Vrije Universiteit

Hart- en vaatziekten zijn al jaren doodsoorzaak nummer 1 in Nederland. Soms is een operatie nodig, maar vaak
kan een geneesmiddel het hartprobleem onder controle krijgen. Het testen van de werking van geneesmiddelen is cruciaal voor de ontwikkeling van hartmedicijnen. Dankzij een in Amsterdam ontwikkelde techniek kan
nu het gedrag van een geïsoleerde hartcel heel precies worden gevolgd tijdens een hartslag. Dit opent wegen voor een nieuwe vorm van medicijntesten en fysiolo-gische studies.

Voor deze uitvinding waren experimenten met hart-spiercellen beperkt tot het meten van de maximale kracht die één cel kan ontwikkelen. De ontwikkeling van nieuwe medicijnen richtte zich vooral hierop, waarbij de ontspannings- en vullingsfasen van het hart buiten beschouwing bleven. Om deze erbij te betrekken heeft het Amsterdamse cardiovasculaire team een sensor uitgevonden die in de hartcel (zichtbaar onder een microscoop) de kracht kan meten tijdens alle fasen van de hartslag. Het systeem kan metingen verrichten die sterk lijken op omstandigheden in levende organismen.

Dit meetsysteem is ontwikkeld dankzij de samenwerking tussen fysici van de VU, fysiologen van VUmc en twee bedrijven: Jolanda van der Velden, hoogleraar Fysiologie van het Instituut voor Cardiovasculair onderzoek van VUmc, en Davide Iannuzzi, hoogleraar Natuurkunde van Instituut LaserLab van de VU en medeoprichter van het bedrijf Optics 11 combineerden een bestaand product van Ionoptix met een in Amsterdam ontwikkelde technologie.

Gerede Twijfel: rechterlijke dwalingen onderzocht

Het komt voor dat iemand wordt veroordeeld voor een misdrijf dat hij niet pleegde. Het gebeurt hopelijk niet vaak, maar als het iemand overkomt, kan hij eigenlijk nergens heen. Dan kan hij zijn zaak aanmelden voor het Project Gerede Twijfel aan de Vrije Universiteit Amster-dam voor onderzoek. Aan de rechtenfaculteit wordt zo’n mogelijke rechterlijke dwaling onderzocht door een groep studenten samen met een groep medewerkers. Het bewijs voor en tegen de veroordeelde wordt dan minutieus onder de loep genomen. Als het daarbij helpt, wordt dan eigen onderzoek gedaan of een experiment uitgevoerd. De studenten leren zo heel precies een echte ingewikkelde zaak op een wetenschappelijke manier te onderzoeken.

De zaken vormen de basis voor onderzoek naar de mechanismen achter rechterlijke dwalingen. De analyse van Project Gerede Twijfel kan de veroordeelde helpen om zijn zaak heropend te krijgen. Recent is de zaak van De Zes van Breda heropend nadat een van de zes zijn zaak aanmeldde bij het Project Gerede Twijfel. Het onderzoek van het project en de publicatie over de zaak leidden tot heropening van de zaak in opdracht van de Hoge Raad. Het gerechtshof Den Haag heeft uiteindelijk de Zes van Breda opnieuw schuldig bevonden aan de moord op ‘Oma Mok’.

BEZOEK ONZE WEBSITE 'PROJECT GEREDE TWIJFEL'!

BEKIJK DE LEADER VAN 'GEREDE TWIJFEL'!

Lesmethode voor laaggeletterden: VU NT2

In Nederland heeft 1 op de 9 mensen tussen 16
en 65 jaar moeite met lezen en schrijven. Dat zijn
1,3 miljoen Nederlanders die moeite hebben werk te vinden, minder zelfredzaam zijn en vaak in een sociaal isolement zitten. VU NT2 ontwikkelde in opdracht van de Stichting Lezen en Schrijven de lesmethode Succes! Met deze methode ontwikke-len Nederlandstalige en anderstalige laaggeletter-den hun lees- en schrijfvaardigheid. Succes! is onderdeel van de aanpak Taal voor het Leven die zich richt op het vinden, opleiden en volgen van zowel taalvrijwilligers als laaggeletterde cursisten.

De thema's van de methode sluiten aan op herkenbare situaties voor volwassenen. Denk aan het regelen van bankzaken, kinderen helpen met school of veilig werken. Je kiest samen met je deel-nemer de thema’s uit die voor hem of haar belang-rijk zijn. Zo kunnen deelnemers hun taalniveau verbeteren aan de hand van onderwerpen die ze interessant vinden en die dicht bij hen staan. De methode is zo ontwikkeld dat je er ook als taalvrijwilliger goed mee kunt werken.

Bent u echt bekeerd?

De vluchtelingenproblematiek in Europa is actueler dan ooit. Veel vluchtelingen komen uit moslimlanden. Een aantal van hen bekeert zich tot het christendom, soms al in het land van herkomst, soms in Nederland. Voor vluchtelingen die zich bekeren tot het christen-dom is het niet altijd veilig om terug te keren naar het land van herkomst. De bekering kan dan de juridische grond voor een verblijfsvergunning vormen. Voor de IND en de rechterlijke macht is het dan wel belangrijk om vast te kunnen stellen dat het om een echte bekering gaat, die voortkomt uit geloof en niet vooral gericht is op de wens om een verblijfsvergunning te krijgen.

Aan de VU heeft Joke van Saane van de faculteit Godgeleerdheid een model ontwikkeld om bekeringen
te toetsen op geloofwaardigheid. Het bekeringsdossier wordt getoetst op interne en externe consistentie. De bekering moet passen bij de motivatie en het denk-patroon van de bekeerling, en de bekering moet pas-sen bij de context waarin die plaatsvindt. Dit model leidt tot objectieve en deskundige beoordelingen die een grote rol spelen in rechtszaken rond verblijfs-vergunningen.

VOOR MEER INFORMATIE - KLIK HIER!

Een microscoop zonder lenzen

Om een medische diagnose te kunnen stellen, willen we levende cellen in detail kunnen bekijken. De microscoop is het onmisbare instrument waarmee we cellen op ziektes kunnen onderzoeken. Maar hedendaagse microscopen zijn groot, duur en hebben veel handmatige afstelling nodig om heldere beelden te produceren. Onlangs hebben onderzoekers van het Advanced Research Center for Nanolithography (ARCNL) een nieuwe manier gevonden om afbeeldingen te maken op basis van lensloze microscopie. Dankzij slimme data-analyse van een reeks voor het menselijk oog wazige afbeeldingen kan de computer een haarscherpe afbeelding reconstrueren. Met deze aanpak kunnen extreem kleine, lichte en geautomatiseerde microscopen worden ontwikkeld, voor snellere en goedkopere diagnostiek.

Het ARCNL richt zich op de fundamentele fysica achter de huidige en toekomstige nanolithografische technie-ken, in het bijzonder voor toepassing in de halfgeleider-industrie. ARCNL is een samenwerking tussen ASML, de VU en UvA, en FOM. Het wetenschappelijk programma van ARCNL is nauw verbonden met de interesse-gebieden van ASML. Een groot deel van het initiële programma richt zich op de fysische en chemische processen die cruciaal zijn voor nanolithografie met extreem ultraviolet (EUV) licht.

ZIE OOK HET ONDERZOEK VAN UvA!

Het robotmeisje Alice ontroert eenzame mensen
en scherpt hun verstand. Door kleine taken op zich te nemen, ontzorgt Alice de verzorgers. In 2040 is 25% van de Nederlandse populatie ouder dan
65 jaar (4,6 miljoen mensen) waarvan een derde 80-plus. Tegen 2050 zullen er op de wereld twee-maal zoveel ouderen zijn als jongeren. Zorgrobot Alice is in ontwikkeling om zorgtaken uit handen
te nemen van een overbelaste bevolking. Haar voornaamste taak is eenzaamheidsbestrijding en cognitief-emotionele ondersteuning.

In de documentaire Ik ben Alice is te zien wat het effect is van de interactie tussen het robotmeisje en de oudere. Mensen doen soms onthullingen aan de robot die ze niet aan de verpleging doen, zoals het weggooien van medicatie of niet meer willen leven. De robot is klein, onschuldig, een beetje als een kleinkind. Daardoor mag de robot eerder rare vragen stellen of vragen herhalen waardoor het geheugen getraind wordt. Ze kunnen elkaar helpen; de robot kan aangeven naar buiten te willen, maar heeft daar begeleiding bij nodig. Buiten kan de robot dan weer de misschien wel
wat vergeetachtige oudere met behulp van GPS de weg wijzen.

Social robots: Robot Alice brengt gezelligheid

De ziekte van Alzheimer

De ziekte van Alzheimer is een degeneratieve aandoening van de hersenen waarbij de patiënt soms in snel tempo dementeert. Het aantal mensen dat in Nederland aan Alzheimer overlijdt, is sinds 1996 met ongeveer 320% gestegen. Er is nog geen genezing voor de ziekte van Alzheimer. Na de wetenschappe-lijke doorbraak in 1986 van de jonge neuroloog Dennis Selkoe, die met zijn medewerkers nieuwe resultaten publiceerde over de identificatie van afwijkende ophopingen van eiwitten die bij Alzheimer patiënten werden waargenomen, dacht iedereen in het veld dat een medicijn voor de ziekte snel zou worden gevonden. Inmiddels zijn in de zoektocht naar een genees-middel voor Alzheimer meer dan 100 klinische studies uitgevoerd, met kleine moleculen, antilichamen, vaccins, serums, CSF-filtratie en gentherapie. Tot nu toe hebben die nog niet geleid tot een resultaat dat de effecten van Alzheimer kan keren.

Het Industry Alliance Office van Amsterdam Neurosciences bundelt op unieke wijze kennis van wetenschappers, artsen en bedrijven. In samenwerking met het Duitse bedrijf Probiodrug, dat een nieuw farmaceutisch geneesmiddel ontwikkelde, worden door artsen en wetenschappers van VU & VUmc en met patiënten-cohorten van het VUmc, klinische en preklinische onderzoeken gedaan die een geneesmiddel voor Alzheimer steeds dichterbij brengen.

DOE DE 'BRAINTOUR' - KLIK HIER!

International Law Clinic Studenten als Mensenrechten-adviseurs

Velen die geconfronteerd worden met grove mensenrechtenschendingen hebben niet de middelen om juridische expertise in te huren in hun strijd voor rechtvaardigheid en betere regel-geving. De Public International Law & Policy Group en de Vrije Universiteit werken samen in de VU International Law Clinic om pro bono juridische ondersteuning te geven waar dit het hardst nodig is. Studenten van de VU hebben in
de clinic meegeschreven aan adviezen voor Syrische civil society actoren in de vredesonder-handelingen en hebben geholpen om voor de Tweede Kamer in kaart te brengen wat de juridische mogelijkheden zijn tegen de verant-woordelijken voor de ramp met de MH17. Voor staten die geconfronteerd worden met Piraterij, hebben studenten onderzoek gedaan naar hoe zij de verantwoordelijken kunnen vervolgen binnen hun eigen strafrechtsystemen, in overeenstem-ming met de rechten van de verdachte.

In de International Law Clinic werken studenten aan levensechte zaken van groot maatschappelijk belang. Ze worden begeleid door internationale experts van topniveau, en dragen niet alleen maatschappelijk bij, maar doen ook unieke werkervaring en professionele ontwikkeling op.

BEKIJK HIER DE FILM!

Mental Health Online: leren herkennen van psychische problemen bij jongeren

Jaarlijks kampt ongeveer 11% van de Nederlandse jongeren tot 20 jaar met suïcidegedachten en gaat ongeveer 7% van de jongeren over tot een suïcidepoging of opzettelijke zelfverwonding. Professionals in scholen en ggz-instellingen krijgen met betrekking tot suïcidepreventie onder jongeren meer zelfvertrouwen, kennis en vaardigheden aangereikt met e-learning modules ‘Suïcidaliteit onder Jongeren’ van Mental Health Online.

Ook schoolkinderen kunnen kampen met psychische problemen. ‘Beoordeling van Psychische Problemen bij Schoolkinderen’ (BEPPS) biedt training aan (aankomende) GGZ-professionals problemen bij schoolkinderen. Op basis van korte

casusbeschrijvingen uit de praktijk wordt geoefend met het herkennen van klinische beelden.

Mental Health Online (MHO) biedt wetenschappelijk gefundeerde informatie en methoden ten behoeve van de bevordering van de geestelijke gezondheid en het welbevinden van jongeren tussen 0 en 30 jaar. Het gaat om online, downloadable en interactieve teksten, films, clips, vragenlijsten, tests, apps en trainingen. Deze zijn gericht op zowel groepen als individuen en hebben bewezen waarde voor de bevordering van een gezonde geestelijke ontwikkeling en voor de onderkenning, monitoring en vermindering van emotionele en gedragsproblemen.

BEKIJK DE WEBSITE - KLIK HIER!

Lumicks: Biologie op nanoniveau voor iedereen

Voor ieder organisme zijn biomoleculen essentieel om te leven en in leven te blijven. De mogelijkheid om biomoleculen te bekijken en te manipuleren heeft onze kennis over DNA en eiwitten enorm vergroot. Met die kennis kunnen we beter begrijpen hoe kanker en andere ziekten kunnen ontstaan of voorkomen kunnen worden. Tot nu toe was het gebruik van deze technieken op nanoschaal voorbehouden aan gespecialiseerde biofysische laboratoria.

Lumicks, een bedrijf dat door biofysici van de Vrije Universiteit is opgezet, ontwikkelt en produceert apparaten waarmee deze technologie breed beschikbaar komt voor biologen en biomedisch wetenschappers.

BEKIJK DE WEBSITE - KLIK HIER!

  • Resultaten

    valorisatie indicatoren VU: rapportage 2015

    De VU heeft gekozen voor een set indicatoren op basis van het VSNU Raamwerk Valorisatie indicatoren.
    De keuze voor indicatoren is in nauw overleg met alle faculteiten tot stand gekomen en is gebaseerd op de facultaire valorisatiestrategieën die in 2014 zijn ontwikkeld, waarin de implementatie van facultair valorisatie-beleid is vastgelegd. De voortgang daarvan wordt steeds getoetst in het najaar in het bestuurlijk overleg over onderwijs en onderzoek van de rector met de faculteitsbesturen.

    Rapportage valorisatie indicatoren VU 2015

    Toelichting op de rapportage

    1. Licensering
    Patenten en licenties zijn goede indicatoren van creativiteit en ondernemerschapszin van wetenschappelijke onderzoekers en studenten. Daarbij kijkt de VU naar de aantallen ingediende nieuwe patentaanvragen, maar ook naar de nieuwe licentieovereenkomsten en de gerealiseerde spin-offs, omdat die vooral iets zeggen over het daadwerkelijke gebruik van toegepaste kennis.

    2. Ondernemerschapsonderwijs
    De VU vindt het belangrijk om studenten en medewerkers te trainen in ondernemerschap omdat studenten en wetenschappers die ondernemen een maatschappelijke bijdrage leveren vanuit wetenschappelijke kennis en maatschappelijke betrokkenheid. We kijken ook naar stimuleringsbeleid voor de ontwikkeling van ondernemerschap en naar de wijze waarop externe partijen betrokken worden bij de ontwikkeling en uitvoering van ondernemerschapsonderwijs. Een mooi voorbeeld is de samenwerking met NUON bij het ondernemerschapsonderwijs van Bedrijfskunde. Indicator is het aantal medewerkers en studenten dat een vak volgt in ondernemerschap.

    In 2008 startte de VU met CASE, een programma voor ondernemerschapsonderwijs. Sinds 2012 investeert de VU samen met de UvA in dit onder studenten populaire programma via het pan-Amsterdamse Amsterdam Centre for Entrepreneurship (ACE) in de uitbreiding van het aanbod van ondernemerschapsonderwijs. ACE is een samenwerkingsverband van de Universiteit van Amsterdam (UvA), de Vrije Universiteit (VU), de Hoge-school van Amsterdam (HvA) en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK). Het ondernemer-schapsonderwijs heeft een impuls gekregen op zowel bachelor- als masterniveau. Het aanbod is sinds 2012 uitgebreid met een gezamenlijke master Entrepreneurship (m.i.v. 2014/2015) en een minor ‘Entrepreneurship 2.0’ (m.i.v. 2016/2017). Daarnaast is in 2014 een International Summer School ‘New Venture Creation and Entrepreneurship’ van start gegaan. Als sinds 2006 vinden elk jaar edities plaats van de Rabobank / ACE Summerschool ‘Ondernemerschap’. In 2015 telde de master Entrepreneurship 80 studenten. Vorig studiejaar hebben 30 studenten aan de minor Entrepreneurship 2.0 deelgenomen. In 2015 trok de Summerschool Ondernemerschap 35 studenten en de International Summer School ‘New Venture Creation and Entrepreneurship’ 25 studenten.

    3. Postacademisch onderwijs en nascholing
    De VU biedt niet alleen onderwijs voor reguliere studenten aan, maar heeft ook een breed opleidingsaanbod voor professionals en andere belangstellenden. Door wetenschappelijke kennis te delen via postacademisch onderwijs en nascholing, en doordat professionals weer casuïstiek inbrengen uit de praktijk, draagt het post-academisch onderwijs van de VU niet alleen bij aan professionalisering van beroepsgroepen, maar ook aan kenniscirculatie. Verschillende beroepsgroepen profiteren van actuele wetenschappelijke kennis, maar ook andere belangstellenden kunnen een leven lang leren aan de VU. De VU stelt hoge eisen aan de kwaliteit van het (postacademisch) onderwijs. Wij verbinden onze naam alleen aan onderwijs dat aan onze hoge criteria voldoet. Inkomsten uit postacademisch onderwijs en nascholing kunnen bovendien weer in onderzoek worden geïnvesteerd; het biedt faculteiten financiële speelruimte om weer ondernemend te kunnen zijn. In de periode 2010-2015 is het inkomen uit postacademisch onderwijs en nascholing gegroeid van € 13 miljoen in 2010 naar ruim € 16,7 miljoen in 2015.

    4. Samenwerking
    De structurele samenwerking van academici met maatschappelijke organisaties in de vorm van lidmaatschappen van adviescommissies, relevante bestuursfuncties en lidmaatschappen van raden van toezicht, is een goede indicator van samenwerking en kennisdeling tussen universiteit en samenleving.

    Indicator is ook de externe financiering van onderzoek waarbij door wetenschappers met maatschappelijke partners wordt samengewerkt. Dat geldt voor derde-geldstroomprojecten omdat daarin altijd met publieke en private partners wordt samengewerkt, maar dat geldt ook voor de tweede-geldstroomprojecten waarin wordt samengewerkt met maatschappelijke organisaties. Ten slotte is het aantal pre-seed en proof-of-concept funds een goede indicator van interactie tussen universiteit en maatschappelijke partners. Dit zijn voorinvesteringen door valorisatiefondsen voor onderzoek naar de technische en commerciële haalbaarheid van producten.

    5. Disseminatie
    Last but not least kiest de VU voor het meten van outputresultaten van maatschappelijke disseminatie, waaronder kennisverspreiding via interviews, optredens en artikelen in alle soorten media, blogs, websites, publicaties in vaktijdschriften, lezingen en bijeenkomsten voor een breed publiek en bijdragen aan tentoon-stellingen.

    Bovendien spant de VU zich in voor het maximaal toegankelijk maken van onderzoeksoutput door te publiceren in Open Access. In 2015 hebben VU en VUmc een percentage Open Access publicaties behaald van 37%. Het beoogde doel van 40% is bijna behaald. De lange-termijnprognose van 90% Open Access in 2025 blijft een reële doelstelling, maar daarvoor is van belang dat de universiteiten in gesprek blijven met uitgevers van wetenschappelijk werk. Verdere groei in de toekomst wordt gerealiseerd via implementatie van een nieuw research informatiesysteem, met een helder en ambitieus open access beleid, door onderzoekers bewust te maken van het belang van Open Access, door afspraken te maken met uitgevers over publiceren in Open Access en door meer kleinschalige en innovatieve open access-initiatieven te ondersteunen.

    Meer concreet gaat het om de vervanging van Metis, het huidige research informatiesysteem, door een nieuw Amsterdams Research Information System (PURE) van VU en VUmc, samen met UvA, AMC en HVA, dat gebruiksvriendelijker is, ook ten aanzien van het publiceren in Open Access. Tegelijkertijd zijn in 2015 en begin 2016 met diverse uitgevers, waaronder Elsevier, Springer en Wiley, afspraken gemaakt om Open Access publiceren te stimuleren middels het afsluiten van integrale deals, waarbij abonnementskosten en article processing charges (APC) voor hybride tijdschriften in één overeenkomst aan elkaar worden gekoppeld. Hierbij werken universiteiten nauw samen in VSNU-verband. Deze impuls wordt de komende jaren gecontinueerd.

    Ondersteuning van valorisatie: IXA
    Een belangrijke kwalitatieve indicator is de aanwezigheid van goede support voor valorisatie-initiatieven. Sinds 2014 is de support van VU en VUmc opgegaan in het Pan-Amsterdamse Innovation Exchange Amsterdam (IXA). Het is de missie van IXA om in partnerschap met onderzoekers samenwerkingen te initiëren, onderzoeksresultaten, kennis en technologieën beschikbaar en geschikt te maken voor innovatie met maatschappelijke impact, en middelen te genereren voor onderzoek en onderwijs. Deze nieuwe naam benadrukt het belang van het stimuleren van onderzoekssamenwerkingen tussen academische sector en externe partijen (industrie en publieke entiteiten).

NAAR BOVEN

Meetsysteem bootst hartcellen na

Valorisatie in beeld

Voorbeelden en cijfers van kennisbenutting door universiteiten