Print
 
 

De kwaliteit van Nederlandse promoties


In deze workshop onder leiding van VU rector Frank van der Duyn Schouten en ECOS-voorzitter Peter Nijkamp werd er gesproken over de kwaliteit van Nederlandse promoties. Ook de noodzaak van het extern borgen van deze kwaliteit en de verschillende mogelijkheden daarvoor kwamen aan de orde. De kwaliteit van Nederlandse promoties is en blijft in de ogen van de deelnemers onverminderd hoog. De borging van deze hoge kwaliteit krijgt echter niet altijd voldoende aandacht. Met name de transparantie over het proces en de resultaten van de opleidingscomponent zouden in de toekomst verbeterd kunnen worden.

Tijdens de workshop werd er een onderscheid gemaakt tussen twee belangrijke onderdelen van de promotie: het proefschrift en het opleidingstraject. De kwaliteit van het proefschrift was naar mening van de deelnemers voldoende geborgd via de bestaande mechanismen en van hoge kwaliteit. Voor het, relatief nieuwe, opleidingstraject zijn er een aantal aandachtspunten genoemd. De invulling en kwaliteit van het opleidingstraject is nu nog sterk afhankelijk van de promotor. Instellingen kunnen hierin meer begeleiding en structuur bieden. Enkele universiteiten vragen in dit kader al aan de promotor en promovendus om gezamenlijk een ‘begeleiding en opleidingsplan’ op te stellen in het eerste jaar.

Het toezicht op de borging van de kwaliteit dient volgens de deelnemers niet ingericht te worden volgens het systeem voor bachelor en master opleidingen. Het beoordelen van het opleiden van onderzoekers hoort te gebeuren binnen de context van het desbetreffende onderzoek. In het ‘Standaard Evaluatie Protocol’ (SEP), dat de richtlijnen aangeeft voor de kwaliteitszorg van het onderzoek, staat de opleiding van promovendi ook nu al als criterium vermeld, maar nog slechts in algemene zin. Een precisering van het SEP was volgens de deelnemers dan ook de meest voor de hand liggende oplossing om de kwaliteit van het opleidingstraject beter te borgen. Hiervoor zou de beoordeling van het opleidingstraject wel explicieter moeten worden gemaakt, zoals dat nu in de ECOS-beoordelingen van onderzoeksscholen gebeurt. Ook de verantwoording hierover in het uiteindelijke rapport moet duidelijker worden gemaakt.

De kwaliteit van de begeleiding van de promovendus door de promotor verdient daarnaast volgens de deelnemers meer aandacht. Promotoren worden hierop tot nu toe nauwelijks bevraagd. Om dit te verbeteren zou de begeleiding van promovendi besproken kunnen worden tijdens het functioneringsgesprek van de promotor. Promovendi zouden verder op enig moment feedback moeten kunnen geven over het functioneren van hun promotor.




Bekijk hier hoe VU rector Frank van der Duyn Schouten de dag ervaren heeft en zijn waardering voor de input van de bezoekers.



Pierre de Wit van de WUR vertelt over het belang van een goede opleiding van onze promovendi als kenniswerkers voor onze kenniseconomie.