sluit X

Stuur door naar:

* Naam van de geadresseerde
*, (xx@domain.nl) E-mail adres van de geadresseerde.
Stuur eventueel een opmerking of toelichting mee.

Hoe verhoudt de stijging van het aantal studenten met circa 36 procent in 2020 zich tot de financiering van het universitaire onderwijs?


In vergelijking met 1980 is het aantal studenten aan het hoger onderwijs ongeveer verdubbeld. Nederland kent als een van de weinige landen in Europa een demografische ontwikkeling waarbij het aantal studenten in het hoger onderwijs nog een flink aantal jaren zal toenemen. De verwachtingen aan en ambties van universiteiten nemen toe. Positieve resultaten vragen om inspanning, niet om een goedkoper productieproces.

STEEDS MEER STUDENTEN

De inschrijvingscijfers op basis van het CRI-HO laten zien dat 51.300 studenten in september 2009 voor het eerst zijn begonnen aan een universitaire bachelor- of masterstudie. Deze instroom was 12% hoger dan het jaar ervoor (in plaats van de door OCW geraamde 4% groei).
In 2009 is het totaal aantal ingeschreven studenten aan de universiteiten 232.790. Dit betekent een groei van meer dan 6% ten opzichte van de 219.200 ingeschrevenen in 2008. Deze studenten zijn verdeeld over 431 bacheloropleidingen en 891 masteropleidingen.

AANZIENLIJKE GROEI AANTAL STUDENTEN

De verwachte groei van het aantal ingeschreven studenten tot aan 2020-2021 is voor het wetenschappelijk onderwijs 36% . Alleen het hoger beroepsonderwijs kent in deze periode ook een positieve groei. Het BVE, het voortgezet- en het basisonderwijs kennen een afname van het aantal leerlingen.De raming van het aantal studenten door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap laat ook voor het komende decennium een aanzienlijke groei zien.

Grafiek 1: Verwachte ontwikkeling aantal ingeschreven studenten Grafiek 1: Verwachte ontwikkeling aantal ingeschreven studenten

 

FINANCIERING LOOPT TERUG

De universiteiten constateren al jaren een daling van de rijksbijdrage per student. Recent onderzoek van het CBS wijst dit ook uit, ook oud-minister Plasterk onderschrijft deze gegevens tijdens het AO Bekostiging Hoger Onderwijs van 21 januari 2010.

In onderstaande grafiek is de wijziging van de rijksbijdrage per sector opgedeeld in drie effecten, materiële uitgaven, personele uitgaven en een efficiency ratio, waarin de (des)investering in de verhouding werknemers/deelnemers wordt weergegeven. Per saldo is er sprake van een desinvestering voor het wetenschappelijk onderwijs.

Grafiek 2: Verandering per sector Grafiek 2: Verandering per sector

 

De volgende grafiek geeft de daling weer van de rijksbijdrage per student voor het onderzoeks- en onderwijsdeel gezamenlijk. Gemeten over de periode 1999 – 2008 is de daling ruim € 4.000,-. Afgezet tegen het BBP is de rijksbijdrage voor universiteiten gedaald van circa 1% van het BBP in 1981 naar circa 0,5% in 2007.

Grafiek 3:  Daling van de rijksbijdrage per student Grafiek 3: Daling van de rijksbijdrage per student

 

Download pdf

Informatie voor pers en politiek

Meike Verhagen, woordvoerder VSNU 06-43 26 97 55

 

De film van 1,5 miljard
Investering in kennis essentieel voor internationale positie Nederland