Print
 
 

De internationale positie van Nederlandse promoties


In deze workshop onder leiding van WUR rector Martin Kropff en RUG rector Elmer Sterken werd het Nederlandse promotiestelsel bekeken vanuit internationaal perspectief. Bij de meeste universiteiten is inmiddels het aantal buitenlandse promovendi toegenomen tot meer dan 50% van het totaal. Over het algemeen lijkt het Nederlandse promotiestelsel dan ook internationaal van hoge kwaliteit en zeer aantrekkelijk voor buitenlandse promovendi.


Het Nederlandse stelsel is voor buitenlandse promovendi volgens de deelnemers zeer aantrekkelijk door de goede reputatie van het onderzoek en de kwaliteit van de begeleiding. In het bèta domein wordt hier o.a. veelvuldig gebruik van gemaakt, er zijn onvoldoende Nederlanders om de beschikbare vacatures te vervullen. Met name het feit dat er hier betaalde promotie plaatsen zijn is voor buitenlandse promovendi aantrekkelijk. Wel zou er nog meer aandacht kunnen zijn voor het creëren van de juiste randvoorwaarden, met name de huisvesting is een probleem. 


De Nederlandse normen voor de dissertatie zijn internationaal vergeleken hoog, volgens de deelnemers misschien zelfs aan de hoge kant vergeleken met sommige landen. Toch dienen de normen niet versoepeld te worden, de duur dient bijvoorbeeld niet te worden verkort naar drie jaar. De “go – no go” beslissing is een goed instrument om de kwaliteit hoog te houden en het rendement te verbeteren. De deelnemers hebben ook niet het gevoel dat de kwaliteit van Nederlandse promoties in het buitenland ter discussie staat. 


Tot slot is er ook gesproken over promotieonderzoek waarbij wordt samengewerkt met een buitenlandse instelling. Voorbeelden hiervan zijn de joint doctorates of de promotieonderzoeken waarbij de promovendus een deel van het onderzoek in het buitenland doet. De deelnemers vinden deze ontwikkeling zeer interessant, zeker gezien de toenemende internationale samenwerking. In het geval van de joint doctorate loopt de samenwerking echter soms nog wel eens vast in een vroeg stadium op belemmeringen in de regelgeving. Bij een ‘gewoon’ proefschrift waarbij een deel van het onderzoek in het buitenland gebeurt speelt dit nauwelijks een rol.