Universiteit van Amsterdam

Kunst- en natuurwetenschap gebundeld onder een dak

Van ICT-technieken die de werkwijze van beroemde schilders als Bosch doorgronden, tot onderzoek naar de sociaalhistorische context waar geschilderde zalen als de Oranjezaal zijn ontstaan: integraal onderzoek binnen het NICAS biedt een solide basis voor het ontwikkelen van betere restauratie- en conserveringstechnieken, het kiezen van optimale bewaaromstandigheden en voor het beter begrijpen van kunstobjecten en van hun geschiedenis.

NICAS verenigt kunstgeschiedenis en conservering van kunstobjecten met natuurwetenschappen. Het instituut is een samenwerkingsverband tussen de faculteiten Geesteswetenschappen en Natuur-wetenschappen, Wiskunde en Informatica  van de Universiteit van Amsterdam met het Rijksmuseum, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, NWO en  de Technische Universiteit Delft.

NWO heeft  € 5 miljoen euro voor een periode van vijf jaar toegekend.

Februari 2016 heeft NICAS een memorandum opgesteld met The Metropolitan Museum of Art om internationaal onderzoek mogelijk te maken op het gebied van duurzaamheid en kunst; met The J. Paul Getty Trust is een samenwerking aangegaan om internationaal onderzoek op het gebied van natuur-wetenschap en de kunsthistorische bestudering van kunstvoorwerpen mogelijk te maken. Dit project ‘Computing in art history and heritage conservation’ wordt geleid door Robert G. Erdmann, bijzonder hoogleraar Conservering en restauratie aan de UvA.

Voor meer informatie zie de filmpjes over vier onderzoeksprojecten van NICAS.

Het belang van Internationaal recht?

‘An Industry Approach Transforms Healthcare’

Het Universitair Medisch Centrum Groningen en
de Amsterdam Business School, waarvan IBIS UvA onderdeel uitmaakt, hebben de EFMD Excellence in Practice Gold Award gewonnen.

Het EFMD is een internationale organisatie voor de ontwikkeling van managementonderwijs. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan Learning & Development programma’s met grote impact, uitstekend programma-management en het bereiken van operational excellen-ce. De prijs werd uitgereikt op 2 en 3 oktober 2014 in
St. Gallen, Zwitserland. Eerder wonnen al de London Business School, HEC Paris, en INSEAD deze prijs.

Het jury rapport over deze case:
"This case details a significant change agenda in which the partners demonstrated a clearly articulated purpose and explicit business targets. The whole Medical Center was mobilised to facilitate the transfer of a business improvement approach to the health sector. The programme was based on a systematic approach to development, including a change in culture. Both partners demonstrated excellent use of knowledge transfer. The case is backed up with substantial quantitative impact evidence, clear results and an increased ROI through financial savings"

MEER HIEROVER LEZEN? KLIK HIER! (pdf)

In dit filmpje vertelt André Nollkaemper, hoogleraar internationaal recht en decaan van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de UvA, waarom het zo belangrijk is om op internationaal niveau afspraken
te maken bij kwesties waar meerdere landen bij betrokken zijn, zoals de bestrijding van misdaden en terrorisme, klimaatverandering en de bescherming van mensenrechten. Nollkaemper is tevens extern volkenrechtelijk adviseur van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Nollkaemper doet onderzoek naar hoe de kernfuncties van het recht, zoals wij die kennen in het nationale recht, ingevuld kunnen worden binnen het internatio-nale recht. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld legaliteit en rechtszekerheid en bescherming van individuen tegen de staat. Een van de kernproblemen daarbij is hoe internationaal recht kan worden gehandhaafd ten opzichte van de soevereiniteit van staten. Christine Ahlborn is binnen het zwaartepunt The International Rule of Law bezig met een promotieonderzoek over de internationale verantwoordelijkheid van staten en van internationale organisaties. Zij vertelt in het filmpje waarom dit onderwerp haar zo boeit.

Oefenweb: innovatief en adaptief onderwijs

In dit digitale tijdperk kan leren efficiënter, maar vooral ook leuker en uitdagender. Vanuit die overtuiging ontwikkelt Oefenweb online leeromgevingen voor adaptief onderwijs. Bekende voorbeelden zijn Rekentuin, Taalzee
en Words&Birds waarmee inmiddels 280.000 kinderen op hun eigen niveau rekenen, taal
en Engels oefenen.


Oefenweb is een spin-off van de Universiteit van Amsterdam en in 2009 opgericht door de UvA Holding en de Programmagroep Psychologische Methodenleer van de UvA. De kern van haar programma’s is het adaptieve meetsysteem dat is ontwikkeld aan de UvA. Het volgt de ontwikkeling van spelers en zorgt ervoor dat ze automatisch opgaven en feedback krijgen op hun eigen niveau en altijd het merendeel van hun opgaven goed maken. Dit maakt het oefenen uitdagend en effectief voor elk type speler. Tegelijkertijd zijn de resultaten van spelers en groepen tot in detail te volgen.

Met haar producten slaat Oefenweb een brug tussen onderwijs en onderzoek. Oefenweb is voortgekomen vanuit de wetenschap en voor de ontwikkeling van haar methode-onafhankelijke producten maakt zij gebruik van nieuwe inzichten uit de wetenschap. Tegelijkertijd worden de geanonimiseerde data die met haar producten worden verzameld, gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek naar het leren van kinderen. Op deze manier kunnen onderwijs en onderzoek elkaar versterken.

Twee groepen binnen ARCNL zijn samen een project gestart om met laserpulsen ultrahoogfrequente geluidsgolven op te wekken in dunne lagen van verschillende materialen. Kleine structuren onder die lagen worden dankzij deze geluidsgolven zichtbaar. Het grote voordeel van deze techniek, als ze succesvol blijkt te zijn, is dat je met geluid door lagen heen kunt ‘kijken’, die voor licht ondoorzichtig zijn. De onderzoekers zijn afkomstig uit de groepen van Stefan Witte (VU) en Paul Planken (UvA).

Door laserpulsen opgewekt ultrahoogfrequent geluid maakt structuren zichtbaar

Onderzoekers uit de groep van Paul Planken in laser laboratorium. De foto is gemaakt door Ivar Pel.

ZIE OOK HET ONDERZOEK VAN VU!

Een ontstopper voor afgesloten hersenvaten

Patiënten met een ernstig herseninfarct herstellen beter en sneller als je het afgesloten bloedvat snel openmaakt met een katheter. Dat blijkt uit de MRCLEAN-trial, geleid door artsen van het AMC, ErasmusMC en MUMC en waaraan 19 Nederlandse ziekenhuizen deelnamen. Vanuit het AMC werd
de trial geleid door Charles Majoie, hoogleraar Neuroradiologie en Yvo Roos, hoogleraar Acute Neurologie.

Een herseninfarct heeft vaak ernstige gevolgen, zoals spraakstoornissen en verlamming. Acute behandeling met een stolseloplosser werkt slechts bij één op de tien patiënten. Bij de nieuwe methode wordt via de lies een dunne katheter in een bloedvat gebracht en opgescho-ven tot in de afgesloten slagader in de hersenen. Vervolgens wordt het stolsel via de katheter verwijderd. De patiënten herstellen beter en hebben minder proble-men met lopen, aankleden of dagelijkse activiteiten. Hersenscans laten na de nieuwe behandeling ook minder hersenschade zien.

Jaarlijks komen tweeduizend Nederlanders in aanmer-king voor deze nieuwe behandeling. Een groot aantal patiënten kan zo een leven met ernstige beperkingen worden bespaard.

Deze behandeling wordt nu wereldwijd wordt toege-past. De American Heart Association/American Stroke Association heeft in 2015 mede op basis van de MRCLEAN-studie haar richtlijn aangepast voor de endovasculaire behandeling van patiënten met een acuut herseninfarct.

  • Resultaten

    Resultaten van de valorisatie indicatoren in het Jaarverslag 2015 Universiteit van Amsterdam

    Toelichting:
    De UvA heeft in 2013 een set van indicatoren gekozen uit het door VSNU ontwikkelde Raamwerk Valorisatie Indicatoren. In de nota Valorisatie bij de Universiteit van Amsterdam, van 25 mei 2013, was nog geen keuze gemaakt op welke indicatoren de UvA zich in het bijzonder zou willen profileren. Deze nota, tot stand gekomen na uitvoerige beraadslaging in onder andere het Centraal Bestuurlijk Overleg van de UvA, behandelt het beleid en de instrumenten die de UvA bij de valorisatie ter beschikking staan. Om tot een gedragen set van indicatoren te komen zijn daarom, zomer 2013, de decanen uitgenodigd vanuit de eigen faculteit een beperkt aantal indicatoren uit het Raamwerk Valorisatie Indicatoren te selecteren. Uit deze inventarisatie is duidelijk gebleken dat valorisatie leeft en dat het in velerlei economische en maatschappe-lijke vormen plaatsvindt.

    Intussen had de UvA, samen met de VU en de beide UMC’s, een subsidie van tweemaal 5 miljoen euro verworven in het kader van het valorisatieprogramma van de minister van EL&I. De lijst van indicatoren die zullen worden bijgehouden in relatie tot die subsidie is te uitgebreid voor het onderhavige doel, maar heeft wel als input gediend. 

    Vanuit de afspraken met EL&I en de reacties van de decanen en Bureau Kennistransfer overziend is de UvA tot een valorisatieprofiel met drie hoofdstromen gekomen:

    • ‘samenwerking’: (contract)onderzoek met en voor bedrijven en instellingen,
    • ‘resultaten’: betekenis voor de publieke sector en maatschappelijke organisaties en
    • ‘mensen’: bijdrage aan een hooggeschoolde en ondernemende beroepsbevolking.

    Deze hoofdstromen zijn terug te vinden in de set van gekozen indicatoren.

    Voor een deel van deze indicatoren zijn data beschikbaar. Voor de operationalisering en normalisering van sommige indicatoren zijn de volgende interne informatieprojecten noodzakelijk:

    • opzet van een contractenregister van contracten met andere (rechts)personen, aan te haken bij het programma Digitaal Werken van de UvA;
    • rubricering van de nevenwerkregistratie naar enkele categorieën nevenwerk;
    • opzet van een herkomst- en bestemmingsregistratie van medewerkers bij in- resp. uitdiensttreding.

    Deze projecten zijn in volle gang: met name het contractenregister is interessant. Dit register bevat, per faculteit, gegevens van bestaande contracten (en contacten) met een minimumwaarde van € 10.000. Doelstelling is dat dit contractregister niet alleen de belangrijkste gegevens van de partner bevat, maar ook dat het inzicht biedt in wie er binnen de universiteit contacten heeft met welke partners. Op den duur moet dit inzichtelijk en opvraagbaar zijn via een digitaal systeem, waarvoor op dit moment twee pilots lopen..

    De gekozen valorisatie indicatoren zijn in het Instellingsplan 2015-2020 opgenomen, in die zin, dat iedere faculteit gevraagd is om uit deze set indicatoren er drie te kiezen waarop haar maatschappelijke impact in het bijzonder kan worden afgemeten. De faculteit rapporteert jaarlijks op deze drie indicatoren.

    Er is nadrukkelijk niet voor gekozen om deze indicatoren verplicht op te laten nemen in de zelfstudies voor SEP-onderzoeksvisitaties. Het uitgangspunt van het SEP is immers dat een eenheid indicatoren kiest die past bij haar strategie en die indicatoren hoeven niet noodzakelijkerwijs overeen te komen met de indicatoren van de (bredere) faculteit of universiteit.

    1. Funding

    2. Wetenschappelijke samenwerking

    3. Populair en vakpublicaties

    4. Publicaties

    5. Entrepreneurship

    6. Adviesraden

    7. Contractonderwijs

    8. Octrooien en licenties

    9. Ondernemen

    10. Toelichting Uitvindingen

    AMSIA is de Amsterdam Science & Innovation Award, een jaarlijkse competitive om het meest innovatieve idee met maatschappelijke of commerciële waarde, gebaseerd op onderzoek.
    Deze competitie wordt georganiseerd door IXA (Innovation Exchange Amsterdam), samen met de gemeente Amsterdam, het NKI en Science Park Amsterdam. In 2015 kon de jury kiezen uit 73 inzendingen.

    Onder de 10 finalisten waren 6 van de UvA:

    Karla de Bruin (Nick Laan) | UvA – Faculty of Sciences
    ‘Crime scene reconstruction based on bloodstain patterns’

    Daan Mes (Noortje Grijseels, Alje v. Dam) | UvA - Institute for Interdisciplinary Studies
    ‘Circular economy and clean water: sustainable aquaculture in the port of Amsterdam’

    Laila Blömer (Sophie Louise Koopmans, Laurens Samson, Mathijs Smeets) | UvA - Faculty of Sciences
    ‘Brewers Spent Grain in Bread’

    Pico van Heemstra (René Bohnsack, Hamdullah Handulle) | UvA & HvA
    ‘Me2 the future of urban mobility and electricity’

    Jochem de Boer | UvA – Ace Venture Lab
    ‘CTcue: Patient-Trial Matching Platforms’

    Rik Olde Engberink (Bert-Jan van den Born, Liffert Vogt) | AMC - Dept. of Nephrology
    ‘Improving blood pressure control by targeting the endothelial surface layer’

     

NAAR BOVEN

Valorisatie in beeld

Voorbeelden en cijfers van kennisbenutting door universiteiten