Print
 
 

Universiteiten staan voor toegankelijkheid van het wetenschappelijk onderwijs

 

De universiteiten willen breed toegankelijk zijn. Niet de afkomst, maar de talenten en capaciteiten van studenten moeten bepalen of zij een universitaire opleiding kunnen volgen en afronden.
 

Thema's:

Nederlands hoger onderwijs zeer toegankelijk

Waarborgen gelijke kansen vraagt blijvende aandacht

Universiteiten maken werk van doorstroming HBO-WO

 

 

Nederlands hoger onderwijs zeer toegankelijk


Vergeleken met andere Europese landen is het Nederlandse hoger onderwijs heel toegankelijk. In geen enkel ander land behalen zoveel jongeren uit gezinnen met een laag inkomen een diploma in het hoger onderwijs.

 

 

Waarborgen gelijke kansen vraagt blijvende aandacht

 

Universiteiten doen hun best om alle aspirant-studenten gelijke kansen te geven op toegang tot bachelor- en masteropleidingen. We hebben daarbij specifiek aandacht voor bacheloropleidingen met een numerus fixus, university colleges en selectieve masteropleidingen.

Een aantal bacheloropleidingen laat vanwege een beperkte onderwijscapaciteit of een gelimiteerde vraag vanuit de arbeidsmarkt een maximum aantal studenten toe. Dit geldt bijvoorbeeld voor Geneeskunde. Deze opleidingen bepalen - binnen de grenzen van het wettelijk kader - zelf welke studenten ze wel toelaten en welke niet. Ze mogen bijvoorbeeld niet louter selecteren op basis van VWO-cijfers. Universiteiten proberen de toelatingsprocedure zo in te richten dat studenten met vergelijkbare kwaliteiten een vergelijkbare kans hebben om toegelaten te worden. Recent onderzoek laat zien dat de universiteiten hier grotendeels in slagen.

 

De VSNU start in 2017 met een leergang ‘effectief en inclusief toelatingsbeleid’. Hierin wisselen de universiteiten kennis en ervaring uit over het zorgvuldig vormgeven van toelatingsprocedures voor bachelor- en masteropleidingen.

 

 

Universiteiten maken werk van doorstroming HBO-WO

 

In het Nederlandse onderwijssysteem worden scholieren relatief vroeg - bij de start van de middelbare school - ingedeeld op een onderwijsniveau. Onderstaande visual laat zien dat deze indeling voor veel studenten ook bepalend is voor de rest van hun onderwijscarrière. De eerstejaars bachelorstudenten van hogescholen zijn voornamelijk afkomstig van de Havo en de eerstejaars bachelorstudenten van universiteiten komen met name van het Vwo.
 

 

De vroege indeling maakt het des te belangrijker dat studenten later alsnog kunnen doorstromen naar een ander onderwijsniveau. Universiteiten bieden daarom schakelprogramma’s aan voor studenten die een HBO-opleiding hebben afgerond en door willen stromen naar een master aan de universiteit. Jaarlijks maken ruim 5.000 studenten gebruik van deze mogelijkheid. Hoewel het belang van deze schakelprogramma’s voor toegankelijk hoger onderwijs breed wordt onderschreven, ontvangen universiteiten voor de programma’s geen middelen van de rijksoverheid. De VSNU maakt zich daarom hard voor betere bekostiging van de programma’s.