universiteiten afspraken met elkaar gemaakt. In het Richtsnoer Intellectueel Eigendomsrecht (VSNU, NFU, KNAW, NWO) wordt duidelijk gemaakt hoe academische start-ups met intellectueel eigendomsrecht moeten omgaan. In de regeling nevenwerkzaamheden hebben de universiteiten afgesproken hoe zij omgaan met nevenwerkzaamheden van hoogleraren. Hoogleraren vragen toestemming voor het uitvoeren van nevenwerkzaamheden en deze worden op de profielpagina van de betreffende hoogleraar gepubliceerd.

Ook de KNAW geeft richtlijnen voor publiek-private samenwerking, bijvoorbeeld door aan te bevelen om een verklaring van wetenschappelijke onafhankelijkheid te hanteren, evenals een verklaring over belangenverstrengeling.

Notities Helderheid
In de notities Helderheid geeft de overheid nadere uitleg over de wetgeving rond de besteding van publieke middelen. Hierin worden ook bekostigingsregels die betrekking hebben op publiek-private samenwerking nader uitgelegd. Ook hier is een belangrijk uitgangspunt dat activiteiten moeten bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs of onderzoek.

KTO richtlijn
Elke universiteit heeft medewerkers in dienst die onderzoekers helpen bij het overdragen van kennis uit hun onderzoek: knowledge transfer officers. Deze experts op het gebied van valorisatie hebben principes opgesteld voor publiek-private samenwerking. Publiek-private samenwerking heeft geen eenduidige vorm. De knowledge transfer officers leveren dus vaak, in overleg met onderzoekers en bedrijven, maatwerk. De gedeelde principes helpen om ervoor te zorgen dat de verschillende vormen van samenwerking allemaal voldoen aan de belangrijkste overwegingen bij publiek-private samenwerking.

Leren van elkaar
Het thema “publiek-private samenwerking” in relatie tot onderzoek en onderwijs is reeds lang onderwerp van gesprek tussen de universiteiten, overheid en bedrijfsleven. Omdat het onderwerp zowel ethische, juridische en financiële aspecten kent, vinden we het belangrijk dat kennis en ervaring wordt gedeeld en dat partijen elkaar weten te vinden.

In 2017 komen experts op het gebied van publiek-private samenwerking regelmatig bijeen in de werkgroep publiek-privaat. Het doel van deze werkgroep is om een handreiking op te stellen over veel voorkomende onderwerpen rond publiek-private samenwerking. Hierin zullen regels en praktische afwegingen worden betrokken op deze onderwerpen. De Inspectie van het Onderwijs heeft het initiatief genomen om alle informatie over regelgeving rond publiek-private samenwerking in het onderwijs via haar website te ontsluiten.

Meer informatie
Zie voor meer informatie onder andere de VSNU-pagina over valorisatie en de webpagina over private activiteiten van de Inspectie van het Onderwijs.