Print
 
 

Begrote voorinvesteringen 2017

 

Universiteiten zijn voornemens om in 2017 samen €120 miljoen extra te investeren in het kader van de invoering van het studievoorschot. Dit bedrag is gebaseerd op de plannen in de universitaire begrotingen voor 2017. Hierbinnen bestaan lokale verschillen in omvang en bestedingsdoelen van de voorinvesteringen. De medezeggenschap heeft bij alle universiteiten instemming gegeven op de hoofdlijnen van de begroting 2017 en de voorinvesteringen in het kader van het studievoorschot.

 

De universiteiten maken voor deze investeringen budget vrij via onttrekking aan de reserves, een herschikking binnen de begroting of een combinatie van beide. Het gaat om investeringen in nieuwe plannen, in voorgenomen plannen waarvan de investeringen worden opgehoogd met extra budget, of die in de tijd naar voren worden gehaald, zodat de studenten en docenten hier eerder van profiteren. Hierbij wordt opgemerkt dat deze extra uitgaven niet per definitie direct leiden tot een afname van het eigen vermogen of een negatief exploitatieresultaat. Het financieel resultaat is immers onderhevig aan fluctuaties in zowel de inkomsten als de uitgaven van de universiteiten, bijvoorbeeld door het later in het jaar beschikbaar komen van financiële bijstellingen vanuit het Rijk. Voor het plegen van structurele investeringen (zoals extra docenten en meer vaste contracten) is het perspectief nodig dat de middelen structureel worden vanuit de opbrengsten vanuit het studievoorschot.

 

Waar worden de voorinvesteringen in 2017 aan besteed?

Universiteiten trekken in 2017 relatief het meeste geld uit voor onderwijskwaliteit, daarna volgen de categorieën moderne infrastructuur en onderwijsgebonden onderzoek:

 

 

  • Ruim de helft van de investeringen is bestemd voor onderwijskwaliteit. Deze middelen gaan bijvoorbeeld naar kleinschaligheid, door het aanstellen van meer docenten. Er wordt geïnvesteerd in excellentietrajecten, buddyprogramma’s, (pre) University Colleges, verbetering van de studiekeuze en –begeleiding en joint programmes. Ook gaat er geld naar de implementatie van nieuwe onderwijsmodellen en blended learning.

  • Bijna een derde van de investeringen gaat naar moderne infrastructuur, zoals modernisering en uitbreiding van studiewerkplekken, nieuwe digitale leer- en werkomgevingen, onderwijsdoeleinden in labs en aanpassingen van collegezalen en bibliotheken.

  • Ruim tien procent gaat naar onderwijsgebonden onderzoek. Hierbij kan gedacht worden aan onderzoek naar de effectiviteit van kleinschalig onderwijs, onderzoek naar het functioneren van onderwijsmodellen en vernieuwingen in onderwijskwaliteit. 

 

Gerealiseerde voorinvesteringen 2017

In de zomer van 2018 wordt duidelijk wat de gerealiseerde voorinvesteringen van 2017 zijn, op basis van de vastgestelde jaarverslagen 2017. Een sectorbrede analyse hiervan verschijnt dan op deze pagina.

 


Laatst bijgewerkt op 11-07-2017