Voorinvesteringen 2015-2017


Universiteiten en hogescholen hebben toegezegd om in de jaren 2015, 2016 en 2017 gezamenlijk jaarlijks €200 miljoen extra te investeren, vooruitlopend op de opbrengsten vanuit het studievoorschot die vanaf 2018 geleidelijk beschikbaar komen. Op deze manier profiteren de eerste cohorten studenten die te maken krijgen met het studievoorschot ook al van de investeringen in onderwijskwaliteit. Er wordt geïnvesteerd op drie terreinen: onderwijskwaliteit, moderne infrastructuur en onderwijsgebonden onderzoek.
    
Universiteiten kunnen dit bedrag vrijmaken, omdat ze er op rekenen dat er vanaf 2018 structurele middelen vrij komen vanuit de overheid. Deels gaat het om nieuwe plannen en deels gaat het om plannen die universiteiten eerder of intensiever uitvoeren dan gepland.

Voor de universiteiten gaat het jaarlijks om circa €67 miljoen op sectorniveau. Precieze invulling wordt op instellingsniveau bepaald, in overleg met de medezeggenschap. Accenten kunnen per instelling verschillen, afhankelijk van prioritering en de uitgangssituatie.

De investeringen komen ten goede aan onderwijskwaliteit, moderne infrastructuur en onderwijsgebonden onderzoek. Precieze invulling vindt plaats op instellingsniveau, in overleg met de medezeggenschap. Vanaf de begroting 2016 is hierop instemmingsrecht van toepassing. De exacte investeringen kunnen daarmee per instelling verschillen, afhankelijk van de uitgangssituatie en prioritering van de desbetreffende universiteit. Onder extra investeringen wordt zowel verstaan: nieuwe investeringen, als ophoging van reeds geplande investeringen, alsook het in de tijd naar voren halen van voorgenomen investeringen, dus naar de jaren 2015 tot en met 2017. De universiteiten willen gezamenlijk ruim €200 miljoen investeren in deze drie jaren.