Print
 
 

Begrote voorinvesteringen 2016

 

Universiteiten zijn voornemens om in 2016 samen ruim €143 miljoen extra te investeren in het kader van de invoering van het studievoorschot. Dit bedrag is gebaseerd op de plannen in de universitaire begrotingen voor 2016. Hierbinnen bestaan lokale verschillen in omvang en bestedingsdoelen van de voorinvesteringen. De medezeggenschap heeft bij alle universiteiten instemming gegeven op de hoofdlijnen van de begroting 2016 en de voorinvesteringen in het kader van het studievoorschot.

 

De universiteiten maken voor deze investeringen budget vrij via onttrekking aan de reserves, een herschikking binnen de begroting of een combinatie van beide. Het gaat om investeringen in nieuwe plannen, in voorgenomen plannen waarvan de investeringen worden opgehoogd met extra budget, of die in de tijd naar voren worden gehaald, zodat de studenten en docenten hier eerder van profiteren. Hierbij wordt opgemerkt dat deze extra uitgaven niet per definitie direct leiden tot een afname van het eigen vermogen of een negatief exploitatieresultaat. Het financieel resultaat is immers onderhevig aan fluctuaties in zowel de inkomsten als de uitgaven van de universiteiten, bijvoorbeeld door het later in het jaar beschikbaar komen van financiële bijstellingen vanuit het Rijk. Voor het plegen van structurele investeringen (zoals extra docenten en meer vaste contracten) is het perspectief nodig dat de middelen, die nu nog niet op de OCW-begroting staan, daar op korte termijn naar toe worden overgeheveld.

 

Waar worden de voorinvesteringen 2016 aan besteed? 
Universiteiten investeren veruit het meest in onderwijskwaliteit en moderne infrastructuur.

 

 

Investeringen in onderwijskwaliteit gaan bijvoorbeeld naar kleinschaligheid, door het aanstellen van meer docenten. Er wordt geïnvesteerd in excellentietrajecten, buddyprogramma’s, (pre) University Colleges, verbetering van de studiekeuze en
–begeleiding en joint programmes. Ook gaat er geld naar de implementatie van nieuwe onderwijsmodellen en blended learning.

Ongeveer de helft van de investeringen gaat naar moderne infrastructuur, zoals modernisering en uitbreiding van studiewerkplekken, nieuwe digitale leer- en werkomgevingen, onderwijsdoeleinden in labs en aanpassingen van collegezalen en bibliotheken.

Een klein deel gaat naar onderwijsgebonden onderzoek. Hierbij kan gedacht worden aan onderzoek naar de effectiviteit van kleinschalig onderwijs, onderzoek naar het functioneren van onderwijsmodellen en vernieuwingen in onderwijskwaliteit.

 

Gerealiseerde voorinvesteringen 2016
In de zomer van 2017 wordt duidelijk wat de gerealiseerde voorinvesteringen van 2016 zijn, op basis van de vastgestelde jaarverslagen 2016. Een sectorbrede analyse hiervan verschijnt dan op deze pagina. 

 

 

Laatst bijgewerkt op 01-04-2016