Print
 
 

Workshop 4: Werken aan de toetsbekwaamheid van je docenten

 


Remko van der Lei en Brenda Aalders, Hanzehogeschool Groningen



Toetskwaliteit uit zich in alle lagen van de piramide. Kwaliteit van toetsing wordt geborgd door een sterke samenhang tussen toetsbeleid, toetsprogramma’s, de toetsen zelf, de toetsitems en de gehele toetsorganisatie. Is de kwaliteit op een bepaald  onderdeel niet op orde, dan heeft dat direct invloed op de kwaliteit van de andere onderdelen.

In deze workshop is een toetscyclus gepresenteerd die instellingsbreed gebruikt wordt aan de Hanzehogeschool in Groningen. De te onderscheiden fases zijn: basisontwerp, construerende toetsmatrijs, construerende toets, afnemen van de toets, beoordelen van de toets, registreren van het resultaat en evalueren en verbeteren. 

Aan de hand van een aantal open vragen is gediscussieerd over het begrip toetsbekwaamheid, welke eisen er worden gesteld aan de examinator en hoe je de professionalisering van je examinatoren borgt.

Mogelijkheid hiervoor is het inrichten van een basiskwalificatie examinering (BKE).

De Hanzehogeschool is de enige hogeschool met een extern gevalideerd BKE-traject, en toetst al haar 1.600 examinatoren. De BKE is vereist voor deelname aan de toets- en examencommissie. Het BKE-traject ziet er als volgt uit. De examinatoren beginnen allemaal met een eigen toets. Ze ontvangen een werkboek met een leeg portfolio, een literatuurlijst en een checklist. Hierin moeten ze alle documenten verzamelen die relevant zijn bij de vorming van hun toets. Ze bestuderen de literatuur en reflecteren op hun eigen toets. Daarop volgt een criteriumgericht gesprek over het portfolio. Aan dit gesprek hangt een beoordeling.

De BKE-certificering zorgt ervoor dat het basisniveau van examinatoren over de volle breedte van toetsing verbetert.

Na de discussie heeft de Hanzehogeschool een uitgebreide toelichting gegeven op het BKE-traject.